Vet! Oorlogje spelen

Via games willen jonge kinderen dichter bij de realiteit van oorlog komen. Over hen maakt Shari de Boer een fotodocumentaire.

Foto’s Shari de Boer

Zeven, acht, negen jaar zijn ze – tien hooguit. Ze zijn gek op het leger, op ‘oorlogje spelen’. Shari de Boer fotografeert hen, als afstudeerproject voor haar opleiding aan de kunstacademie in Den Haag.

Onlangs was ze bij een kinderpartijtje in de Haagse duinen. Een pretbureau (ook voor vrijgezellenfeestjes, bedrijfsuitjes) heeft een speciaal kinderarrangement. Met militaire kleding in kindermaten. Schmink voor de camouflage. Laserguns die realistische geluiden maken, ratatata!. En dan dollen in de duinen.

Wat vindt Shari de Boer ervan? „Ik heb een dubbele mening”, zegt ze. Enerzijds vind ik het bijna té realistisch. ‘First-person shooter!’, roepen ze, en ‘I am hit’. Ze halen het taaltje uit wargames – zo jong al”

Maar anderzijds? „Ik vind het stoer, jongensachtig. De meisjes die meedoen, zijn bijna nog fanatieker dan de jongens. Misschien ben ik stiekem wel een beetje jaloers op hen, had ik dit als kind ook wel willen doen.”

Een moreel oordeel heeft ze niet. Of dit kwalijke romantisering van geweld is? Of deze kinderen niet te jong zijn voor dit soort gespeeld realisme? „Nee, dat houdt me niet zo bezig. Ik vind het fascinerend, meer

niet.”