Vegetariër? Je bent gek!

Wat op een dag begint met het besluit van

Yeong-hye om vegetariër te worden, eindigt met haar inzicht dat ze eigenlijk een boom is. Het lijkt te absurd voor woorden, maar De vegetariër van de Zuid-Koreaanse schrijfster Han Kang (1970) is een zeer overtuigende, indringende roman.

Meteen is duidelijk hoe de verhouding tussen Yeong-hye en haar echtgenoot is: vreedzaam maar kil. Hij heeft haar „altijd volstrekt oninteressant” gevonden en is voornamelijk met haar getrouwd omdat ze geen nadelen vertoonde – een passieve vrouw die geen eisen stelt. Het enige uitzonderlijke aan haar is dat ze soms geen bh draagt en zelfs dat stoort hem, want hij is bang dat hij daardoor zelf voor gek staat. Wanneer Yeong-hye van de ene op de andere dag besluit om vegetariër te worden na een nare droom vol bloed, vlees en angst, is haar echtgenoot woedend en vol onbegrip. Yeong-hye doet geen moeite het hem uit te leggen. Ook de rest van haar familie keurt het af zonder naar haar beweegredenen te vragen.

Met veel verbeeldingskracht en subtiliteit laat Han Kang zien hoe sterk verwachtingspatronen, sociale dwang en gewoontes kunnen zijn, en hoe ieder individu daar verschillend op reageert. Maar hoe indringend de vragen die het boek opwerpt ook zijn, de directheid, de beelden, de rake zinnen en de fantasie zijn het meest treffend. De desolaatheid die Yeong-hye omgeeft is voelbaar. De drie delen hebben allemaal een eigen stem, het sterkst is die van het tweede deel. De passie én afstandelijkheid die de personages daar tentoonspreiden, zijn ook typerend voor de stijl van de roman, die tegelijkertijd meeslepend en koel is, nooit melodramatisch maar altijd beheerst.

De vegetariër heeft een vreemd soort stille kracht, die maakt dat je het boek in één ruk wil uitlezen en er lang over na blijft denken. De bevreemdende sfeer beklijft; vrolijkmakend is het niet.