Te laat om Iran nu nog aan te vallen

De atoomdeal is heel slecht voor ons, zegt premier Netanyahu. Tomer (29) heeft meer vertrouwen in Obama.

Een orthodoxe joodse familie houdt rituele schoonmaak ter voorbereiding van Pesach, vrijdag in Bnei Brak, een plaats ten oosten van Tel Aviv. Foto Oded Balilty/AP

Zelfs de wind is gaan liggen. Op de anders zo levendige Rothschild-boulevard, in het centrum van Tel Aviv, is het deze vrijdagavond uitgestorven. Het is sederavond, voorafgaand aan het Pesachfeest, en dat vieren Joodse Israëliërs door matzes te eten met hun familie. Onder het lover op de boulevard begeven zich slechts toeristen – en een enkele zwerver.

Een dag eerder had de Israëlische premier Netanyahu stevige kritiek uitgeoefend op het voorlopige akkoord dat zes wereldmachten sloten met Iran over de inperking van het atoomprogramma van dat land. Afgesproken werd dat Iran zowel het aantal centrifuges als de hoeveelheid verrijkt uranium sterk zal beperken. Voor Netanyahu is het niet genoeg. Iran, zegt hij, kan op deze manier alsnog aan een atoombom bouwen. Deze overeenkomst, aldus Netanyahu, bedreigt Israël in zijn voortbestaan.

Vertrouwen

Ook de 65-jarige Dani Palti is, samen met zijn zoon Tomer (29), op weg naar een sederviering. Maar hij wil best even wat zeggen over het Iran-akkoord. Het is heel slecht voor Israël, begint hij – „althans, als je onze politici mag geloven”. Precies, vult zijn zoon aan. „De vraag is of je onze politici kunt vertrouwen. Ik vertrouw president Obama meer dan Netanyahu.”

De Palti’s hebben links gestemd, zoals wel meer inwoners van Tel Aviv. Dit betekent niet dat ze automatisch gerust zijn op een goede afloop voor Israël. Dani: „Niemand weet precies wat het betekent, ook de politici niet.” Op zijn beurt denkt Tomer niet dat Tel Aviv bang hoeft te zijn voor een kernbom op de stad. „Iran is een hond die wel blaft, maar niet bijt.”

Daarvan is Netanyahu niet overtuigd. Maar de vraag is wat hij ertegen kan doen. Al tijden waarschuwt hij voor de gevaren van Iran, vorige maand nog in een veelbesproken toespraak tot het Amerikaanse congres. Maar Israël is geen partij in de gesprekken met Iran. Netanyahu moet het hebben van het bespelen van de publieke opinie. Vrijdag zei hij dat er in het akkoord moet komen te staan dat Israël erkend wordt door Iran. Doorgaans bepleiten Iraanse leiders juist de vernietiging van Israël.

Te laat

In de Israëlische politiek is sprake van de ‘Begin-doctrine’, genoemd naar Menachem Begin, premier tussen 1977 en 1983. De doctrine houdt in dat Israël – zelf een atoomnatie – niet toestaat dat zijn vijanden massavernietigingswapens ontwikkelen. Twee keer bombardeerde Israël een atoominstallatie in het buitenland, in 1981 in Irak en in 2007 in Syrië. En met succes: geen van beide vijanden beschikt nu over een nucleair wapen.Ook over het aanvallen van Iran heeft Israël gedubd. In 2012 was er serieus sprake van dat Netanyahu, samen met toenmalig minister Barak (Defensie), een aanval op Iran voorbereidde. Het probleem was alleen dat de gehele legertop en de inlichtingendiensten erop tegen waren. Volgens hen zou een dergelijke aanval een gevaarlijke tegenreactie kunnen uitlokken. Uiteindelijk gebeurde er niets.

Inmiddels zijn alleen ultrarechtse politici als Naftali Bennett nog voorstander van een aanval op Iran. De consensus is dat het te laat is; de Iraanse installaties zijn tegenwoordig te talrijk en te verspreid om met een doelgerichte aanval uit te schakelen.

Militair historicus Yoaz Hendel, oud-directeur voorlichting onder Netanyahu, zei eerder tegen deze krant dat Iran deel is van „de carrière, de doelen, het leven” van de premier. „Hij kent de problemen en de mogelijkheden, en vreest echt voor het voortbestaan van Israël.” Maar hem resten alleen woorden.