Raadselachtige vormdip verdreven met toptijd

Na teleurstellende jaren zwemt Sebastiaan Verschuren weer snel als vanouds.

Zijn uitstekende resultaten op de Spelen van Londen wekten hoge verwachtingen, maar Sebastiaan Verschuuren heeft die nooit kunnen waarmaken. Foto ANP/Robin van Lonkhuijsen

Het was voor hemzelf ook een raadsel. Bijna drie jaar zocht Sebastiaan Verschuren naar de vorm die hij ooit had, in die prachtige olympische zwemweek in Londen. Na tal van teleurstellingen vielen de puzzelstukjes deze week in Eindhoven plots in elkaar: bij de Swim Cup plaatste hij zich met een internationale toptijd (48,25) op de 100 meter vrije slag voor de WK in Kazan, komende zomer.

Opluchting overheerste vrijdagavond nog steeds, nadat hij de finale had gewonnen in 48,43, opnieuw een snelle tijd. „Eindelijk heb ik bewezen dat ik dit soort tijden nog steeds kan zwemmen, dat Londen geen uitschieter was”, zei Verschuren.

Daarmee maakte de 26-jarige Amsterdammer eigenhandig een einde aan een lange, moeizame zoektocht. En veel gepieker. Niet dat hij, of zijn coach Martin Truijens, had getwijfeld aan zijn zwemcapaciteiten. Maar, zo wist ook Truijens: „Dit was de broodnodige bevestiging.”

Van den Hoogenband

Achteraf is alles terug te voeren op de hoge verwachtingen die hij had gewekt tijdens de Spelen van Londen (2012). Daar eindigde hij tot ieders verrassing als vijfde in de finale van het koningsnummer. Slechts achthonderdste kwam hij tekort voor een olympische medaille. Met zijn 47,88 zat hij vlak achter het nationaal record van zijn grote voorbeeld, Pieter van den Hoogenband (47,68), tweevoudig olympisch kampioen op dit nummer.

Maar hoe graag iedereen het ook wilde, een opvolger van ‘VdH’ werd Verschuren niet. Integendeel, hij zakte diep weg in een moeras van hoop en twijfel. Het succes van Londen leek steeds meer een race uit een ander tijdperk. De WK van Barcelona (2013) liepen uit op een mislukking – hij kwam niet eens door de halve finale.

Bij de EK in Berlijn, vorig jaar, ging het opnieuw mis. „Heel frustrerend, want op de trainingen ging het beter dan in Londen, maar bij de grote toernooien kwam het er niet uit.”

„Sebastiaan was de jonge, opkomende zwemmer die na Londen toch anders werd bekeken”, zegt Truijens over de oorzaken van het lange gevecht van zijn pupil. Tegen zichzelf, tegen de hoge verwachtingen. „Daarmee heeft hij moeten leren omgaan.”

Niet alleen de omgeving verwachtte meer van Verschuren, de zwemmer deed daar zelf lustig aan mee door in interviews te reppen van de medailles die hij in Barcelona zou halen. „Dan moet je daar wel iets tegenover zetten”, zegt Truijens. „Als dat niet gebeurt, word je even hard aangepakt. Dat heeft wel even een klap veroorzaakt. Het heeft hem langer bezig gehouden dan ik van de buitenkant kon zien.”

Samen klommen ze uit het dal, al groeide de druk op de onderlinge samenwerking toen de resultaten uitbleven. Die twijfel is weg: Verschuren zwom donderdag zijn derde tijd ooit – en is in dit seizoen zelfs de snelste ter wereld.

Grijze haren

De sleutel ligt volgens zwemmer en coach in de ontspanning die terug is. Aan verwachtingen wil Verschuren niet meer doen. Juist het plezier maakt hem zo sterk: „In Londen was ik lekker onbevangen, het maakte me geen reet uit wat er ging gebeuren. Ik was daar om het leuk te hebben en hard te zwemmen. Dat werkt bij mij heel goed. Ik moet lol maken met mijn teamgenoten. Niet te veel nadenken over medailles of over een hoge elleboog tijdens het zwemmen.”

Truijens erkent dat hij de afgelopen tijd wel eens grijze haren kreeg van zijn pupil. Eind vorig jaar sprak hij nog lang en indringend met Verschuren – ook over de vraag of hun samenwerking nog toekomst had. Maar beiden kwamen tot de conclusie dat er nog voldoende vertrouwen was. „Het is de afgelopen twee jaar niet altijd even leuk en gemakkelijk geweest, zeker niet op de grote toernooien”, zegt Truijens. „Maar ik weet wat voor goede zwemmer hij is. Hij heeft ook nooit twijfel gehad aan mij, of aan het programma.”

Wel vond de hoofdcoach in het Amsterdamse Sloterparkbad dat de ommekeer lang op zicht liet wachten. „Ik heb wel eens gedacht: hoe lang gaan we dit verhaal nog houden, als je twee jaar op de 100 meter niet laat zien wat je kan – en niet zo’n klein beetje ook. Op een gegeven moment wordt het geen geloofwaardig verhaal meer. Daarom waren zijn resultaten heel belangrijk.”