Rechts piept alweer licht langs de maan

Zonsverduistering bij Longyearbyen op Spitsbergen, 20 maart 2015 Foto Stan Honda/Getty Images

De vogels vielen stil, de leeuwerik staakte zijn zang, bijen keerden terug naar hun korf. ‘Geleidelijk viel een halve duisternis in en daalde de temperatuur aanzienlijk. Het verschijnsel maakte op velen een beklemmenden indruk.’

Zo beschreef een redacteur van Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië op 18 april 1912 de zonsverduistering die een dag eerder in Nederland has plaatsgevonden. In Indië was die helemaal niet te zien geweest, maar kennelijk was de beschrijving hem door een soort Apollo Henkie per telegraaf toegeseind. De verduistering was ‘allerwege voortreffelijk waarneembaar’ geweest. Dit gold ook voor Zuid-Limburg waar de verduistering totaal was.

Maar zwijgende vogels? ‘Wat het eigenaardig gedrag der vogels betreft, dit valt in het vrije veld nog niet zo op,’ noteerde een kritische verslaggever van het Nieuwsblad van het Noorden die voor de gelegenheid naar Limburg was getrokken. Hij had vooral opgemerkt hoeveel menschen van heinde en verre waren toegestroomd en hoeveel auto’s uit Duitschland en België door Maastricht vlogen. Op 16 april was de eclipscommissie met hare dames officieel ten stadhuize ontvangen. Op de verduisteringsdag zelf hadden de geleerden in het eclipskamp niet minder dan 400 waarnemingen gedaan. Onder meer werd bevestigd dat de eclips geen invloed had op de barometerstand.

En beklemmend? In Amsterdam leidde de verduistering, die rond half een zijn hoogtepunt bereikte, tot grote hilariteit. De Amsterdammers keken door beroete glaasjes of gebruikten ‘waarnemingskaarten’ die voor een dubbeltje te koop waren. Ook keek men, tegen betaling, naar de reflectie van de zon in een emmer water. De mannen van de wetenschap hadden ervoor gewaarschuwd ‘met het bloote oog’ naar de zon te kijken. Een bloot oog!

De verslaggever uit het noorden had er geen half werk van gemaakt. In detail beschreef hij in zijn nieuwsblad de intrigerende bijverschijnselen van een ringvormige zonsverduistering. En hij hield de temperatuur in de gaten. In Gennep daalde het kwik van 18 naar 12 graden Celsius. Bij het Leesmuseum in Amsterdam zelfs van 25 graden naar 15 graden.

Dit brengt ons vandaag bij een beschrijving van ‘Optische effecten en optisch bedrog tijdens zonsverduisteringen’ door meteoroloog en eclipsliefhebber Gunther Können die ons straks ook ter zijde zal staan bij de interpretatie van bijgaande foto. In Zenit (januari 2007) beschreef hij destijds hoe kil een totale zonsverduistering aanvoelt en hoe velen ook geloven dat de luchttemperatuur dan echt sterk daalt. In werkelijkheid zakt die meestal niet meer dan een graad of twee. Wat je voelt is het wegvallen van de warmtestraling van de zon. In Gennep en bij het Leesmuseum hingen de thermometers destijds in de volle zon.

De bijgaande foto werd op 20 maart gemaakt op Spitsbergen dat we officieel Svalbard moeten noemen omdat het van Noorwegen is. Men zier er eclipsliefhebbers in buitensportkleding die vlakbij het plaatsje Longyearbyen naar de zon kijken. De verduistering is net over zijn hoogtepunt heen, rechts piept alweer licht langs de maan. Er is ook een YouTube-film van de groep. Op het moment suprême barst die uit in applaus en roept ‘wauw’ en ‘woewoewoe’.

Lezer Rob N. in Amsterdam vond de foto, die op de NRC-website stond, erg mooi. Maar wat is dat licht aan de horizon, vlak achter de bergen, wilde hij weten. Dat is de zonsopkomst, was hem bijna geantwoord, maar dat kon natuurlijk niet. Licht van een verre metropool? Dat was ook niet waarschijnlijk. De zon stond tijdens de eclips op Svalbard 11 graden boven de horizon en haar kompasrichting was 166 graden. De foto is dus tamelijk precies in zuidelijke richting gemaakt en daar in het zuiden achter de Svalbardse bergen ligt helemaal niets. Ja: nog meer Svalbardse bergen en het Nordenskjöld-natuurpark.

Wat dan? Een artistieke ingreep? Dat is verboden. Een verre wolkenpartij in het zuiden? Bestudeer de foto op internet: er is geen wolk te zien. Toen werd Können te hulp geroepen.

„Het is gewoon lucht die buiten de totaliteitszone alweer rechtstreeks door de zon beschenen wordt. Die zie je aankomen. De maanschaduw gaat naar links. De foto is tegen het einde van de totaliteit genomen.” Hier sprak de kenner.

Het lag au fond tamelijk voor de hand. Een schets van het eclipsverloop die door het Svalbardse centrum UNIS op internet is gezet maakt nog eens extra duidelijk waar zich op welk moment alweer verlichte lucht kon bevinden. Tegelijk leverde het een nieuw probleem op waar van AW-wege nog lang over is nagedacht.

Als je in aanmerking neemt hoeveel sneller de aarde om haar as draait dan de maan om de aarde, hoe waarschijnlijk is het dan dat de schaduw van de maan op de aarde van west naar oost beweegt? Per uur verdraait de aarde over 15 graden in oostelijke richting. De maan gaat in die tijd maar 0,5 graad die kant op. Deze wedstrijd moet toch door de aarde gewonnen worden? De schaduw behoort naar het westen te gaan!

De oplossing komt van de grote afstand van de maan die 60 aardstralen ver van de aarde staat. Maak er een gonio-sommetje van en pas de sinusregel toe. De maan drijft de schaduw twee keer zo hard naar het oosten als de aarde naar het westen. De maan wint.