Pas op, of we gaan je toetsen

De Nederlandsche Bank toetst bestuurders van financiële instellingen op hun geschiktheid. Maar gebruikt de toezichthouder die bevoegdheid ook om druk uit te oefenen? DNB is regelgever, aanklager en rechter tegelijk.

Illustratie Pepijn Barnard Illustratie Pepijn Barnard

Zo’n gesprek verloopt nog best prettig, zegt hij. „Maar als je dan de uitslag krijgt, herken je je vaak niet in wat er gezegd is. Er wordt geen bandopname gemaakt. Alleen zij maken notulen.”

Aan het woord is iemand die graag commissaris had willen worden bij een verzekeringsmaatschappij. Zij, dat is de toetsingsafdeling van financieel toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Deze groep, van zo’n dertig man, moet van iedereen die aan de slag wil als bestuurder of commissaris bij een financiële instelling, bepalen of de baan bij hem of haar in veilige handen is. En als DNB oordeelt van niet, dan gaat het feest niet door.

De commissaris, die anoniem wil blijven om zijn loopbaan geen verdere schade toe te brengen, werd onlangs getoetst en afgekeurd. Hij had niet genoeg verstand van verzekeringen, was het oordeel. „Ik accepteer dat”, zegt de commissaris. Maar hij vermoedt dat een andere reden belangrijker was: „Ik was de zoveelste kandidaat op rij die ze afkeurden. DNB wil niet dat er iemand komt. Ze willen de verzekeraar dwingen te fuseren met een andere verzekeraar.”

Hij kreeg het nieuws te horen in een telefoontje. „Ze vragen of je bezwaar wilt maken tegen de uitslag. Als je dat niet doet, leggen ze je dossier weg en ben je officieel niet afgetoetst. Ik heb geen bezwaar gemaakt. Ik vind wel dat DNB met twee maten meet. Ze kijken bijvoorbeeld naar de diversiteit binnen een bestuur, maar voor henzelf geldt dat niet. Hun bestuur bestaat uit vier blanke mannen. In hun raad van commissarissen zit één vrouw, naast zes mannen.”

Hij vervolgt: „Naar mijn idee loop je niet met een chip op je schouder als je bent afgetoetst. Maar je blijft wel angstig. Als je DNB durft te bekritiseren, vlieg je er de volgende keer weer uit.”

Het proces is niet eerlijk verlopen, vindt hij. „Ik werd niet afgetoetst om mijzelf, maar om iets anders.” En daar trekt hij een parallel met Delta Lloyd, de zaak waardoor het toetsingsbeleid van DNB nu ineens volop in de aandacht staat. „DNB probeert iets te veranderen binnen een instelling en doet dat via toetsingen.”

Voor dit artikel is gesproken met verschillende commissarissen en bestuurders die getoetst zijn. Geen van hen wil met zijn of haar naam in de krant, uit vrees voor reputatieschade. DNB reageert nooit op individuele gevallen, maar wilde voor dit verhaal wel in algemene zin ingaan op het toetsingenbeleid.

Gezien de gevoeligheid was het uitzonderlijk dat Delta Lloyd in december wel naar buiten trad met het nieuws dat financieel directeur Emiel Roozen was hertoetst en afgekeurd. Hertoetsing van een al zittende commissaris of bestuurder, zoals Roozen, komt maar weinig voor.

Normaal gesproken merkt de buitenwereld er niets van. Volgens de officiële mededeling gaat de man of vrouw met vervroegd pensioen, of wil hij of zij zich toeleggen op andere commissariaten. Er is altijd een elegante, discrete oplossing.

Delta Lloyd vond de aftoetsing echter zo onterecht, dat zij besloot die aan te vechten bij de rechter. Binnen de verzekeraar bestaat het vermoeden dat hier een afrekening plaatsvindt voor de al langer slechte relatie met de toezichthouder. Hetzelfde geldt voor de boete die zij kreeg. DNB zegt dat Delta Lloyd in 2012 financiële transacties heeft uitgevoerd op basis van informatie die de toezichthouder in vertrouwen had gedeeld. Ook hier is Delta Lloyd het niet mee eens. Het proces hierover is waarschijnlijk in de zomer.

