Waarom liep ik door?

Jullie komen rond 17.20 uur op Utrecht CS de trein naar Leiden binnen. Jullie, twee dames van tussen de 40 en 50 jaar, gaan zitten op de grote blauwe bank naast de deur. Ik zit dan halverwege de coupé en ik heb regelmatig oogcontact met je. Mogelijk moeten jullie omreizen door de stroomstoring rond Amsterdam. Het gesprek tussen jullie is erg onderhoudend en je heb een geweldige expressie. Ik, man van rond de 50, heb een groene fleecetrui aan van de instelling waar ik werk. In Alphen aan den Rijn stap ik uit, olijfgroene softshell jas met grijs/gele rugzak. Jij zegt me als eerste gedag met zulke lieve ogen en een gezicht dat zachtheid en nog veel meer fijne dingen uitstraalt. Ik wens je een heel fijn weekend en loop het trapje op. Net buiten de trein vraag ik me af waarom ik in godsnaam doorgelopen ben, dan gaan de deuren dicht. Ik wil je graag nog een keer ontmoeten en je leren kennen. Misschien zitten we binnenkort nog een keer in dezelfde trein, maar dat is denk ik ijdele hoop. Het zou leuk zijn als je hierop reageert.