Ongemak is mijn handelsmerk

Rutger Castricum (35) laat zich niet graag interviewen. Hij stelt liever zelf de lastige vragen.

Foto Lars van den Brink Foto Lars van den Brink

Drie jaar duurde het voor Rutger Castricum ja zei tegen een interview. Hij had „niet zoveel uit te leggen”, of wilde liever wachten tot hij „in rustiger vaarwater” zat. Als hij al reageerde op de e-mails met verzoeken. Wanneer hij uiteindelijk toezegt is zelfs zijn eigen vader verbaasd. „Gefeliciteerd”, zegt die aan de telefoon. „Het gevaar bij Rutger is dat mensen hem doormidden willen zagen. Dat zal hij ook van jou denken.”

Rutger Castricum (35) wilde niet thuis afspreken. Gewoon niet. Als hij een kwartier te laat café De Plantage in Amsterdam komt binnenlopen verontschuldigt hij zich. De afspraak stond verkeerd in zijn agenda. Die agenda wordt beheerd door anderen, anders gaat het al helemaal mis. „Sorry.” En dan: „Ik was aan het werk.”

De redactie van PowNed zit vlakbij. Rutger Castricum woont in Amsterdam-Zuid. „Ik heb ook de ochtenddienst thuis. Ik ben de hele ochtend met de kindertjes bezig. En dan ben ik he-le-maal ka-pot en kom ik deze kant op. Vandaag de eerste schooldag van mijn zoon.”

Hij pakt zijn telefoon. „Ik hoefde niet te huilen. Maar om nou te zeggen dat ik het heel leuk vind... Kijk, daar gaat-ie. Met een rugzakje. Het trappetje op.”

Als Rutger Castricum met zijn kinderen – een zoon van vier en een dochter van twee – over straat loopt, krijgt hij vaak reacties. Misschien zijn ze verbaasd, oppert hij. „Dat ik een heel lieve vader ben.”

Castricum – jasje, gilet, zijn benen languit onder de tafel – praat afgemeten, soms weifelend. Af en toe barst hij uit in een hoge lach. Praat hij uit zichzelf dan gaat het meestal over zijn kinderen. Of over zijn vrouw, ‘Daph’, met wie hij al sinds de middelbare school samen is.

Castricum begon als verslaggever voor RTV Rijnmond. Landelijk bekend werd hij door zijn filmpjes voor GeenStijl en PowNews. Hij was degene die vooral naar het Binnenhof kwam om iets te zéggen in plaats van iets te vragen. Naam maakte hij door met draaiende camera op politici af te stappen en ze brutale, beledigende of in ieder geval onorthodoxe uitspraken en vragen voor te leggen. Eerst (of alleen) ontregelen, daarna soms een inhoudelijke vraag. Hij wordt ‘schandaaljournalist’ genoemd en ‘beroepstreiteraar’, maar ook een ‘machtfactor’. Iemand die met sommige items meer mensen bereikte dan Ferry Mingelen en Frits Wester bij elkaar.

Over zijn werk doet Rutger Castricum graag lichtzinnig. Een boek schreef hij om op het Boekenbal te komen. En het programma House Ibiza, dat maakte PowNed om het belastinggeld erdoorheen te jagen – gewoon, omdat het kán.

Afgelopen december stopte de omroep na vier jaar met PowNews. Rutger Castricum begon met een nieuw programma en een nieuwe rol: hij presenteert Studio PowNed, een wekelijkse talkshow met langere items en interviews op een bank in een studio met publiek.

Dat u ging presenteren was meteen duidelijk?

„Ik was wel toe aan iets anders. Maar het is niet zo dat dit voor mij gecreëerd is, of dat ik iets voor mezelf wilde creëren. We zijn met z’n drieën (met PowNed-directeur Dominique Weesie en zakelijk directeur Roeland Mackloet) de hei opgegaan. Het ging in overleg.”

