Vruchtbaar: maar één zomernacht per jaar

De struik Ephedra wil alleen bestoven worden in juli, bij volle maan. Dat is net ontdekt.

Het is een rommelige en woekerende struik, zonder bloem of blad. Maar één zomernacht per jaar, bij volle maan in juli, fonkelt dit verre familielid van de conifeer. Druppels op de kegels van de struik schitteren als parels in het maanlicht. Insecten komen op die glinsterende druppels af en bestuiven daarna de plant.

Dat schreven twee botanici van de Universiteit van Stockholm, Catarina Rydin en Kristina Bolinder, woensdag in Biology Letters. De bestuivingswijze die zij beschrijven is uniek – geen enkele andere plant lokt insecten met maanlicht.

De fonkelstruik heet Ephedra foeminea en groeit rond de Middellandse Zee en in het Midden-Oosten, op kliffen, in ravijnen en op rotsen. De struik maakt deel uit van de Ephedrafamilie, soms zeedruif genoemd. Uit de stengels van sommige Ephedraplanten wordt efedrine gewonnen, een omstreden afslankmiddel dat hartklachten kan veroorzaken. De twee Zweedse onderzoekers ontdekten bij toeval dat deze struik alleen in het schijnsel van de volle maan vruchtbaar is. De struiken vormen geen bloemen. In plaats daarvan produceren de kegels van de struik zoete druppels. Als stuifmeel in zo’n druppel gevangen raakt, wordt het naar het binnenste van de kegel getransporteerd en is de kegel bevrucht.

Duizenden druppels schitteren

Het Zweedse duo wilde weten in welke tijd van het jaar de struiken in Kroatië en Grieks Macedonië bestuivingsdruppels afscheiden. „We wisten van tevoren alleen dat deze soort in juli door insecten bestoven wordt”, zegt botanicus Catarina Rydin. Voor alle andere Ephedrasoorten, die door de wind bestoven worden, is de druppeltijd goed te voorspellen, maar deze struik gedroeg zich grillig. In 2013 braken de botanici hun expeditie af zonder dat ze één druppel gezien hadden.

Pas vorige zomer viel alles op zijn plek. Bij volle maan zagen Rydin en Bolinder duizenden druppels schitterden in het donker. Rydin: „Het contrast met de volledige duisternis bij nieuwe maan, toen er niets interessants te onderzoeken viel, was zo groot. We stonden versteld!” De timing van de Ephedrastruik is perfect, schrijven Rydin en Bolinder. Zelfs onvolwassen knoppen produceren bij volle maan een druppel.

De kans is klein dat de struik de volle maan zou missen door een voorbijschuivende wolk. Het Balkanklimaat is stabiel: zomers zijn warm en helder. De plant groeit bovendien ver weg van dorpen en steden, op open plekken met weinig schaduw.

Maar hoe weet de struik wanneer het volle maan is? „We hebben geen idee”, zegt Rydin. „We weten dat planten extreem gevoelig zijn voor licht. En misschien kunnen ze met hun wortels de stand van de maan afleiden uit veranderingen in het zwaartekrachtsveld. Plantenfysiologen moeten dat nu uitzoeken.”

De plant doet al die moeite om insecten te lokken met flonkerende kegeldruppels, denken Rydin en Bolinder. Ze zouden niet weten hoe de struik anders zijn bestuivers trekt. De plantjes hebben geen geur en zijn ’s nachts slecht zichtbaar.

„Een ontzettend interessante hypothese”, vindt Timo van der Niet, bestuivingsbioloog bij Naturalis in Leiden. „Dat sommige bloemen ’s nachts bloeien is bekend, maar ik heb nog nooit van een plant gehoord die alleen bij maanlicht bestoven wordt.”

Maar bewezen is de theorie nog niet: „Of er daadwerkelijk bestuiving plaatsvindt door insecten bij volle maan, moet nog blijken”, zegt Van der Niet. „De onderzoekers hebben daarvoor nog geen experimenteel bewijs geleverd.”

Rydin en Bolinder gaan de evolutionaire geschiedenis van de struik nu verder uitpluizen. Omdat alle andere Ephedra’s door de wind bestoven worden, vermoeden de twee dat maanbestuiving een antiek bestuivingssysteem is. De oudste fossielen van Ephedraplanten stammen uit het vroege Krijt (145 tot 100 miljoen jaar geleden). De groep overleefde ternauwernood de meteorietinslag die 66 miljoen jaar geleden de meeste dinosauriërs uitroeide.