Van der Steur: inhuur dure ICT-consultants onwenselijk

Foto ANP / Lex van Lieshout

De inzet van twee dure consultants door het ministerie van Veiligheid en Justitie om ICT-problemen bij de politie op te lossen is onwenselijk, maar verdedigbaar.

Dat blijkt uit een brief die minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Eind februari meldde NRC dat het ministerie twee consultants tussen 2012 en 2014 inhuurde via het bureau Boer en Croon. De twee kregen samen een salaris van ruim 1,6 miljoen euro in die periode en een dienstauto met chauffeur, die enkele tonnen kostte. Het Amsterdamse bureau BoerCroon bracht voor zijn diensten 63.500 euro per maand in rekening.

Van der Steur schrijft in de brief dat de situatie onwenselijk is. Hoewel de salarissen van beide consultants formeel gezien niet onder de Balkenendenorm vallen, is ook de norm voor het uurtarief (maximaal 225 euro per uur ex btw) van externe consultants overschreden.

Ook zijn de salarissen slechts gemeld in een van de twee jaarverslagen van het ministerie. De minister “betreurt” dat en heeft maatregelen genomen om dat laatste te voorkomen.

Cloo betaalde een maandsalaris terug

De aanleiding voor de plotselinge inhuur van de twee was het opstappen van oud-politiecommissaris Aad Meijboom als hoofd van de ICT-afdeling van de politie. Meijboom vertrok na een kritisch rapport over de slecht functionerende ICT-systemen bij de politie. Jo van den Hanenberg, een van de ingehuurde consultants, was medeauteur van dat rapport.

De andere consultant was Pieter Cloo, die na een half jaar zelf secretaris-generaal op het ministerie werd. Hij combineerde in november 2012 beide functies. Na overleg heeft de topambtenaar één maandsalaris van het ministerie terugbetaald. Van der Steur noemt die teruggave “een acceptabele uitkomst”. Cloo is overigens alweer weg als hoogste ambtenaar.

Van der Steur begrijpt waarom zijn voorganger, de opgestapte Ivo Opstelten, de twee externe deskundigen heeft ingezet. De problemen bij de Nationale Politie waren zeer urgent en snel ingrijpen was noodzakelijk, schrijft hij:

Continuïteit van de ICT is essentieel voor de uitvoering van het politiewerk, de veiligheid en de dienstverlening aan burgers. De stabiliteit van de politie-ICT mocht op geen enkele wijze in het geding komen.

Niettemin concludeert hij:

Ik heb begrip voor de actie die mijn ambtsvoorganger in deze complexe en spoedeisende situatie heeft ondernomen. Tegelijkertijd besef ik mij goed dat hiervoor een flinke prijs is betaald en ben ik van mening dat dit in de toekomst niet meer voor mag komen.