1 tot 1,5 miljoen mensen over de kling jagen is geen ‘kwestie’, maar genocide

ALMELO - Belangstellenden bij de onthulling van een monument bij de Armeense kerk ter nagedachtenis aan de Armeense genocide in 1915. Illustratie Vincent Jannink / ANP

De Armeense genocide is dinsdagmiddag onderwerp van vier moties. Kamerleden moeten de regering verbieden het Turkse eufemisme ‘Armeense kwestie’ nog langer in de mond te nemen. In Nederland wonen 25.000 Armeniërs en 20.000 Arameeërs voor wie deze misdaad een even grote realiteit is als de Holocaust voor de Joodse Nederlanders, betoogt mensenrechtenactivist Aziz Beth Aho.

De genocide begon in april 1915 en kostte aan 1 tot 1,5 miljoen Armeniërs, Arameeërs en Ponto-Grieken het leven. Eerst werden de intellectuelen en leiders opgepakt, de mannen ontwapend, opgepakt en vermoord. De vrouwen en kinderen stierven in verschrikkelijke marsen richting de Syrische woestijn, na verkrachtingen. De meest onbeschrijflijke moordpartijen werden aangericht door Ottomaanse troepen.

Op woensdag 1 april vond in de plenaire zaal van de Tweede Kamer een heftig debat plaats over twee woordjes. De woordjes ,,kwestie van”. Twee heel beladen woordjes, omdat ze het verschil aangeven tussen het al dan niet erkennen van de massamoord, die deze maand honderd jaar geleden begon, op de Armeense, Aramese en Ponto-Griekse christenen in het toenmalige Ottomaanse Rijk als genocide.

Genocidewetenschappers en talrijke regeringen in de hele wereld spreken van de ‘Armeense Genocide’; de regering van Turkije noemt het de ‘Armeense Kwestie’ en de Nederlandse regering tracht een middenweg te bewandelen door te spreken van de ‘kwestie van de Armeense genocide’.

Lees verder (€)