De mission impossible van gezant Robert Serry

De Nederlandse diplomaat moest als VN-gezant in het Midden-Oosten vrede zien te brengen tussen Israël en de Palestijnen. Maar tot drie keer toe volgde een oorlog.

Robert Serry in oktober 2010, bij de olijvenoogst in het Palestijnse dorp Turmus Aya op de Westeljke Jordaanoever. Foto Abbas Momani/AFP

In de hal van het koloniale hoofdgebouw van de Verenigde Naties in Jeruzalem neemt Robert Serry plaats op een tweezitsbankje. Het is een van zijn laatste werkdagen, en dat brengt onvermijdelijk herinneringen naar boven. „Hier zat ik ook ten tijde van de Gaza-oorlog van vorige zomer. Had ik Kerry aan de lijn. Belden we samen Bibi, om over een staakt-het-vuren te onderhandelen.”

Met de Amerikaanse minister John Kerry (Buitenlandse Zaken) en de Israëlische premier Benjamin ‘Bibi’ Netanyahu zijn twee hoofdrolspelers genoemd van Serry’s termijn. De Nederlandse diplomaat was zeven jaar lang Midden-Oostengezant van de Verenigde Naties. Drie vredesinitiatieven maakte hij mee, zonder uitzondering gevolgd door een oorlog in de Gazastrook.

Meestal deed Serry zijn werk betrekkelijk onopgemerkt, maar vorig jaar kwam hij een aantal keer zelf in het nieuws. In maart, toen hij – oud-ambassadeur in Kiev – gevraagd was te bemiddelen in het conflict tussen Rusland en Oekraïne, en van de Krim werd verjaagd door pro-Russische separatisten. In juni, toen de Israëlische minister Lieberman (Buitenlandse Zaken) hem het land uit wilde zetten. In juli, toen hij betrokken was bij onderhandelingen over een staakt-het-vuren in de Gazaoorlog. En in oktober, toen hij naamgever werd van het ‘Serry-mechanisme’, waarmee Gaza na de oorlog bouwmaterialen kon invoeren.

Over het eerste incident, op de Krim, wil Serry niet veel meer kwijt. „Gezien mijn achtergrond had de secretaris-generaal van de Verenigde Naties mij gevraagd tijdelijk naar Kiev te gaan om bij te dragen aan deëscalatie van de gerezen spanningen. Toen ik naar de Krim doorreisde, had Oekraïne de controle over het schiereiland al verloren. Sindsdien is de situatie verder verslechterd. Ik maak me diepe zorgen.”

In het Midden-Oosten had Serry het vervolgens druk genoeg, te beginnen met de opmerkingen van Lieberman. Serry, met gevoel voor understatement: „Dat was natuurlijk niet leuk, om bijna het land uit getrapt te worden.” De minister beweerde dat Serry geld aan Hamas had gegeven voor de betaling van ambtenaren. „Dat was onwaar. Hij had zijn collega van Defensie kunnen bellen, dan had hij geweten hoe het zat.”

Zo zat het: Serry had geïnformeerd wat Israël ervan zou vinden als de Verenigde Naties zouden bemiddelen in de salarissencrisis. Sinds een jaar kregen Hamas-ambtenaren niet meer betaald. De voormalige ambtenaren van Fatah, die al acht jaar niet werken, kregen wel loon. Dat is een recept voor onrust, aldus Serry. „Ik denk zelfs dat het een belangrijke factor was voor het uitbreken van de Gaza-oorlog, een maand later.”

In oktober faciliteerden de Verenigde Naties alsnog een eenmalige, ‘humanitaire’ uitkering aan de Hamas-ambtenaren, met Qatarees geld. Maar intussen was er die bloedige oorlog, met meer dan tweeduizend doden. En ook toen had Serry een rol. Officieel onderhouden Israël en Hamas geen contact. Gezocht werd naar iemand die zou kunnen bemiddelen, iemand die door beide partijen werd gerespecteerd.

Robert Serry: „Wij onderhouden wel contacten met Hamas, dat is inmiddels algemeen bekend. Het is een non-state actor, door Nederland en andere landen beschouwd als een terreurbeweging. Wij zijn het niet eens met de doeleinden van Hamas. Maar als het nuttig is, moet je praten.”

En praten deed Serry. Na negen dagen onderhandelen had hij een onderonsje met de Israëlische generaal Yoav Mordechai, de ‘coördinator van overheidsactiviteiten in de gebieden’. „Hij vroeg mij: als jij nou een publieke oproep doet aan de Israëlische bevolking, dan zal ik mijn best doen bij het veiligheidskabinet.” Het Israëlische veiligheidskabinet bestaat uit de acht meest betrokken ministers bij de veiligheid van het land.

