Orkest uit Enschede luidt de noodklok

HET Symfonieorkest gaat minder grote concerten spelen vanwege financiële problemen.

Jan Willem de Vriend, chefdirigent van HET Symfonie-orkest

PvdA-Kamerlid Jacques Monasch roept cultuurminister Jet Bussemaker van zijn eigen partij vandaag naar de Tweede Kamer voor vragen naar aanleiding van financiële problemen bij HET Symfonieorkest in Enschede. Hij ziet daarin een voorbeeld van de „erosie van de culturele instellingen”, die na de bezuinigingen „interen op hun reserves, te veel moeten vragen van hun medewerkers en zien dat private financiers niet het gat willen blijven vullen dat de overheid heeft laten vallen”.

„In de eerste evaluaties van de effecten van de bezuinigingen is een veel te positieve teneur aangeslagen”, zegt Monasch. „Ik zie dat de erosie na twee jaar toeslaat. De minister moet meer ambitie tonen.” Monasch wil nog niet de conclusie trekken dat het cultuurbudget omhoog moet, voordat morgen de Raad voor Cultuur met zijn advies komt over de volgende subsidieperiode. „Wij hebben aan de adviesaanvraag wel de vraag toegevoegd of het budget omhoog zou moeten.”

HET Symfonieorkest (voorheen Orkest van het Oosten) was vorige week de eerste door het Rijk gesubsidieerde instelling die openlijk de noodklok luidde. Omdat het orkest te veel inteert op de reserves gaat het minder grote concerten spelen. In plaats daarvan zullen de musici in kleinere bezettingen meer gaan spelen voor scholen, in verpleeghuizen of achterstandswijken. „Daarmee willen we laten zien dat we maatschappelijk relevant zijn”, zegt algemeen directeur Harm Mannak. „We nemen afstand van het traditionele orkestmodel.”

Volgens hem staat het orkest nog niet aan de rand van een faillissement, maar gaat het te hard heen door de reserves die het had aangelegd om een omslag te maken. Het orkest kreeg een subsidiekorting van 2,1 miljoen euro, bijna de helft van hun jaarlijkse subsidie: 44 procent. Mannak: „We hebben zeven ton bezuinigd. Maar de 1,4 miljoen euro die we extra nodig hebben aan eigen inkomsten, hebben we niet volledig gehaald.” Zo bleek het te lastig om meer sponsors te vinden. Mannak constateert dat door de recessie bedrijven niet staan te springen om een orkest te steunen. „En alle hoofdkantoren van grote bedrijven zijn weg uit Overijssel, we hebben een groot nadeel ten opzichte van de orkesten in de Randstad.” Om meer landelijke uitstraling te krijgen veranderde het orkest zijn naam in Nederlands Symfonieorkest, maar die moest het opgeven na een reeks van rechtszaken met het Nederlands Philharmonisch. „Met die naam was het makkelijker om in de Randstad binnen te komen. Nu lukt het zelfs niet met de televisiebekendheid van onze chefdirigent, Jan Willem de Vriend.” Verder besparen op de musici ziet Mannak niet meer als mogelijkheid. Het orkest heeft sinds een reorganisatie in 2012 het minste aantal musici (45 fte) in dienst van de 8 symfonieorkesten die door het Rijk worden gesubsidieerd. Van de 100 symfonische concerten die het orkest jaarlijks in de muziekzalen speelt, zal het er ongeveer tien schrappen. „Dat zijn concerten waar we op toe leggen, omdat de kaartopbrengsten de kosten van de dirigent, solisten en bus voor de musici niet goedmaken.” Bovendien gaat de zaalhuur omhoog – de prijs van kaartjes niet. Met de carrière van dirigent De Vriend gaat het uitstekend. Niet alleen leidt hij dit jaar projecten bij het Concertgebouworkest, De Vriend wordt ook vaste gastdirigent bij orkesten in Barcelona en Frankrijk. Hij is al principal conductor bij het Residentie Orkest in Den Haag. Zijn contract in Enschede loopt tot 2016. Over de periode daarna is men in gesprek, maar De Vriend zegt de intentie te hebben aan alle concertafspraken tot 2020 te voldoen.