Tweede Kamer stemt tegen database voor topvrouwen

Minister Jet Bussemaker van Onderwijs vandaag tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Foto ANP/Martijn Beekman

De Tweede Kamer heeft vanmiddag een motie aangenomen voor het stopzetten van een database van vrouwen die geschikt zijn voor topfuncties. De lijst is de laatste poging van minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (PvdA) om een vrouwenquotum in Nederland te voorkomen.

De motie was ingediend door de VVD, die vindt dat een dergelijke databank concurrentievervalsend werkt. Bovendien zouden wervings- en selectiebureaus dit zelf ook al doen. Op de lijst stonden ongeveer driehonderd namen, die voornamelijk waren verzameld met de hulp van commissarissen die vrouwelijke kandidaten aanleverden.

Niet dwingend

Omdat het hier een motie betreft, is de stemming van de Tweede Kamer niet dwingend. Het is nog niet duidelijk of de minister, die het plan samen met voorzitter Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW lanceerde, de lijn van het parlement zal volgen.

De minister zegt in een reactie nog te bekijken hoe ze gaat reageren, omdat ze vindt dat de lijst tot nu toe succesvol is. Volgens haar is de database geen vervanging van wervings- en selectiebureaus maar een onafhankelijke lijst die inzichtelijk moet maken hoeveel en welke vrouwen in aanmerking komen voor topposities:

“Er werken genoeg mannen in de top van het bedrijfsleven. Deze lijst maakt direct een einde aan het excuus dat er niet genoeg vrouwen zouden zijn.”

Quotum op komst?

In een interview dat Bussemaker vorig jaar december aan NRC Handelsblad gaf, gaf de minister aan dat als de database niet zou werken de politieke druk voor een “verdergaande wet” verder toe zou nemen. Ze zei:

“Waar een wil is, is een weg. Maar waar geen wil is, is een wet.”

Een vrouwenquotum, dat wettelijk voorschrijft dat een bepaald percentage van de posities in raden van commissarissen óf ingevuld wordt door vrouwen óf leegblijft, noemde voorzitter De Boer destijds “een gedwongen huwelijk”, waarvan zowel de minister als VNO-NCW geen voorstander is.

In het huidige wet wordt alleen gesproken van een streefgetal van minimaal 30 procent aan vrouwelijke topbestuurders. In Nederland is dat percentage zo’n 10 procent, veel lager dan in veel andere landen. Landen als Noorwegen en Frankrijk kennen al een vrouwenquotum, en Duitsland stemde vorig jaar in met een dergelijke maatregel. In Europees verband wordt ook gesproken over een quotum dat voorschrijft dat 40 procent van de raden van commissarissen vrouwelijk is.

Lees het interview met minister Bussemaker en Hans de Vries terug in NRC Handelsblad: Die vrouwen moeten er nú komen (€).