Speel eens wat vaker toneel op je werk

Improvisatietheater op de werkvloer: leuk, en misschien wel nuttig. Het doel is beter samenwerken en lachen om je fouten. „Denk gewoon: fuck it, volgende keer beter.”

Foto Thinkstock

Twaalf volwassenen staan wat onwennig in een kring. De stoelen zijn aan de kant geschoven, de houten vloer kraakt. „Wie van jullie is een perfectionist?” vraagt Sven Lanser (41), terwijl hij de kring rondkijkt. Aarzelend gaan de handen van de meeste deelnemers omhoog. „Mooi!” zegt Lanser vrolijk. „Wen er maar aan: vandaag gaan we heel veel fouten maken.”

Lanser is communicatietrainer. Hij geeft deze middag een cursus in Amsterdam. Daar is een diverse groep mensen op afgekomen: onder meer een docente psychologie aan de universiteit Leiden bij, een ict’er en iemand met een bouwbedrijf; verschillende zzp’ers. Wat er centraal staat: door improvisatie beter worden en meer plezier hebben in je werk.

‘Applied improv’ is de internationale term: het toepassen van technieken uit improvisatietheater in werkgerelateerde situaties. En het is hip. In de Verenigde Staten bieden gerenommeerde universiteiten als Stanford en MIT speciale improvisatieworkshops aan. Begin maart konden bezoekers van het Amerikaanse innovatiefestival South by Southwest (SXSW) een lesje applied improv volgen.

Ook in Nederland schieten de coachingsorganisaties die improvisatietrainingen organiseren als paddenstoelen uit de grond. Hoeveel mensen dit soort cursussen volgen is niet bekend, maar wie even googlet ziet dat tientallen bedrijven ze aanbieden.

Ideaal voor teambuilding

Accepteren, luisteren, fouten durven maken: daar draait het om bij improvisatietheater. Spelers staan op het podium zonder script, zonder rolverdeling, zonder decor – alles wordt ter plekke bedacht. Ze moeten er maar op vertrouwen dat het goed komt.

De opleiding waar Lanser vandaag gastdocent is, heet ‘Spreken met impact’ en wordt georganiseerd door het bedrijf Great Communicators. Oprichter Joni Bais volgde jaren geleden een cursus improvisatietheater bij Lanser. Goed voor de teambuilding, zegt ze. En voor het creëren van een ontspannen sfeer.

„Kom even in een kring staan”, zegt Lanser. „Hoe was het om te doen?” De deelnemers hebben net een opdracht gedaan waarbij ze het tegenovergestelde moesten doen van wat hij zei (als Lanser ‘ja’ zei, zeiden zij ‘nee’ zeggen; als hij zei ‘klap in je handen’, moesten ze springen).

„Moeilijk”, zegt een vrouw terwijl ze een pluk haar rond haar vinger draait. „Ik ging er teveel bij nadenken”, zegt haar buurman, starend naar zijn schoenen.

Lanser knikt. „We hebben allemaal een stemmetje in ons brein dat voortdurend commentaar levert; dat eist dat we alles goed doen. Maar hoe erg is het nu helemaal om een fout te maken – zeker met zo’n oefening als nu? Denk gewoon: fuck it, volgende keer beter.” Zo’n zelfde houding helpt als je een presentatie geeft, zegt Lanser. „Verspreek je je, heb je even een black-out? Schiet niet in de stress, durf erom te lachen. En doe het met overtuiging.”

Doen in plaats van praten

Die overtuiging had Lanser ook toen hij zo’n zeven jaar geleden in een impuls besloot zijn baan als accountmanager op te zeggen. „Ik wilde een baan met meer impact.” Op een ochtend besloot hij: ik kap ermee. Een nieuwe baan had hij nog niet. Wel een hobby waar hij ontzettend enthousiast over was: improvisatietheater.

Inmiddels geeft hij trainingen met namen als ‘Matten voor managers’ (over conflictbeheersing op de werkvloer) en ‘De elevator bitch’ (voor vrouwen die zich beter willen profileren in hoge functies). Ook onderzoeken ze met impro-oefeningen bijvoorbeeld de bedrijfscultuur. „Zie je mensen bij zo’n oefening in elkaar duiken na elk foutje, dan vraag je: ‘hoe gaat dat eigenlijk hier op kantoor? Mag je de plank weleens misslaan?’ En dan komen de verhalen los – hoe iedereen verkrampt van de stress rondloopt, uit angst niet goed genoeg te presteren.”

