Stop met zoeken

Bent u altijd alles kwijt? Houden zo. Misschien vindt u iets beters. Een pleidooi van Arjen van Veelen voor een slordig leven.

Foto Arjen Born

De Noorse schrijver Karl Ove Knausgård reisde laatst op verzoek van The New York Times door Noord-Amerika. Een redacteur van die krant had vooraf een roadtrip voor hem uitgestippeld: ga eerst naar Newfoundland, waar de Vikings ooit geland zijn, rij vervolgens naar Minnesota, waar veel Noorse immigranten leven…enzovoorts. Tickets waren al geboekt, een fotograaf was geregeld, maar Knausgård zat de eerste dagen van zijn ‘reis’ vast in een hotel in Canada. Hij was namelijk zijn rijbewijs kwijt. O nee! Paniek! Of niet?

Nee, geen alarm. Knausgård beschrijft in zijn reportage dat hij wel vaker dingen kwijtraakt: creditcards, paspoorten, autosleutels, geld, boeken, tassen, z’n laptop met daarop alles wat hij de afgelopen twintig jaar schreef. Goed, dat geldt wel voor meer mensen. De meeste mensen die iets kwijt zijn, gaan dat dan zoeken. Maar de oplossing van Knausgård is anders: spullen die je kwijtraakt, duiken meestal vanzelf weer op, is zijn ervaring. En ook als dat niet gebeurt, komt het altijd wel weer goed. Zijn rijbewijs was hij zelfs al een jaar kwijt, in z’n woonplaats Zweden was dat geen probleem, schrijft hij, en hij had er nooit naar gezocht.

Hij haalt een Noors spreekwoord aan: wie geld kwijtraakt, zal geld ontvangen. „Ik denk dat dat waar is”, schrijft Knausgård, „want als je dingen kwijtraakt, betekent dat dat je niet op je hoede bent, je probeert niet alles te controleren, je bent niet heel de tijd zo ‘anal’, zo verkrampt – en als je dat niet bent, maar jezelf toestaat om open naar de wereld te zijn, dan kan werkelijk alles op je af komen.”

Knausgård is een populaire schrijver. Ik denk dat dat voor een groot deel komt doordat hij slordig durft te leven. Hij durft te verdwalen, durft aan te klooien. Dat is zeldzaam geworden, want we leven in een gedisciplineerde, dat wil zeggen een krampachtige, tijd. De meeste mensen gaan niet op reis zonder goede voorbereiding en onderzoek. Vooraf bestuderen ze uitvoerig alle reviews van het hotel, verkennen ze de omgeving via Google Streetview en TripAdvisor, bekijken ze klimatologische grafieken – de reis zelf is bijna een formaliteit, een speurtocht die je zelf hebt uitgezet. Het leven, een invuloefening.

Verstandige, normale mensen downloaden voor vertrek de ANWB-paklijst met spullen die je absoluut niet mag vergeten, zoals reservebril en tekentang.

Normale mensen raken nooit iets kwijt en maken nooit wat mee. Met behulp van moderne technologie bannen ze elk toeval uit. Denk aan buienradar en navigatiesystemen. Om van het padje af te raken, moet je tegenwoordig hard je best doen – verdwalen lijkt al bijna rebellie tegen de moderne, dichtgetikte wereld.

Niet alleen vakanties, ook onze dagelijkse levens zijn overgeproduceerd geworden. Voorspelbaar als televisie-interviews die vooraf zijn gescript. Toeval uitbannen is mooi voor chirurgen of beheerders van kerncentrales. In het gewone leven is het vooral een recept voor saaiheid. Knausgård leert ons dat spullen kwijtraken de beste manier is om iets te vinden, om iets te beleven. Dat is een mooie, boeddhistische les in onthechting, maar ook een pleidooi voor een slordiger, inefficiënter leven. Een leven dat per saldo natuurlijk veel efficiënter is; denk aan de beroemde paradox van de liefde: als je er naar zoekt, vind je haar niet, maar zodra je stopt met zoeken, then it hits you.