De kwestie heeft veel losgemaakt in de financiële wereld. Er verschenen steunbetuigingen in de kranten, onder andere van Herman van Gunsteren, oud-hoogleraar politieke theorieën en rechtsfilosofie. „De Nederlandsche Bank maakt meer kapot dan je lief is”, schreef hij in de Volkskrant.

DNB begon met zijn eigen ‘mediaoffensief’. Ze nodigde journalisten uit voor een workshop over het toetsingenbeleid en verspreidde persberichten met de boodschap dat toetsing werkt.

Het toetsingenbeleid is sinds de crisis flink aangescherpt. Daarmee voldoet DNB aan de politieke verwachtingen: affaires als de val van DSB of de vastgoedproblemen bij SNS Reaal mogen niet meer kunnen voorkomen. De belastingbetaler mag niet weer de dupe worden van incompetente of onbetrouwbare bestuurders.

In 2012 is DNB begonnen met het toetsen van de ongeveer 2.000 commissarissen bij financiële instellingen die onder toezicht staan, een operatie die eind dit jaar afgerond moet zijn. Als eerste waren de 68 commissarissen van de vier grote banken en vier grote verzekeraars aan de beurt. Van hen zakte 10 procent.

Vanaf deze week moet ook het tweede echelon bij banken en verzekeraars getoetst worden, in totaal zo’n 600 tot 1.000 mensen. Ook dat moet voor het einde van het jaar klaar zijn. Een wetsvoorstel om bestuurders al te kunnen schorsen voordat hun hertoetsing is afgerond, ligt momenteel bij de Raad van State voor advies.

Kortom, DNB houdt grote schoonmaak. En met resultaat: vorig jaar moest 13 procent van de voorgedragen bestuurders en commissarissen het veld ruimen. Binnen de financiële wereld betwist niemand het nut van toetsing, maar er is kritiek op de wijze waarop. Zijn deze klachten terecht, en gedraagt DNB zich hovaardig, zoals gezegd wordt? Of is dit vooral gekrakeel van een sector die het niet kan hebben dat hij op zijn plaats gezet wordt? Hoe het ook zij, hier volgen de punten waar het pijn doet.

1. De intentie

‘Wij willen jouw profiel mensen hier gewoon niet meer’, werd er gezegd tegen een directeur die anoniem wil blijven. Hij zou te veel van de oude stempel zijn. Te groot zelfvertrouwen, te weinig klantgericht. Hij ervaarde de toetsing als gesar. „Heel bekwaam hoor. Kijken of je uit je slof schiet.” Volgens hem hoopte DNB dat zijn werkgever zijn voordracht zou intrekken en kreeg hij tijdens het proces signalen dat hij zich maar beter kon terugtrekken. De meeste werkgevers begrijpen deze hints en besluiten de uitkomst niet af te wachten. Zij komen dan met een andere kandidaat, om iedereen gezichtsverlies te besparen.

Bij de gevreesde hertoetsing van een zittende functionaris moet DNB een serieuze aanleiding hebben om te vermoeden dat hij zijn werk niet goed doet. Meestal loopt het dan ook niet goed af. Van de elf hertoetsingen die er vorig jaar waren, eindigden er drie positief, zegt Annemarie Smit, hoofd toetsingen bij DNB, en misschien wel de machtigste vrouw in de financiële wereld.

Binnen Delta Lloyd wordt vermoed dat er bij Roozen meer aan de hand was. Hij werd vorig jaar hertoetst naar aanleiding van de affaire waar de verzekeraar ook voor beboet is. De indruk bestaat echter dat hij wordt gestraft voor de frictie die al jaren eerder was ontstaan over kritiek die DNB had op het risicobeleid van Delta Lloyd. DNB kan hier niet op reageren, omdat zij gedurende de rechtsgang een geheimhoudingsplicht heeft.

In een verwante rechtszaak is al wel een uitspraak. Vorige maand vroeg Niek Hoek, oud-topman van Delta Lloyd, via een kort geding een verbod op zijn hertoetsing als commissaris bij zakenbank NIBC. Ook vroeg hij een verbod op het voornemen van DNB om aan NIBC dit besluit kenbaar te maken. Hoek was bang dat NIBC hem meteen zou wegsturen. Hij verloor de zaak en stapte deze week vrijwillig op.

