Vriend óf vijand, zo is het niet langer

De Pax Americana is een illusie en ons beleid in de regio is incoherent, zeggen diplomaten. Zie Iran: bondgenoot in het ene conflict en tegenstander in het andere. „Het principe was: steun je vrienden, wees voorspelbaar. Dat zie ik niet meer terug.”

Deze week leek oorlog iets verder weg. Het akkoord in Lausanne over het Iraanse atoomprogramma was volgens de Amerikaanse president Barack Obama „een kwestie van oorlog en vrede”. Donderdagmiddag, vlak na de bekendmaking van het voorlopige akkoord, sprak Obama ruim twintig minuten in de Rose Garden van het Witte Huis. Hij ging in op het „historische akkoord”, maar maakte vooral een breder punt: diplomatie, zei hij, heeft deze week bewezen internationale conflicten op te lossen.

Obama had „een simpele vraag” voor alle critici, vooral de Republikeinen: „Denk je nou echt dat dit akkoord, gesteund door de machtigste landen ter wereld, een slechter idee is dan het risico van nóg een oorlog in het Midden-Oosten?”

Wat Obama niet noemde, zegt Micah Zenko, vooraanstaand analist van de denktank Council on Foreign Relations, is dat de Verenigde Staten vorige week juist een ándere oorlog in het Midden-Oosten zijn begonnen. In Jemen is bondgenoot Saoedi-Arabië, met andere Arabische landen, een oorlog begonnen tegen shi’itische Houthi-rebellen. Amerika levert de inlichtingen, onder meer via onbemande vliegtuigen die boven Jemen cirkelen. Saoedi-Arabië krijgt het oorlogstuig van Amerika. Dat de oorlogsdoelen onduidelijk zijn – totale capitulatie van de Houthi’s, behoud van olievelden? – neemt Obama voor lief.

Zenko: „Jemen is Obama’s oorlog geworden. Alleen de soldaten levert Amerika niet. We krijgen nu het verhaal voorgeschoteld dat Obama oorlogen heeft beëindigd of voorkomen. ‘Jemen’ past niet in dat beeld. Daarom was daar geen persconferentie over, geen speech of tromgeroffel. Er was alleen een persbericht van Obama’s Nationale Veiligheidsraad, waar je zo overheen kijkt. Het publiek weet er niet van. Het Congres heeft niet eens gevraagd of dit wel een goed idee is.”

En debat, zegt Zenko, is nu juist hard nodig. Over oorlog en vrede, maar vooral over Obama’s inmiddels onnavolgbare Midden-Oostenbeleid. „Daar is gewoon geen touw meer aan vast te knopen.”

Wanhoop

Micah Zenko staat niet alleen. Loop deze week rond bij de denktanks in Washington, waar ze gewend zijn ingewikkelde internationale kwesties te analyseren, en de wanhoop is van de gezichten af te lezen. Op praatsessies met onheil-spellende titels als ‘Making Sense of the Middle East’, iets begrijpen van het Midden-Oosten, vragen ze zich af: wie zijn nog Amerika’s vrienden? En wie de vijanden?

Neem Iran. Amerika helpt mee in de oorlog tegen de Houthi’s in Jemen, die de sympathie hebben van Iran, vecht met Iran in Irak, en onderhandelt intussen met Iran over afbouw van het Iraanse atoomprogramma. Afgelopen week is de stad Tikrit door het Iraakse leger en door Iran gesteunde shi’itische milities veroverd op Islamitische Staat, geholpen door Amerikaanse bombardementen. De samenwerking met Iran leidt tot groot ongemak bij twee van de weinige vrienden die Amerika in de regio heeft: Saoedi-Arabië en Israël.

Syrië dan? Amerika wil Assad weg hebben, die door Iran gesteund wordt. Maar het wil ook de sunnitische Islamitische Staat vernietigen, dat tegen Assad vecht. Tot nu toe wordt alleen IS gebombardeerd, en Assad met rust gelaten. Wat er nog over is van de ‘gematigde’ oppositie, de enige partij die nog steun heeft van de VS, voelt zich in de steek gelaten en werkt samen met het aan Al-Qaeda gelieerde Nusra-front.

„Het is nog nooit zo ingewikkeld geweest”, zegt oud-diplomaat Dennis Ross, Midden-Oosten gezant van Bill Clinton, en architect van Obama’s buitenlandbeleid in diens eerste jaren, vanaf 2008. „Het beleid is niet coherent, omdat de regio niet coherent is. In de decennia dat ik diplomaat was, hadden we meestal één crisis in het Midden-Oosten. Nu hebben we er vijf.”

Onder president George W. Bush (vanaf 2000) leek het simpeler. Bush maakte een glashelder onderscheid tussen vrienden en vijanden, en liet zich leiden door ideologen die geloofden in interventie als middel om Amerikaanse belangen te verzekeren.

James Jeffrey, oud-ambassadeur in Irak (2010-2012), zegt: „De Amerikaanse doctrine in het Midden-Oosten was altijd gebaseerd op een paar harde principes. Steun je vrienden, wees voorspelbaar, wees consistent. Die zie ik niet meer terug.”

Volgens Jeffrey is Amerika de weg kwijtgeraakt in het Midden-Oosten als reactie op de oorlogen in Afghanistan en Irak. De Amerikaanse kiezer is oorlogsmoe, en Obama beloofde het einde van „een decennium van oorlog”. Tijdens een speech op de militaire academie West Point, vorig jaar, zei Obama: „Het feit dat we de beste hamer hebben, betekent niet dat we op iedere spijker moeten slaan.”

Paradigma

Amerika trok zich niet terug uit het Midden-Oosten, maar liet wel het initiatief aan de landen in de regio. Zij moeten zelf vooraan staan bij de oorlog tegen terrorisme.

Columnist Ross Douthat van The New York Times schreef afgelopen weekend dat Obama streeft naar een paradigmaverschuiving in het Midden-Oosten. Decennialang telde de Pax Americana, de ‘Amerikaanse vrede’, waarbij de VS hun dominante positie in stand houden door een netwerk van bevriende staten te onderhouden. Dat is verkruimeld, omdat vrienden in het Midden-Oosten dubbele agenda’s hadden of schurken bleken, en zelfs terroristen steunden.

In plaats daarvan, schrijft Douthat, is een systeem gekomen dat offshore balancing wordt genoemd. „Regionale machten dragen de primaire verantwoordelijkheid om crises in hun regio aan te pakken”, aldus Douthat. „Onze militaire strategie is gericht op het controleren van zee- en luchtverbindingen, en directe interventie wordt alleen overwogen als de machtsbalans dramatisch verstoord raakt.” Anders gezegd: de Amerikaanse rol is vooral gericht op het in stand houden van de status quo.

Als er al iets van Obama’s Midden-Oostenvisie te maken is, zegt directeur Robert Satloff van denktank The Washington Institute, dan is het dat hij tenminste nog gelooft in het beschermen van natiestaten. „De conflicten in het Midden-Oosten gaan niet in de eerste plaats om belangen, olie of religie. Van Libië tot Irak staan staten onder druk, en het is ons belang dat die staten blijven bestaan. Het is immers het systeem dat we daar zelf hebben opgebouwd.”