Doen in plaats van praten, daar draait het om bij applied improv, benadrukt Lanser. „Als je aan een manager vraagt: ‘Luister je goed naar je werknemers?’, dan zeggen ze altijd ja. Maar als zo iemand door impro-oefeningen uit zijn comfortzone wordt gehaald, blijkt soms ineens dat-ie helemaal niet zo goed luistert. In zo’n nieuwe, onwennige situatie vervalt iedereen instinctief in een soort basisgedrag. Datzelfde gedrag vertoon je als je op de werkvloer onder te hoge druk staat. Impro legt dat basisgedrag bloot, biedt mensen de kans voor zelfreflectie.” De beroepsgroep maakt daarbij niet uit. „Ik geef trainingen aan bouwvakkers, bankiers, brandweermannen, maar ook bij de gemeente of in de zorg.”

Alice Jansen-Van den Tillaart, directeur bedrijfsmanagement bij Rabobank Horst Veghel, heeft al meerdere bedrijfsworkshops laten organiseren door Werk is Theater. Waarom? „Omdat het helpt om gedragsverandering bespreekbaar en tastbaar te maken. Medewerkers kunnen op een luchtige manier in uitvergrote vorm ervaren wat bepaald gedrag met de ander en met hen zelf doet. Daar komt bij dat je zo veel plezier met elkaar hebt dat het ook een positieve bijdrage levert aan teambuilding.”

Is improvisatietheater vanuit wetenschappelijk oogpunt echt zo nuttig, of toch vooral leuk? Dat is lastig te zeggen, vindt Aukje Nauta, arbeidspsychologe en bijzonder hoogleraar Employability in Werkrelaties aan de Universiteit van Amsterdam. „Op de werkvloer wordt van alles en nog wat geprobeerd om de werksfeer en – houding te verbeteren – improvisatietheater vormt daar een voorbeeld van.” Wetenschappelijk gezien is het nut daarvan niet makkelijk te bewijzen. Maar of de werksfeer al dan niet verbetert ligt aan meer dan de workshop alleen. En als ze werksfeer verbetert, zegt Nauta, is het moeilijk om dat alleen aan zo’n workshop toe te schrijven.

„Je hóéft het ook niet al te wetenschappelijk te benaderen,” vindt persoonlijkheids- en organisatiepsycholoog Jouko van Aggelen. „Het is naar mijn mening vooral leuk dat je bij improvisatietheater diverse rollen speelt en daardoor meer inzicht in jezelf en in anderen kunt krijgen. Ook kan het nuttig zijn voor mensen die veel moeten speechen, omdat je on the spot dingen moet bedenken. En juist omdat de workshops in een ontspannen setting plaatsvinden, kun je er losser van worden.”

Iets minder perfect durven zijn

Tijd voor een nieuwe oefening. „Mag ik de titel van een niet bestaand verhaal?” vraagt Lanser aan de groep. „Muskusratten in Siberië”, oppert iemand.

„Heel goed. Jullie gaan zometeen in tweetallen een verhaal vertellen over muskusratten in Siberië, waarbij je om beurten een woord mag uitspreken. Mag ik een vrijwilliger om het mee voor te doen? Dan begin ik. Er...”

Vrijwilliger: „was... „

„eens...”

„een...”

„muskusrat...”

„die...”

„heette...”

„Jan.”

De deelnemers lachen. Vervolgens beginnen ze in tweetallen met de opdracht. Na een kwartier roept Lanser iedereen weer in een kring. „En, hoe was het?”

Prettig om samen te werken, is de ervaring. Om erop te vertrouwen dat er wel een verhaal komt. „Hoe minder origineel je probeert te zijn, des te makkelijker het gaat”, zegt iemand.

Lanser: „Precies. Wat helpt, is meegaan met de flow. Als je te graag grappig wil zijn, vertraagt dat de boel. En voor een verhaal heb je nu eenmaal ook niet-originele elementen nodig – zonder ‘de’ en ‘het’ krijg je geen lopende zinnen. Vaak willen we allemaal zo creatief zijn, zo sturend, dat we compleet blokkeren.”

Die blokkades lossen op als je probeert iets minder perfect te zijn, als je de angst om fouten te maakt doorbreekt, zegt hij. Improvisatietheater kan volgens Lanser dus helpen om taboes te doorbreken en samenwerking te bevorderen. „Maar het is vooral heel leuk om te doen,” zegt Lanser. „Je wordt er enorm blij van. En dat enthousiasme, dat is pas echt bevorderlijk voor een goede werksfeer.”