De vraag is waarom DNB hem wilde hertoetsen voor deze functie, terwijl hij al was vertrokken bij Delta Lloyd. Hoek vermoedt een afrekening. In een verklaring na zijn vertrek stelde hij dat de uitkomst bij voorbaat vaststond. Dat maakte hij onder andere op uit de samenstelling van het gespreksteam. Dat bestaat uit personen die ook betrokken waren bij de hertoetsing van Roozen. Zij kunnen niet onbevangen oordelen, zei hij.

„Elke casus heeft een andere constellatie”, zegt toetsingshoofd Smit. Per geval wordt bekeken wat de beste samenstelling is, wat betreft deskundigheid, anciënniteit en ervaring. Maar wat voor de één maatwerk is, kan voor de ander willekeur zijn.

2. Het gesprek

Het hoogtepunt van het toetsingsproces. In dit gesprek wil DNB zien of de kandidaat over de juiste bagage beschikt en of de onderneming een juist beeld van de persoon heeft geschetst. Ook de houding van de kandidaat tegenover de commissie speelt mee.

Sommigen laten zich vooraf dagenlang trainen door een advocaat. Velen vinden dat zij een advocaat zouden moeten mogen meenemen. Smit vindt dat „een rare move”. „Het is persoonlijk”, zegt ze. „Het gaat om jouw betrouwbaarheid. Bij een examen neem je ook niet je moeder mee.”

Een veelgehoorde klacht gaat over de ervarenheid van de toetsers. „Ik was ontsteld over het gebrek aan technische deskundigheid en ervaring”, zegt een voormalige commissaris. „Ze stelden vragen van een lijst, maar de essentiële zaken over het functioneren van een raad van commissarissen hebben ze gemist. Ik probeerde uit te leggen hoe het in de praktijk wel gaat, en dat schreven ze dan braaf op, maar ze deden er niets mee.”

Het gesprek wordt afgenomen door twee of drie mensen, soms jonge academici. „Wat weten deze mensen nu van boardroom dynamics, als ze zelf nooit een dergelijke functie gehad hebben”, zegt de eerder genoemde, afgetoetste commissaris. „Hoe je een moeilijke discussie na anderhalf uur kunt openbreken, daar hebben ze geen idee van.”

Hij gaat verder: „In mijn gesprek zaten ze er twee keer naast toen het over derivaten ging. Maar ze vroegen aan mij of ík wel luisterde. Je kunt het arrogantie van ze noemen, maar ik zie het vooral als bewijs dat ze niet gewend zijn aan tegenspraak. Dat gebeurt overigens geheel te goeder trouw. Het is ze zo geleerd.”

Smit: „Deze klacht kennen wij. Soms tref je een commissaris met een enorme ervaring. Hoe lang geleden is het dat hem ooit de maat genomen is? Ze komen ook uit een ander tijdperk, waarin dat niet gewoon was. Wij zien heel veel mensen. Dat stelt ons in staat om de toetsing goed uit te voeren. In een tweede gesprek houd ik er soms rekening mee bij de samenstelling van de commissie. Het doel is dat die bestuurder zo goed mogelijk uit de verf komt.”

3. Driedubbele pet

DNB is regelgever, aanklager en rechter tegelijk, is de kritiek. Wie het oneens is met een negatief oordeel, kan bezwaar aantekenen. Zover komt het echter bijna nooit, omdat de meesten zich terugtrekken voordat het oordeel valt. En omdat de bezwaarprocedure ook door DNB gedaan wordt, zien de meesten dit als een kansloze weg.

De beoordelingen zijn te subjectief, vinden velen. De oud-commissaris: „Als die jonge mensen op basis van willekeurige criteria en zonder eigen ervaring conclusies trekken die mensen en bedrijven raken, gaat het fout. Mijn grootste verwijt is dat ze niet openstaan voor commentaar. Mensen voelen zich niet serieus genomen. Het toetsingstraject heeft de relatie tussen DNB en de sector geen goed gedaan.”

Guido Roth, partner bij advocatenkantoor Simmons & Simmons, heeft weleens een verslag van een toetsingsgesprek gezien waarin stond beschreven hoe iemand er fysiek bijzat. „Onderuitgezakt”, zegt hij. „Dat werd als niet respectvol betiteld. Het is goed dat er veel aandacht is voor de betrouwbaarheid en geschiktheid van bestuurders, maar dit is wel heel vaag.”