Ligt u wakker van de reacties?

„Nee. Kijk, ik ben begonnen bij GeenStijl. Als iemand tegen reacties moet kunnen, dan ben ik dat. En daarbij: ik deel uit. Dan kun je ’m terugkrijgen. Dat hoort bij wat ik doe.”

Toch duurde het lang voor u ja zei tegen een interview.

„Misschien heb ik eens een mail gemist. Ik krijg bijna dagelijks verzoeken. Ik zeg bijna alles af.”

Waarom vindt u interviews zo lastig?

„Ik vind het gewoon zonde van mijn tijd. Dit ook. Haha. Ik word gewoon zo moe – en dat is misschien wel mijn grootste angst – van al die BN’ers die overal maar over zichzelf zitten te vertellen. Ik werd laatst gebeld door Pauw, of Jinek, ik weet het even niet meer, maar het ging over De Kuip. Of ik mijn ongezouten mening wilde komen geven? Vreselijk. Ik ga dat niet doen. Waarom zou ik daar gaan zitten? Dat is alleen maar imago. Schaven en schuren om de bal hoog te houden.”

U zei in eerdere interviews dat u graag ongrijpbaar wil zijn.

„Ongrijpbaar? Nou ik vind het vooral belangrijk dat als het om politiek gaat ik alle kanten blijf aanpakken. Dat je niet in het PVV-hokje te plaatsen bent. Of het PvdA-hokje. Maar ongrijpbaar, ik weet niet zo goed wat dat is eigenlijk. Iemand van wie je geen hoogte krijgt?”

Voor uw manier van werken is het wel handig toch, als u onverwacht uit de hoek komt?

„Dat hou je toch niet vol. Mensen weten nu ook wel: daar hebben we Rutger. Politici wapenen zich veel beter. Ik sluit niet uit... Kijk, het moment dat ik iets vind waarmee ik mensen om de oren kan slaan, dan blijf ik dat doen. Maar de jaren dat je het gratis en voor niks kreeg, dat alleen al mijn aanwezigheid daar in Den Haag televisie opleverde, die zijn voorbij.”

Rutger Castricum groeide op in Voorschoten. Zijn vader was leidinggevende bij KPN, zijn moeder secretaresse in een ziekenhuis. Rutger noemde hen bij de voornaam. Iets dat zijn eigen zoontje nu soms ook al doet („Rut”).

„Je kiest er als ouder voor hoeveel afstand je wilt houden tot je kind”, zegt hij. „Je hebt mensen, die vinden het belangrijk dat hun kinderen ‘u’ zeggen. Dat is een grote afstand. Bij ons was die afstand niet groot. Het was vriendschappelijk.”

Al kreeg ook hij heus weleens een week huisarrest. Hij omschrijft zichzelf als een „redelijk kleurrijk” kind. Zijn vader noemt hem een typische Tweeling: een lieve jongen én een vervelende zuiger. Een jongen ook die moeite had met autoriteit. „Ik ben altijd op zoek geweest naar de grens.”

Hij komt uit een „heel warm nest”, zijn vrouw en zijn vriendengroep – een man of vijftien – kent hij al van jongs af aan. Hij heeft daarom, zegt hij, nooit de noodzaak gevoeld nieuwe vrienden te maken. „Je weet ook nooit of ze niet gewoon fan zijn van het programma.”

Lange tijd wilde Rutger Castricum het theater in. Zijn ouders namen hem vanaf zijn vijfde minstens twee keer in de maand mee naar voorstellingen, meestal cabaret – „dat daar dan een hele zaal om iemand zat te lachen, dat vond ik te gek”.

Op verjaardagen gaf hij optredens met gitaar en pruik. Zijn ouders noemden hem ‘wethouder Hekking’ – naar de mediageile wethouder in Van Kooten & De Bie. Maakte zijn vader filmopnamen, dan trok Rutger zijn broertje voor de camera weg.

