‘Macbeth is zacht én donker’

De chef van De Nationale Opera leidt weinig Italiaanse opera en dit is zijn eerste ‘Macbeth’. „Ik houd niet van overdreven effect."

Macduff (Wookyung Kim) neemt wraak op Macbeth (Scott Hendricks), nu te zien bijDe Nationale Opera. Foto Bernd Uhlig

Marc Albrecht staat niet bekend als Verdi-dirigent. Wagner, Richard Strauss – dat is repertoire waarmee hij naam maakte. Maar de komende weken wil hij laten zien dat hij ook Giuseppe Verdi aankan. Bij De Nationale Opera dirigeert hij Macbeth. „Het was er al die tijd al”, zegt Albrecht. „In mijn beginjaren heb ik veel Verdi gedaan. Otello, La traviata… Maar als je eenmaal een carrière opbouwt met andere stukken... Ik ben blij dat ik dit territorium weer mag verkennen.”

Het wordt zijn eerste Macbeth. Toch heeft Albrecht een uitgesproken mening over de bloederige Shakespeare-opera. Hij hekelt de „vulgaire” uitvoeringen waarin de nadruk ligt op het geweld in plaats van de ontwikkelingen die de karakters doormaken. „De overpowered Verdi”, noemt hij dat. „Overdreven effecten, dynamiek en tempi.” Hij trekt een vies gezicht. „Er zijn echt tradities waar we vraagtekens bij moeten zetten. Als Duitser kan ik daar met meer afstand naar kijken. Ik wil dichter blijven bij wat er geschreven staat. We moeten vertrouwen hebben in de intenties van de componist.”

Marc Albrecht (Hannover, 1964) vertelt een dag voor de première tussen de repetities door over ‘zijn’ Macbeth in de kantine van ‘zijn’ DNO – sinds 2011 is hij zowel chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest (dat hij ook in deze productie leidt) als de opera aan het Waterlooplein in Amsterdam. Er heerst een uitgelaten sfeer. Door de ruimte schallen flarden uit het heksenkoor uit de eerste akte.

„Wat me het meest interesseert aan Verdi’s Macbeth, is dat het tegelijkertijd een van zijn donkerste en een van zijn zachtste opera’s is”, zegt Albrecht. „Verdi creëert een nevelig, delicaat klankweefsel. Hij is heel slim in zijn kleurgebruik. De althobo zet hij alleen in op beslissende momenten. De harp speelt geloof ik maar een minuut in het hele stuk, maar als de harp dan klinkt, is het zó waardevol. Dat is psychologie: Verdi speelt met uitstel.”

De regie van Andrea Breth sluit daar uitstekend op aan, vindt Albrecht. Het is de tweede keer dat ze samenwerken, vorig seizoen oogstten ze lof met Prokofjevs De speler, eveneens bij DNO. „Breth heeft een analytische blik, een heldere visie op de karakters. Haar werk is een studie van de menselijke ziel.”

Of het weer zo goed werkt of niet, over één ding zal Albrecht zich in ieder geval moeten verantwoorden. Hij kiest ervoor om twee versies te mengen: hij gaat uit van de gereviseerde versie die Verdi in 1865 voor Parijs maakte, maar schakelt vijf minuten voor het einde over naar de oorspronkelijke versie uit 1847. Waarom? „We wilden geen groot koor, geen tableau in de finale. Zo’n overwinningslied tot slot doet afbreuk aan het drama.”

Kunnen we meer Verdi van Albrecht verwachten? Ja: in september staat bij het Nederlands Philharmonisch het Requiem op het programma. Maar als volgend seizoen Il trovatore wordt opgevoerd, staat die productie onder muzikale leiding van Maurizio Benini. Albrecht: „Verdi is een fascinerende componist, een fascinerende persoonlijkheid. Ik wil me absoluut meer met hem bezighouden. Je kunt geen operahuis runnen zonder hem.”