Serry herinnert zich dat het gesprek met Mordechai plaatsvond nog voordat Israëlische troepen de Gazastrook waren binnengetrokken. „Het was eigenlijk een proefballon, om te kijken of de grondoorlog kon worden voorkomen.” De inspanningen leidden tot een staakt-het-vuren van vijf uur – dat werd nageleefd. „Maar toen ik Gaza binnenreed voor een verlengingspoging, vlogen de Qassam-raketten van Hamas al weer over mijn hoofd. Het was een mission impossible.”

Hannibal-protocol

Het tweede staakt-het-vuren duurde twaalf uur, maar werd toen opnieuw verbroken. „Vooral Kerry spande zich in voor een langer bestand, van 72 uur, om Egypte in de gelegenheid te stellen de partijen bijeen te roepen voor een duurzamer bestand.” Dat leek te lukken; de Nederlandse diplomaat ging slapen met een gevoel van euforie, vertelt hij. „Maar dan word je wakker. In de vroege ochtend, enkele uren nadat het bestand was ingegaan, bleek Hamas drie Israëlische soldaten te hebben doodgeschoten. Een vierde werd vermist. Dan weet je hoe Israël reageert, met het Hannibal-protocol.”

Dat protocol houdt in dat alles in het werk wordt gesteld om een vermiste soldaat terug te halen. Deze tegenactie kostte 130 tot 150 Palestijnen in de zuidelijke stad Rafah, veelal burgers, het leven. De dag is bekend komen te staan als Zwarte Vrijdag.

De Gazastrook was kapotgeschoten. Er was cement nodig voor de wederopbouw, maar Israël vreesde dat Hamas daar tunnels van zou bouwen naar Israëlisch grondgebied. Weer werd de hulp van diplomaat Serry ingeroepen. Via hem sloten Israël en de Palestijnse regering van nationale eenheid – met medeweten van Hamas – een akkoord over de invoer van bouwmaterialen, na intensieve controle door de Verenigde Naties van de bestemming ervan: het Serry-mechanisme.

Ruim een half jaar later is de herbouw van Gaza nog maar weinig opgeschoten. Dat is niet de schuld van zijn mechanisme, zegt Serry. „Van 75.000 huiseigenaren is de aanvraag goedgekeurd, tien- tot vijftienduizend moeten nog. We weten hoeveel cement ze nodig hebben. Het probleem is dat het beloofde donorgeld niet doorkomt.”

De diplomaat laat enig optimisme doorklinken: de ambassadeur van Qatar heeft Gaza bezocht. Dat Golfstaatje was de grootste donor, met een toezegging van 1 miljard dollar. Serry: „Er zijn tekenen dat de reconstructie eindelijk goed op gang komt.”

Tweestatenoplossing

Terugkijkend op zeven jaar kan Serry moeilijk zeggen dat zijn hoofddoel, meehelpen aan vrede tussen Israël en de Palestijnen, is gerealiseerd. Sterker nog: de tweestatenoplossing lijkt verder weg dan ooit. Eén dag voor de Israëlische verkiezingen van drie weken geleden nam de Israëlische premier Netanyahu openlijk afstand van een tweestatenoplossing. Inmiddels, na zijn verkiezingswinst, heeft hij die woorden ten overstaan van de Verenigde Staten alweer genuanceerd. Maar Serry is er niet gerust op. „We zitten nu in de grootste crisis van de tweestatenoplossing.”

Er moet een alternatief komen voor de telkens mislukkende onderhandelingen, zegt Serry. Volgens de Nederlandse diplomaat moet ook de internationale gemeenschap haar rol hierin evalueren. „Ik heb soms het gevoel dat die onderhandelingen werken als tranquillizer: zolang er wordt onderhandeld, lijkt iedereen gerustgesteld.”

De twee grote obstakels voor een oplossing, zegt hij, zijn de illegale Israëlische nederzettingen – „Ongelooflijk: over de gehele West Bank zie je hilltops met nederzettingen erop” – en de Palestijnse verdeeldheid. Het probleem is dat Israël en de Palestijnen niet eens overeenstemming kunnen bereiken waarover de onderhandelingen precies moeten gaan.

„Ik zou tegen de internationale gemeenschap zeggen, ook voor haar eigen geloofwaardigheid: wordt het geen tijd om een salomonsoordeel te vellen? Leg de partijen maar eens een onderhandelingsraamwerk voor, met parameters voor Jeruzalem, de Palestijnse vluchtelingen, grenzen en veiligheid.”

Zelf gaat Serry terug naar Nederland, waar zijn vrouw en kinderen op hem wachten. Hij besluit zijn termijn niet zonder trots: de Palestijnse president Abbas heeft hem gedecoreerd met de Ster van Jeruzalem, de hoogste Palestijnse onderscheiding. Nu maar hopen dat Israël daar geen aanstoot aan neemt, verzucht Serry. „Ik ben opgelucht dat er een eind is gekomen aan mijn bemiddelende rol tussen Israël en de Palestijnen.” Hij lacht. „Het was héél moeizaam.”