Slappe regie knakt muzikaal sterke productie van Verdi’s Macbeth

Verdi noemde zijn opera Macbeth, niet Lady Macbeth. Toch is zij – meer dan bij Shakespeare – de motor van het kwaad. Wat drijft haar machtshonger, haar ambitie ten koste van iedereen? Verdi liet zich door die vraag inspireren tot een kolkende ouverture, prachtige aria’s, doods geroffel en duistere, geestige heksenkoren – een 2,5 uur durend muzikaal feest. Van de puntige pokerigheid van de ouverture tot de tragiek van de slaapwandelscène die aan Lady Macbeths einde voorafgaat – chef-dirigent Marc Albrecht, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het door de nieuwe koorchef Ching-Lien Wu als vanouds strak ingestudeerde koor leveren een Verdi af die precies zo bruist en kolkt als je hoopt. Hooguit valt er in duistere diepte nog iets te winnen.

En toch is dit een Macbeth die teleurstelt en die vrijdag een voor Amsterdamse begrippen zeldzaam fel boegeroep oogstte. Regisseur Andrea Breth, bij de Nationale Opera eerder verantwoordelijk voor een fraaie, subtiele en terecht bekroonde productie van Prokofjevs De speler, duidt Lady Macbeths machtswellust als uiting van frustratie. Decorontwerper Martin Zehetgruber ving die gedachte in een kale, intimiderend gecapitonneerde kamer, met een leeg babybedje en een teddybeer als platte symbolen van het gebrek aan vervulling. Latere vondsten – de Lady die in de banketscène vijf glazen champagne achteroverslaat, het verbranden van de teddybeer, een geil dansje met de kroon – voegen ook geen kleur toe aan de tekening van haar personage: droef contrast met het vuur dat de muziek haar aderen inpompt.

Macbeth is een opera van veel scènes, door Breth in een ‘hard cut’-montage gescheiden met een teveel aan changementen achter gesloten doek. Dirigent Albrecht en het orkest sleuren steeds weer mee door de dramatiek van de muziek, Breth breekt bij herhaling die spanningsboog. Mooie vondsten, zoals het lekker goor verbeelde heksenkoor met veel slangen, kale schedels en een foetus op sterk water, blijven daardoor incidenten.

De cast is wisselend, met de fraaie Scott Hendricks als geloofwaardige, sullige en geplaagde Macbeth, bas Vitaly Kovaljov als een barse Banco en echt opvallend goede bijrollen van Letitia Singleton en Wookyung Kim als Dama en Macduff. Problematisch is de rol van Lady Macbeth, waaruit sopraan Tatjana Serjan zich terugtrok. Haar vervanger Nadja Michael werd ziek, waardoor de eerste drie voorstellingen worden gezongen door Amarilli Nizza, die in vocale présence, dramatiek en zuiverheid net niet de edge heeft die je voor deze rol wenst. Jammer. Macbeth kan zo’n heerlijke opera zijn.