Oud worden zonder vlees

De veranderingen in de ouderenzorg bedreigen ook gespecialiseerde tehuizen als het vegetarische Felixoord in Oosterbeek, met boekweit, tahoe en wortelsoep op het menu. „In andere tehuizen kun je vaak niet meer krijgen dan een omelet of een plak kaas.”

Foto: Ilvy Njiokiktjien

‘Tegen deze thee wordt dus geprotesteerd”, zegt Anke Stavast (68), voorzitter van de cliëntenraad van zorgcentrum Felixoord. Ze wijst naar een houten doosje met verschillende soorten Pickwick thee. Rooibos, citroen, earl grey. „De bewoners zijn vooral anti-zwarte thee. Het liefst drinken ze groene, biologische thee. Maar het is niet anders. We moeten bezuinigen.”

De bewoners van Felixoord, het enige vegetarische zorgcentrum van Nederland, zijn consciëntieus als het om hun voeding gaat. Vanuit het hele land, van Limburg tot Groningen, komen ze naar het tehuis om de laatste fase van hun leven vleesloos door te brengen. Het verpleeg- en verzorgingshuis in Oosterbeek bestaat al 66 jaar, sinds 1948, en heeft 70 kamers waarvan 24 voor verpleeghuisbewoners. 

De Pickwick thee is niet het enige waar de oude vegetariërs tegen in opstand komen. De bewoners en medewerkers zijn onlangs een petitie gestart om sluiting van het tehuis tegen te gaan. In Felixoord staan zestien kamers leeg, het pand heeft achterstallig onderhoud en kampt met grote schulden. Zorgaanbieder Icare heeft eind december laten weten het verouderde gebouw niet meer te kunnen en te willen exploiteren. Er wordt naarstig gezocht naar een overnamepartner.

Wat ook meespeelt is de introductie van de Wet langdurige zorg op 1 januari 2015. Alleen mensen die de hele dag intensieve zorg of toezicht nodig hebben, mogen volgens die wet nog naar een tehuis. Zwaar dementerende ouderen bijvoorbeeld, of mensen met een ernstige verstandelijke of lichamelijke beperking. Voor anderen wordt de zorg in een tehuis niet of niet volledig meer vergoed. Dat uitgangspunt schuurt bij huizen als Felixoord, die zijn opgericht om ook relatief gezonde gelijkgestemde ouderen te laten genieten van een aangename oude dag.

De geur van nepvlees

Felixoord ligt verscholen in de bossen bij het Gelderse Oosterbeek. Buiten klinkt alleen het zachte getjilp van vogeltjes. Heel af en toe het gehinnik van een van de twee witte pony’s. Achter het huis ligt het filosofenpaadje. Daar wandelen bewoners vaak alleen, in gedachten verzonken. Soms gaat er iemand zitten om te mediteren.

Binnen wordt geluncht met uitzicht op het bos. De meeste bewoners zitten alleen, een rollator als enige gezelschap. De lunch is voor de bewoners de belangrijkste maaltijd van de dag. Het is een rustmoment. Eten, vinden ze, moet je met volle aandacht doen en niet voor de tv. Dat is beter voor de spijsvertering.

De lunch is vegetarisch of veganistisch, altijd warm en bestaat uit vier gangen. Op het menu staat vandaag onder meer: wortelsoep, groentenpizza, rijst, snijbonen, gebakken tahoe en bitterkoekjesvla. Gevarieerd en voedzaam. „In andere tehuizen krijg je dat niet. Daar kun je vaak niet meer krijgen dan een omelet of een plak kaas”, zegt Stavast van de cliëntenraad.

De afkeer van vlees onder de bewoners is groot. Alleen al de geur kunnen veel mensen niet uitstaan. Ook niet van nepvlees. „Ze maken tegenwoordig vegetarische smeerworst en nepkip. En een lúcht dat daar vanaf komt.” zegt Else Wannee, echtgenote van bewoner Jan Wannee.

De man van Else Wannee heeft Parkinson en verblijft op de gesloten verpleegafdeling. „Felixoord is zijn thuis”, zegt ze. „Niet zoals het vorige tehuis waar hij woonde. Daar werd hij als vegetariër apart gezet. Waar anderen vlees, aardappelen en groenten kregen, kreeg hij alleen aardappelen en groenten. En hij sliep met vijf mensen op een kamer.” In Felixoord heeft hij een eigen kamer van zo’n twintig vierkante meter.

Else Wannee is derde generatievegetariër. Haar kinderen en zelfs haar kleinkinderen zijn het inmiddels ook. Niet uit een spirituele overtuiging, maar „omdat vlees eten niet nodig is”. En ze vindt het zielig voor de dieren.

