Tegen welke prijs mag Iran straks weer olie exporteren?

Als Iran zich aan zijn toezeggingen houdt, wordt het weer een olie-exporteur. Analisten speculeren over de Saoedische tegenzet.

Boycot treft Iran

Het voorlopige diplomatieke akkoord over het nucleaire programma van Iran is niet alleen een stap richting een oplossing van een grote veiligheidskwestie. Het opent ook de deur naar terugkeer van olie-exporteur Iran op de wereldmarkt.

De deal komt net op het moment dat de olieprijs heel laag is. De prijs van een vat ruwe Brent-olie is sinds afgelopen zomer spectaculair gedaald, van 115 dollar in juni tot 54 dollar vrijdagmiddag. Als Iran zich aan de afspraken met de vijf permanente VN-Veiligheidsraadleden plus Duitsland houdt, krijgt het land uitzicht op hervatting van de olie-export naar het Westen. Nu ligt die door sancties, waaronder een importverbod van olie, stil.

Nóg meer vaten olie op de markt – betekent dat een nog lagere olieprijs? Dat is niet met zekerheid te zeggen. De ontwikkeling van de olieprijs is altijd moeilijk te voorspellen.

Hard getroffen

Iran is zeker belangrijk. Het land is een grote speler op de oliemarkt, maar de westerse sancties, die in 2012 van kracht werden, hebben Iran hard getroffen. In 2011 was Iran nog de vierde olieproducent ter wereld, nu is het land teruggevallen naar plaats tien, volgens cijfers van het Internationaal Energieagentschap. Iran exporteert momenteel zo’n 1,3 miljoen vaten ruwe olie per dag, tegen 2,5 miljoen vóór de sancties. Landen als China en Japan kopen nog wel Iraanse olie en daarom blijft de productie nog aardig op peil. Veel olie wordt ook opgeslagen – Iran heeft 10 procent van de wereldwijde oliereserves in handen.

Als Iran weer vrij mag handelen, kan er dagelijks een miljoen vaten op de wereldmarkt bijkomen. Dit terwijl er nu al een overschot van zo’n twee miljoen vaten bestaat. Oliehandelaren letten dus goed op het Iran-akkoord. De prijs van een vat Brent zakte donderdag van rond de 57 dollar naar 54 dollar. Maar toen de details van de deal duidelijker werden, steeg de olieprijs weer met een cent. Er is nog veel onzekerheid: een definitief akkoord staat pas voor juni gepland en de sancties worden alleen opgeheven als Iran zich aan de afspraken houdt.

En zelfs áls de Iraniërs weer vrij mogen gaan exporteren, duurt het nog even voordat de handel weer volledig op gang is, zeggen experts. Anas Alhajji, econoom bij de Amerikaanse firma NGP Energy Capital Management, verwacht dat het „tien tot twaalf maanden” duurt, zei hij donderdag bij een bijeenkomt in Amsterdam.

Dat de olie nu zo goedkoop is, heeft allerlei redenen, zoals tegenvallende vraag uit China en de spectaculaire groei van de Amerikaanse productie van schalieolie. Belangrijk is vooral de opstelling van Irans grote rivaal in de regio, Saoedi-Arabië. ’s Werelds grootste olieproducent en -exporteur kan de prijs beïnvloeden, vooral via oliekartel OPEC, waarin de Saoediërs een leidende rol hebben. Inmiddels maakt het koninkrijk zelf fors verlies met de huidige lage olieprijs. De zogeheten breakevenprijs, waarbij het rendabel wordt om olie te exporteren, ligt voor Saoedi-Arabië op zo’n 80 dollar, volgens berekeningen van het IMF. Toch grijpt het land opvallend genoeg niet in, door bijvoorbeeld in OPEC-verband de productie terug te schroeven.

Beweegredenen

De gesloten Saoediërs geven hun beweegredenen niet prijs, maar waarschijnlijk is verdediging van het marktaandeel op de langere termijn hun belangrijkste drijfveer. Volgens veel analisten willen ze de Amerikaanse winning van olie uit schaliegesteente kapot concurreren, zodat ze later, als de olieprijs weer stijgt, aan kop liggen.

De geopolitieke strijd van het soennitische Saoedische koningshuis met het shi’itische Iraanse regime speelt ook mee. Econoom Dominic Rossi van de beleggingsfirma Fidelity zei onlangs dat de Saoediërs Iran willen „verstikken”. De breakevenprijs van Iran ligt nog hoger, op 130 dollar.

Dat brengt de Iraniërs, bij hun terugkeer op de wereldmarkt, in een lastig parket. Olie is hun belangrijkste inkomstenbron. Maar produceren ze té snel té veel, dan kan de olieprijs zo onder druk komen dat hun terugkeer geld kost in plaats van oplevert.