Een anonieme directeur: „DNB heeft alle ruimte gekregen van minister Dijsselbloem, maar er is niemand die ze controleert. De politiek weet niet wat er gebeurt, terwijl DNB ver buiten de lijnen aan het krijten is. Ze hebben hun mandaat over-geïnterpreteerd.”

Volgens Smit zijn er voldoende checks and balances ingebouwd. „Er kijken binnen DNB altijd mensen kritisch mee. Het is hun taak om bij elk besluit de vraag te stellen hoe houdbaar het is.” Ze voelt er niet voor om een deel van het proces uit te besteden aan een externe partij. „Dit is een kerntaak van DNB. Bovendien: wie zou het moeten doen? Het is moeilijk om deskundigen te vinden die geen banden in de financiële wereld hebben.”

4. De gevolgen

Tot enkele jaren geleden mocht een bestuurder of commissaris die te weinig kennis in huis had die nog wel eens on the job bijspijkeren. Tegenwoordig moet je geschikt aan de start verschijnen. Onvoldoende kennis betekent dus ongeschikt. DNB hamert erop dat aftoetsing niet hoeft te betekenen dat iemand niet meer aan de slag kan in de financiële wereld. Een andere baan, met andere functie-eisen. Bovendien kan kennis worden bijgespijkerd en ervaring worden opgedaan.

In de praktijk wordt aftoetsing soms wel degelijk als een beroepsverbod ervaren. „Ik heb mezelf onzichtbaar gemaakt”, zegt iemand die maar net geslaagd was. Alles om niet opnieuw in het vizier te komen.

Personen die zijn afgekeurd, ook als dat nooit definitief geworden is, zijn verplicht dat te melden aan een nieuwe werkgever. „Die werkgever durft iemand dan vaak niet meer voor te dragen bij DNB”, zegt Roth. Smit: „Als we twijfelen keuren we iemand meestal goed. We weten dat onze verantwoordelijkheid en het afbreukrisico te groot zijn om dat niet te doen.”

5. Het machtsmiddel

De angst voor hertoetsing, afkeuring en een pijnlijk vertrek is voor een toezichthouder perfect in te zetten om dingen voor elkaar te krijgen. In de kwestie-Hoek is het zo gegaan. Hij ging per 1 januari met vervroegd pensioen, mede omdat DNB hem dreigde met hertoetsing als topman van Delta Lloyd.

Volgens Roth is het dreigen met hertoetsing „schering en inslag”. Er worden vaak verkapte aanwijzigingen [opdrachten, red.] gegeven, zegt hij. „Dan krijgt een instelling heel dwingend geformuleerde brieven, waarin staat: ‘Wij verwachten dat ..., anders volgen er ernstige formele maatregelen’. Dan weet je als bedrijf genoeg. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat er dan een hertoetsing volgt, of een boete.”

De voormalige commissaris zegt drie gevallen te kennen bij banken. „DNB zei: ‘U hoeft nu niet weg, maar als u eventueel wordt herbenoemd, komt er wel een hertoetsing.’ Zij zijn toen maar opgestapt.”

Er zijn heel weinig mensen die de toetsing dan wel helemaal doorlopen en doorgaan tot aan de rechter, zegt Roth. Hij ziet hier wel een kentering ontstaan. „Als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Ze staan niet in de rij hoor, maar zeker bij commissarissen leeft tegenwoordig iets meer het gevoel: laten we ons niet te makkelijk neerleggen bij DNB-besluiten.”

De advocaat vermoedt dat DNB liever mensen wegstuurt zonder formeel besluit, zodat dat besluit ook niet bij de rechter getoetst kan worden. Smit weerspreekt dat. „Drukken op terugtrekking doen wij allang niet meer”, zegt ze. „We proberen mensen juist uit te nodigen om de formele weg te volgen. Dan kun je in het geweer. Als je overtuigd bent van je gelijk, neem dan de rechtsgang. Meer jurisprudentie kan ons allemaal helpen.” Dat is dan toch één ding waarover de financiële wereld en de toezichthouder het eens zijn: ze moeten elkaar vaker treffen in de rechtszaal.