Reïncarnatie

Op het dressoir van bewoonster Lucy van de Berg (66 jaar, blauwe trui en elektrische rolstoel) staat een portret van de dalai lama. „Hij is voor strijdloosheid, liefde voor de medemens, liefde voor het leven. Boeddhisten zijn fijne mensen.” Vegetariër is ze al sinds ze dertien jaar oud was. „Ik ben altijd al iemand geweest die veel nadacht over het leven.”

Hiervoor woonde Van de Berg in een ‘gewoon’ tehuis in Meppel. „Ik had het daar niet slecht, maar ik kon er niet mezelf zijn. Als ik over reïncarnatie begon, werd ik aangekeken alsof ik gek was.” In Felixoord voelde ze zich meteen thuis. Sluiting van Felixoord zou voor haar een ramp zijn, zegt ze. „Dit huis betekent alles voor me. Ik heb contacten, ben vrolijk.”

In Felixoord wonen ook voormalig naturisten, oud-Bhagwan-aanhangers en Satya Sai Baba-volgelingen. „Maar we zijn géén sekte”, zegt Stavast – zelf humanist. „Dat denken mensen wel eens, omdat er bewoners zijn die in reïncarnatie geloven en zo, maar anderen zegt dat helemaal niets. Er wonen mensen met allerlei verschillende levensbeschouwingen.” Wat de bewoners gemeen hebben is dat ze mens, dier en natuur respecteren. „Hier kun je jezelf zijn, zonder raar aangekeken te worden.”

Mieke Eschauzier (92 jaar, roze vest, veel sieraden) is lid van de rozenkruisers, een religieus genootschap dat het christendom als basis heeft en vegetarisme voorschrijft. Eschauzier leerde Felixoord kennen via haar moeder, die er ook woonde. „Toen zag ik wat een fijne plek dit is.”

Als Eschauzier straks na de lunch een dutje heeft gedaan, gaat ze naar de boekenclub in de bibliotheek. Het thema vandaag is geluk. „Ik neem wat gedichten van Gezelle mee. Prachtig.” De activiteiten zijn op de interesses van de bewoners afgestemd. Geen bingo dus, maar mandala tekenen, soefidansen, tai chi en yoga.

Bungalowpark

De laatste grote vegetarische golf was in de jaren zeventig. Zal er in de toekomst wel genoeg animo voor Felixoord zijn? Anke Stavast denkt van wel: „Nederland telt 800.000 vegetariërs. Ook veganistisch eten wordt steeds populairder. Vooral jonge mensen zijn ermee bezig.”

Op de wachtlijst van Felixoord staan nu tien mensen van wie er ten minste drie niet voldoen aan de eisen van de nieuwe zorgwet. Zij kunnen dus sowieso niet geplaatst worden. Daarom willen de bewoners dat Felixoord van de staatssecretaris een bijzondere landelijke status krijgt. Dan kunnen er meer verpleeghuispatiënten worden opgenomen en dat levert het tehuis meer geld op.

De bewoners vroegen staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) in een brief om hulp. Maar Van Rijn antwoordde dat Felixoord, net als andere verzorgingshuizen, moet kijken naar de mogelijkheid om leegstaande kamers te verhuren. De huurders kunnen dan hulp krijgen van de thuiszorg. Maar dat is niet eenvoudig. Voor ouderen is het relatief duur en tehuizen moeten een heffing betalen als ze meer dan tien kamers verhuren. Adviesbureau Berenschot berekende dat 350 van de 2.000 verzorgings- en verpleeghuizen met sluiting worden bedreigd.

„We moeten commercieel gaan denken. Dat is de enige manier om Felixoord te redden”, zegt Stavast. Opties: kamers verhuren als rustoord, het vegetarisch restaurant uitbreiden voor buitenstaanders en catering, een landelijk kenniscentrum beginnen. Ideeën genoeg, maar dan moet wel het bestemmingsplan gewijzigd worden en, belangrijker nog, iemand moet er geld in willen steken.

Anke Stavast zelf woont in een aangrenzend bungalowpark in het bos. Ooit had het park dezelfde eigenaar als Felixoord. In de 47 bungalows wonen vegetarische 55-plussers die uiteindelijk een plek in Felixoord willen. De voorwaarde om in een van de 47 bungalows te mogen wonen, is de bereidheid vrijwilligerswerk te doen in Felixoord. Daar voldoet Stavast aan. Maar of ze later, samen met haar man, in Felixoord kan wonen, is onzeker.

Tot die tijd gaat het leven gewoon door in Felixoord. Op de gesloten verpleegafdeling is het aaihondjesdag. Een delegatie van twee hondjes en drie vrijwilligers komt op bezoek. In Felixoord mogen de bewoners alleen een huisdier hebben als ze er zelf voor kunnen zorgen. Voor anderen zijn de aaihondjes een uitkomst. Bewoonster Miep Bresters (96) neemt meteen een klein zwart hondje op schoot. Ze aait hem, praat tegen ’m. Stavast: „Sommigen kunnen zo uren blijven zitten.”