Wat doet die man daar in de bosjes?

Hij doet aan geocachen, het moderne spoorzoeken. Hij is op zoek naar een schat.

Aan de hand van coördinaten, met behulp van gps, op zoek naar een cache, zoals een schat bij geocachen heet. Foto: Mieke Meesen

In zijn onderbroek en op sandalen staat hij in het water. Glibberend baant mijn vader zich een weg door de waterplanten aan de rand van het meertje, de tunnelbuis in die het water onder de weg door leidt. In het midden van de buis heeft iemand coördinaten geschreven, en die zocht hij. Op de kant noteert mijn moeder wat hij vanuit de tunnelbuis roept. „Het was nogal eng in die buis”, zegt mijn vader later. „Maar daarna werd het pas echt een ramp.”

Wie een man van ergens in de zestig, meestal gehuld in groene jas en met een hoed op, ziet rondscharrelen bij bosjes, bankjes of bruggetjes in de omgeving van Nijmegen, hoeft zich niet direct zorgen te maken. Het zou zomaar mijn vader kunnen zijn. Hij gedraagt zich misschien een beetje verdacht, maar hij heeft een onschuldige hobby: geocachen.

Geocachen (zeg: djieokesjen) is een spel – sommigen noemen het een sport – waarbij naar een ‘schat’ wordt gezocht met behulp van gps-coördinaten. Overal liggen schatten, caches, verstopt. Volgens geocaching.com, waar veruit de meeste caches zijn geregistreerd, zijn het er in Nederland nu ruim 31.000 – wereldwijd liggen er 2,5 miljoen verstopt.

Geocachen doe je buiten, maar het spel kan niet zonder internet. Bij traditional caches vindt de zoeker online de coördinaten van de schat. De kunst voor de cache-legger is om de cache zo moeilijk of origineel mogelijk te verstoppen op de plek waarvan hij de coördinaten aanmeldt op de site. Voor andere soorten caches moet je eerst aan het werk voordat je de coördinaten van de vindplaats te weten komt: thuis een puzzel oplossen, in het geval van een mystery cache, of een speurtocht volgen langs meerdere, onderweg te ontcijferen, coördinaten in het geval van multi cachesmulti’s in het jargon.

Hint

Een multi met de naam ‘De vogel in zijn kooi’ heeft mijn vader zo gek gekregen aan de waterkant zijn broek uit te trekken. Een uur daarvoor zeulde hij een ladder naar een boom om daar een coördinaat uit te halen. De aanwijzing in de tunnelbuis bracht mijn ouders naar een spoorwegovergang. Daar zochten ze tevergeefs naar nieuwe coördinaten. Een paar keer ging mijn vader terug om te zoeken. Hij drentelde bij de spoorwegovergang. Een agent sprak hem argwanend aan – hij had toch geen zelfmoordneigingen? Gefrustreerd mailde mijn vader de cachelegger om een hint. ‘Wacht tot de trein komt’, kreeg hij te horen. En ja hoor, toen de spoorboom naar beneden ging, zag hij aan de achterkant een sticker, met daarop een nieuw coördinaat.

Je moet wel gek zijn om dit leuk te vinden.

Toch zoeken duizenden mensen in Nederland regelmatig of af en toe een geocache. Lang niet alle caches zijn zo moeilijk te vinden als ‘De vogel in zijn kooi’. De locatie of de speurtocht ernaartoe geeft meestal een mooi kijkje in een stuk natuur, dorp of stad. Geocachen maakt een ‘gewone’ wandeling of fietstocht net wat leuker.

Het spel bestaat volgende maand vijftien jaar. Vanaf 1 mei 2000 was het gps-signaal niet meer exclusief door het Amerikaanse leger te ontvangen maar voor iedereen met een gps-apparaat. Een paar dagen later al werd in Amerika de eerste geocache verstopt.

Gepensioneerden hebben alle tijd om deze hobby uit te oefenen, maar het is ook een geliefd tijdverdrijf voor gezinnen met jonge kinderen (schatzoeken, hoe gaaf!) en vooruit, ik (28) doe het zelf ook weleens met vriendinnen.

Wilxlii Carrotte

„Maar dat zijn allemaal geen échte geocachers”, vindt Willem Heeringa (72), onder mede-cachers beter bekend als Wilxlii Carrotte, zijn gebruikersnaam op geocaching.com. Sinds hij in 2003 begon met de hobby, vond hij 20.700 verschillende caches. Toen hij in 2010 zijn tienduizendste cache vond, was hij de eerste in Nederland met een getal van vijf cijfers achter zijn naam.