Zoeken is verloren tijd. Je moet het omdraaien. Je bent je autosleutel kwijt als je net naar een belangrijke afspraak moet. ‘Maar die afspraak is helemaal niet belangrijk’, vertelt je autosleutel, terwijl die zich schuilhoudt onder een tijdschrift op de salontafel. Je bent de afstandsbediening altijd kwijt, net als je naar een heel belangrijk tv-programma wilt kijken. ‘Maar het is een onzinnig tv-programma’, vertelt de afstandsbediening die achter de bank is verstopt.

Stoppen met zoeken heeft meer voordelen. Zoeken is een frustrerende bezigheid. Zoeken is gedoe. Zoeken maakt zielsongelukkig. Dat is een open deur. Stoppen met zoeken is dan de simpelste oplossing. En toch is het voor de meeste mensen moeilijk om te stoppen met zoeken, zeker als ze net iets zijn kwijtgeraakt.

Zoekmachine

Wat niet helpt, is dat we omringd zijn door gereedschap dat helpt om te zoeken. De site die we het meest bezoeken is Google. Google heet een zoekmachine, maar trap er niet in: Google heeft er helemaal geen belang bij dat we vinden wat we zoeken. Google wil juiste dat we eeuwig en elke dag blijven zoeken, want hoe langer we blijven hangen, hoe groter de kans dat we een advertentie aanklikken. Eeuwig blijven zoeken is het businessmodel. Daarom heet het een zoekmachine, en geen vindmachine.

Denk ook aan datingsites, trouwens. Ook die hebben er geen baat bij dat we de ware liefde vinden (en dus uitloggen), ze willen dat we eeuwig blijven daten.

Of denk aan Ikea: die winkel is zo ingericht dat we een beetje verdwalen, en hoe langer we er blijven ronddwalen, hoe groter de kans dat we iets aanschaffen. Ga naar de Ikea om een bureaulampje te vinden en je komt thuis met een kamerplant en placemats en een poef. Dat is een vorm van serendipiteit — iets vinden wat je helemaal niet zocht — maar het is niet de goede vorm van serendipiteit.

Goede serendipiteit is de methode Knausgård: dat je stopt met zoeken en per ongeluk toch iets vindt.

De afgelopen jaren zijn er verschillende apps gelanceerd die de gebruiker beloven om te helpen de weg kwijt te raken. Het zijn een soort omgekeerde navigatiesystemen. Apps als Random GPS, die de gebruiker expres het bos in stuurt. Een ander voorbeeld is Drift (‘een hulpmiddel om te verdwalen op vertrouwde plekken’). Die apps zijn geen ultieme oplossing; bewust de weg kwijtraken is heel moeilijk. Ze zijn een symptoom van de moderne behoefte om te verdwalen in een wereld die te gedisciplineerd is. Behalve verdwaal-apps zouden er ook kwijtraakmachines moeten zijn. En in plaats van paklijsten: vergeetlijsten. In plaats van reizen om jezelf te vinden: reizen om jezelf te verliezen.

Natuurlijk levert het praktische problemen op als je dingen kwijtraakt. Je hebt de autosleutel echt nodig, want anders ben je te laat voor dat sollicitatiegesprek. Maar daar tegenover staat dat je aan het eind van je leven kunt constateren dat je tenminste niet een jaar van je leven hebt besteed aan een zo frustrerende bezigheid als zoeken („Ik zag je autosleutels net nog liggen”, „Zitten ze niet gewoon in je jas?”...enzovoorts). Negen van de tien keer blijkt dat je helemaal niet nodig had wat je zocht. In het geval van Knausgård, die zijn rijbewijs kwijt was, betekende het dat zijn reisreportage voor een heel groot deel niet over Noord-Amerika gaat, maar over een verstopt toilet in zijn hotel in Canada. Ook heel mooi.