Opereren in de binnenwereld

Ooit bleef de binnenkant van ons lichaam een leven lang duister en onverlicht. Alleen in extreme gevallen bereikte het licht van de buitenwereld ons hart of onze alvleesklier. Dat moment was meestal ook het einde van ons leven.

De mens staat nu in volle aandacht van anderen, meer dan ooit te voren. De privacy van ons dagelijks leven wordt overspoeld door contacten en gluurders uit de virtuele wereld en de sociale media. Maar al veel langer is ons fysieke binnenwerk een open boek aan het worden. Het is een wetenschappelijke revolutie met lange wortels, met een eerste hoogtepunt toen William Harvey rond 1630 de bloedsomloop ontdekte en blootlegde.

De geheimzinnigheid van het hart was verbroken. Gewoon een pomp. Operaties op televisie en de omstreden tentoonstellingen van de geplastificeerde en opengewerkte menselijke ‘kadavers’ van Bodyworlds vormen waarschijnlijk het voorlopig eindpunt van deze ‘openbaring van de binnenwereld’.

Verderop in deze bijlage vertelt Wim Köhler over de huidige stand van zaken. Chirurgen vinden steeds meer methodes om veiliger, handiger en goedkoper in te grijpen in een lichaam dat steeds meer reparabel wordt. En daarvoor niet meer helemaal ‘open’ hoeft worden gemaakt. Kleine sneetjes zijn steeds vaker voldoende.

Maar hoe komen die nieuwe operaties tot stand? Door het enorme fiasco van softenon in de jaren zestig is de ontwikkeling van nieuwe medicijnen sindsdien zeer streng gereguleerd. Op het nauwverwante gebied van nieuwe operatietechnieken bestaat zo’n veiligheidscordon niet. Dubbelblind onderzoek is ook niet mogelijk, want de chirurg weet altijd hoe hij snijdt. Op zijn best beslist een soort broederschap van chirurgen of een nieuw idee wordt toegepast in de praktijk. En zoals het verhaal van Wim Köhler wel duidelijk maakt: voorzichtigheid is de regel. Maar het is goed te beseffen dat de strikt wettelijke veiligheids- en voorzorgsmaatregelen uit de farmacie ontbreken.

Chirurgie is nog altijd een ambacht.