Heeringa heeft een dagtaak aan het zoeken van caches en het schrijven van ‘logs’, verslagen van zijn cache-avonturen. Hij schat dat er zo’n vijfhonderd andere mensen in Nederland zijn die er net zo gek mee zijn als hij.

Zoeken is natuurlijk alleen leuk als iemand iets heeft verstopt. Heeringa heeft in de loop der jaren een stuk of zeventig geocaches verstopt, veel in de buurt van Delft, waar hij woont. Daarvan zijn er nu nog 25 in bedrijf. „Het is aan te raden om ze in je eigen leefomgeving te verstoppen, want je moet ze ook onderhouden”, zegt hij. Een aanwijzing kan wegwaaien of worden overgeschilderd. Soms worden caches gevonden door mensen die het spel niet kennen en worden ze vernield.

Op geocaching.com wordt de status van elke cache minutieus bijgehouden. De site staat centraal in het geocachen. Hij wordt gerund vanuit Amerika en lokale vrijwilligers monitoren de caches. Als geocachers in hun log bij een cache opmerken dat een onderdeel van de cache niet (meer) klopt dan gaat hij ‘in onderhoud’. Te lang niet onderhouden betekent archivering. De cache staat dan nog wel achter de namen van de vinders, maar nieuwe vinders kunnen hem niet meer registreren als gevonden. Dat gebeurt ook met caches waarvoor eigen regeltjes zijn verzonnen.

De harde hand van geocaching.com zorgt wel eens voor gemor. „Ze zijn soms dictatoriaal bezig”, zegt Heeringa. Maar uiteindelijk moeten de geocachers inbinden. Zonder deze site is geocachen vrijwel onmogelijk, er zijn nauwelijks goede alternatieven.

Speelgoedduikboot

Heeringa verstopt alleen nog nieuwe caches als hij echt een goed idee heeft. „Laatst heb ik nog een serie verstopt waarvan de punten op de kaart een wortel vormen, naar mijn cachenaam.” De lat ligt hoog. Enthousiast vertelt hij over een cache in Schoonhoven, die onder water was verstopt in een speelgoedduikboot van wel een meter lang. Ingenieus vond hij een cache in een koekoeksklok hoog in een boom, die naar beneden kwam door een batterij tegen een stroomdraad dat langs de boom hing te houden. Leuke caches, maar de makers ervan haken na een tijdje vaak gedesillusioneerd af, vertelt Heeringa. „Er is altijd wat mee, het is te veel gedoe.”

Wat vinden de eigenaren van het land van al dit gepruts in bomen en gegraaf in de grond? Cacheleggers zijn zelf verantwoordelijk voor de toestemming van de landeigenaar. Bij Staatsbosbeheer rinkelt dus regelmatig de telefoon. „We geven geocachen zo veel mogelijk de ruimte”, zegt woordvoerder Imke Boerma. „Eigenlijk is de enige restrictie dat de natuur niet te veel verstoord mag worden, dus geen caches vlakbij een dassenburcht bijvoorbeeld.” Ook de meeste gemeenten kennen het fenomeen inmiddels.

Waar zoeken geocachers nou precies naar? Een cache kan zo groot zijn als een schoenendoos of zo klein als het knopje van een deurbel. Goed zoeken dus. Afhankelijk van hoeveel ruimte er is, zit er een klein logrolletje in of een groter logboek (je logt online én ter plaatse op papier) en vaak ook nog wat ‘trackables’: munten of kleine knuffeltjes met een code erop of eraan.

De trackables vormen een spel op zich, ze reizen de hele wereld rond. Vinders van een trackable nemen die mee naar huis, geven op geocaching.com aan in welke cache ze hem vonden en later ook in welke cache ze hem weer achterlieten.

Mijn moeder is zelf niet zo’n reiziger, maar een van haar trackables tot haar verrassing wel. Haar sleutelhanger in de vorm van een muis heeft al bijna vijftigduizend kilometer afgelegd. Begonnen in een geocache om de hoek, reisde hij naar Chili, door heel Scandinavië en inmiddels zit hij in Adelaide, Australië. Van over de hele wereld uploaden andere geocachers foto’s. Van de muis bij een blokje kaas.