‘Jeugdwet biedt kinderen onvoldoende privacy’

Een jeugdwerker voorafgaand aan een protestmars tegen de gevolgen van de Jeugdwet. Foto ANP / Martijn Beekman

De privacy van kinderen is in de Jeugdwet onvoldoende geborgd. Dat zeggen beroepsverenigingen van psychologen en pedagogen, alsmede het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).

Het is mogelijk dat gemeenteambtenaren zien aan welke aandoening een kind lijdt, bijvoorbeeld of het een depressie heeft. Daarom zien ouders soms af van de behandeling van hun kind. De verantwoordelijke ministeries, VWS en Veiligheid en Justitie zeggen toe dat de Jeugdwet zal worden “verduidelijkt.”

Onduidelijkheid over rekening

Het probleem schuilt in de financiële afhandeling. Sinds 1 januari moeten psychologen en pedagogen de rekeningen voor hun behandelsessies niet meer indienen bij de zorgverzekeraar, maar bij de gemeenten. Op die rekeningen staat privacygevoelige informatie, zoals naam en adres van het kind. Dat was vóór 2015 ook al zo: de betaler van de jeugdzorg heeft zulke privégegevens nodig om hun uitgaven bij te houden. Wat zich, volgens het CBP en de beroepsverenigingen, wreekt is dit: sinds 1 januari, toen de Jeugdwet inging, is niet langer duidelijk welke privégegevens en behandelinformatie wel en welke niet op de rekening mogen komen te staan.

En dus bepalen de 393 gemeenten dat nu zelf. Sommige gemeenten willen de rekeningen pas vergoeden als behandelaars niet alleen de naam en het adres van het kind is vermeld, maar ook de aandoening waarvoor het wordt behandeld. Piet de Vries (7): behandeld voor adhd. Anna Jansen (12): depressie.

Lees het hele artikel in NRC Handelsblad (€)