Waaihonden

Er zal deze zondag meer gebeden worden aan de voet van de Oude Kwaremont dan op het Sint Pietersplein in Rome. Pasen en de Ronde van Vlaanderen zijn twee hoogdagen in een. In religieuze gevoeligheid scheelt het weinig. De Ronde is voor duizenden wielerliefhebbers als een pelgrimage. Ze zoeken zelf het grillige parcours op en trotseren stront, regen en wind als kwam de hele snert uit Ibiza aangewaaid. Mannen, vrouwen en kinderen slingeren mee met de kronkelwegen, van bult naar bult, van de Taaienberg naar de Koppenberg. Ze laten zich ontroeren door karrensporen en gevilde kasseien. In dat wonderschone landschap van de Vlaamse Ardennen met nederige huisjes en lage luchten die een filmische intimiteit oproepen, wordt eeuwigheid tastbaar. De negentiende eeuw blijft duren, in de existentiële onbereikbaarheid van een pastorale.

De Ronde ornament van de Vlaamse volksziel, maar er heeft ook een zielsverhuizing plaatsgevonden. Italianen, Nederlanders en Noren zijn gebeten door Vlaanderens mooiste. Alexander Kristoff en Luca Paolini doen als kasseivreters niet onder voor Sep Vanmarcke en Greg Van Avermaet. Niet in ambitie, niet in enthousiasme. Lars Boom, die met de souplesse van een crosser goed uit de voeten kan op kronkelige veldwegen, zou zijn ziel verkopen voor winst in deze paasklassieker. Ik schat hem voor zondag best kansrijk in. Oud-winnaar Fabio Baldato verwacht trouwens meer Nederlands geweld in de Vlaamse heuvels. „De Ronde is een koers voor waaihonden. Nederlanders weten wat waaiers zijn en hoe je met de wind moet spelen.” Jan Raas was als geen ander toegesneden op het Vlaamse windmonster. Hij ruilde een demarrage op de Cauberg graag in voor een solo op de Bosberg. Meer dan in politieke en culturele gremia zie je in deze klassieker nog iets terug van een substraat ‘Lage Landen’.

Zoals bij alle religieuze feestdagen ligt ook in de Ronde de vloek om de hoek: Tom Boonen en Fabian Cancellara door blessures uitgeschakeld. Zij de absolute grootmeesters van het Vlaamse bochtenwerk die zeer gebrand waren op nog een laatste kunstje. Voorjaarsklassiekers vallen perfect binnen hun territoriale instinct.

Bij de Ronde hoort de Matthäus Passion, niet de door commercie ingehuurde dweilorkesten. Passie, drama en heroïek in elkaars verlengde. Leven en sterven bij een leeglopende tube of hongerklop.

Opera.

Dat vraagt om roestige koppen en bonkige jukbeenderen. De Noor Alexander Kristoff is gebeiteld naar dit beeld. Hij is dé topfavoriet. Sep Vanmarcke van de Nederlandse Lottoploeg heeft ook de uitstraling van een oude eik, maar mist de sprintsnelheid van Kristoff. En hij heeft weinig helpers in steun die een finale kunnen rijden. De derde gegadigde op het podium is oud-wereldkampioen veldrijden Zdenek Stybar. Wie de Strade Bianche wint, kan ook de Ronde winnen. Alleen heeft de Tsjech in Niki Terpstra geen betrouwbare helper. Terpstra koerst de laatste tijd onder een ingebeeld baldakijn. De eigenheimer begint renners en ploegleiders van Etixx-Quik.Step lichtjes te irriteren. Geboren kopman, dat nog wel, maar il y a la manière, zeggen ze in het Frans. De andere renners van de ploeg zijn ook geen domme stoempers.

Sommigen noemen de Ronde van Vlaanderen een nichekoers. Voor renners met specifieke eigenschappen, te beginnen met kasseivriendelijke benen en grote stuurvaardigheid. De wereldtoppers van de grote rondes zie je zelden langs Vlaamse velden jakkeren. Tsja, Usain Bolt komt ook niet trainen op de Kwaremont. In een niche ontstaat meer vermaak dan heroïek en de Ronde is nooit anders geweest dan voortzetting van de oorlog met andere middelen, nu dan in voetriempjes of klikpedaal.

Alle dorpjes in het Vlaamse heuvelland zijn afgezoomd met kerkhoven. In de Ronde is het sterven altijd nabij.