Omdat hij te oud was voor de Kleinkunstacademie, zegt hij, koos Castricum voor journalistiek in Zwolle. Hij was een van de eersten die afstudeerden als camerajournalist. Omdat hij op tv beter de mix kan maken tussen journalistiek en entertainment, zegt hij nu.

U zei in de Gelderlander: Ik heb hele klassen tegen me in het harnas gejaagd omdat ik bot en lomp was. Deed u dat bewust?

„Ik denk het niet. Ik zei gewoon wat ik ervan vond, ook als iemand ergens twee maanden aan had gewerkt. Dat is dan achteraf niet zo aardig.”

Waarom zoekt u zo graag ongemak?

„Dat maakt iemand echt. Iemand die in z’n comfortzone zijn eigen riedeltje kan afdraaien, dat zie ik al genoeg. Als iets ongemakkelijk wordt, heb ik beet. Dan heb ik iemand uit zijn rol. Als iemand op een verjaardag een cadeau krijgt waarvan je al van verre ziet dat-ie het helemaal niks vindt, dan zeg ik dat: ‘Jij vindt dat helemaal niet leuk.’”

Leuke verjaardag.

„Ik heb wel menig verjaardag verstierd zo. Mijn vader is ook zo. Dat zit heel diep. Ik kan niet tegen toneelstukjes. Ik geloof het gewoon ook niet. Ik heb liever dat vrienden zeggen: ‘wat een klote-opmerking, maar we weten wel wat we aan je hebben’, dan dat ze zeggen: ‘die Rutger, die is altijd zo aardig’. Wat moet je daarmee? Wat vind jij het nou waard dat mensen je aardig vinden?”

Ik vind...

„Het is vaak niet eens waar! Ik vind: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Ook privé: mijn vrouw en ik. Daarom hebben we een goeie relatie, omdat we elkaar constant de waarheid zeggen.”

Werken was lange tijd iets waarmee Rutger Castricum 24 uur per dag bezig was. Op vakantie op Bali kocht hij op dag vier een cameraatje. Kon hij toch nog items maken. Maar twee jaar geleden toen zijn tweede kind geboren werd, veranderde dat. Hij heeft „de deksel op de neus gekregen”. Ineens moest hij accepteren dat hij niet overal tijd meer voor heeft.

Castricum kreeg een burn-out. ‘Kapot moe’ was hij. En een half jaar lang doof aan één oor. „Bij mijn werk is het ook nog eens zo dat je altijd op een grens zit. Je schiet weleens uit de bocht. En dan krijg je ook nog eens heel Nederland over je heen.”

Als het over u gaat, gaat het vaak over de brutale, of schofferende dingen die u zegt. Niet over de inhoud, die er soms ook in items was. Is dat iets wat u bezighoudt?

„Nee, want waar ben ik dan mee bezig? Met de denkbeelden van mensen proberen te beïnvloeden. Dat kan ik niet. Ik bepaal niet waar mensen over praten.”

Waarom wilt u geen ambities uitspreken?

„Nederland sterft van de mensen die zichzelf te serieus nemen. Daar wil ik niet bijhoren. Dan ga ik wapenfeiten noemen, en dan vind jij dat onzin. Waarom noem ik ze dan?”

Omdat u er trots op bent.

„Ik ben er trots op dat we de omroep hebben opgericht.”

Nu iets over u zelf. Waar bent u nou trots op?

„Ik heb daar wel een groot aandeel in gehad. Daar ben ik wel heel trots op. En met wat we tot nu toe hebben neergezet, met veel valkuilen uiteraard, maar ik kijk met veel trots terug. Is dat genoeg? Ik heb toch drie keer het woord trots genoemd nu? Ik denk dat ik goed ben in mensen doorprikken. Hun echte gezicht laten zien.”

Zelf laat u niet zo graag uw gezicht zien.

„Nou, dat heb ik nu gedaan toch?”