Aantal problematische jeugdgroepen ook afgelopen jaar gedaald

Een wijkagent in Utrecht doet zijn ronde langs de verschillende hangjeugdgroepen in de stad. Foto ANP / Ilvy Njiokiktjien

De daling van het aantal geregistreerde problematische jeugdgroepen, die sinds 2009 aan de gang is, heeft zich ook afgelopen jaar voortgezet. Dat blijkt uit een rapportage die het ministerie van Veiligheid en Justitie vanochtend naar de Tweede Kamer stuurde. Het afgelopen jaar daalde het aantal problematische jeugdgroepen met ruim achttien procent ten opzichte van 2013.

Het aantal problematische jeugdgroepen is sinds 2009 met 64 procent gedaald. In dat jaar waren er nog 1760 van die problematische jeugdgroepen, inmiddels is dat aantal gedaald naar 623.

Het ministerie maakt bij het registreren van het aantal problematische jeugdgroepen onderscheid tussen ‘hinderlijke’ jeugdgroepen (rondhangen, herrie maken), ‘overlastgevende’ jeugdgroepen (provocaties, vernielingen, lichte criminaliteit) en ‘criminele’ jeugdgroepen (zwaardere criminaliteit en geweld). In al deze categorieën was het afgelopen jaar een daling te zien. Het aantal hinderlijke jeugdgroepen daalde met 20 procent, het aantal overlastgevende met 11 procent en het aantal criminele met 27 procent.

Sinds aantal jaren speciale aanpak

In 2009 kwam het ministerie met een speciale aanpak van jeugdgroepen die de afgelopen jaren door het hele land is uitgerold. In Amsterdam, Den Haag en Utrecht kwam speciaal beleid, gericht op het bestrijden van criminaliteit in de groepen, maar ook op begeleiding van de jongeren naar school of werk. Ook worden broertjes en zusjes van de problematische jongeren in de gaten gehouden, omdat zij grotere kans lopen in een jeugdgroep verzeild te raken. Deze aanpak is sindsdien overgenomen in meerdere gemeenten. Wijkagenten zijn verantwoordelijk voor de inventarisatie van het aantal problematische jeugdgroepen.