Opeens kun je hebzucht twee keer meten

Hebzucht staat volop in de aandacht, ook van wetenschappers. Het is zo ‘in’ dat twee onderzoeksteams gelijktijdig, en los van elkaar, vragenlijsten maakten om hebzucht te meten.

illustraties kamagurka

Op 9 februari 2015 publiceerden Tilburgse psychologen een artikel over hebzucht als karaktereigenschap in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Personality and Social Psychology (online). Interessant, want al sinds het begin van de financiële crisis hebben mensen het over de hebzucht van bankiers, terwijl er amper onderzoek naar hebzucht is gedaan. Het artikel lag geprint klaar op mijn bureau en raakte zoek in de chaos daar.

Dan maar even opnieuw zoeken. Dispositional Greed heette het, letterlijk ‘hebzucht als persoonlijkheidseigenschap’.

Maar hee... de eerste hit bij Google is niet het artikel van de Tilburgers. Het is een ander wetenschappelijk artikel met precies dezelfde titel, van Gentse onderzoekers. En hee... ook dát artikel is heel recent. Het staat in het februarinummer van het wetenschappelijke tijdschrift Personality and Individual Differences, dat het op 12 november 2014 online had gezet.

En de twee artikelen hebben niet alleen exact dezelfde titel, ze gáán ook over precies hetzelfde. In beide artikelen wordt een vragenlijst ontwikkeld om betrouwbaar vast te stellen hoe hebzuchtig iemand is. Beide groepen noemen hun vragenlijst de ‘Dispositional Greed Scale’.

Dit is wel heel bijzonder.

‘Ik wil altijd meer’

Beide onderzoeksgroepen begonnen met aan proefpersonen vragen wat die onder hebzucht verstaan. De Tilburgse psychologen hadden op basis van zo’n vooronderzoek 20 mogelijke hebzucht-items geformuleerd (zoals „Ik wil altijd meer”, 1=helemaal oneens, 5=helemaal eens). Ze keken welke items goed met elkaar samenhingen (zodat ze wisten dat die dezelfde eigenschap meten) en ze keken op welke items mensen ook na een tijdje nog ruwweg dezelfde antwoorden gaven (zodat duidelijk was dat het om een stabiele eigenschap gaat, niet om een vluchtige stemming). Uiteindelijk hielden ze een hebzucht-vragenlijst van zeven items over, van „Ik wil altijd meer” tot „Ik kan me niet voorstellen dat ik te veel dingen heb”.

De Gentse groep deed in feite hetzelfde, maar begon met 25 items en hanteerden antwoordcategorieën van 1=helemaal oneens tot 7=helemaal eens. Ze kwamen uit op een vragenlijst van zes vergelijkbare items, van „Hoeveel ik ook heb van iets, ik wil altijd meer” tot „Ik ben snel tevreden met wat ik heb”. Beide groepen controleerden hun vragenlijst door te onderzoeken of de antwoorden genoeg, maar niet te sterk samenhingen met vergelijkbare eigenschappen als materialisme, jaloezie en eigenbelang.

Dus nu bestaan er ineens twee vragenlijsten voor hebzucht, die allebei de Dispositional Greed Scale heten.

Wat nu? En hoe kán zoiets?

„Het gebeurt inderdaad zelden dat twee groepen op hetzelfde moment precies hetzelfde publiceren”, zegt Goedele Krekels aan de telefoon – zij is eerste auteur van het Gentse artikel. „Het gebeurt wel heel vaak dat twee groepen met hetzelfde bezig zijn. Maar meestal is één groep eerder en dan heeft de andere minder kans, want de journals zijn niet happig op een onderwerp dat al gepubliceerd is. Dan hoor je in het laatste stadium: die paper is net uit. En dat stopt dan vaak je onderzoek.”

Niet identiek

In dit geval wisten de twee groepen sinds 2013 van elkaars werk, toen ze allebei hun vragenlijst al hadden ontwikkeld. Nauw samenwerken zat er niet in. „De beide schalen waren niet identiek”, zegt Seuntjens. „Daardoor konden ze niet in één artikel samengevoegd worden. Het was of alles gezamenlijk opnieuw doen, of ieder zijn eigen weg gaan. Daar is toen voor gekozen”. En de eerste auteurs moesten ook dóór. Krekels hoopt op 22 mei op haar onderzoek te promoveren en Terri Seuntjens, eerste auteur van het Tilburgse artikel, over anderhalf jaar – en allebei hebben ze artikelen nodig voor hun proefschrift. „Anders waren we wel samen gaan zitten”, zegt Krekels.

De promovendi hebben elkaar nog steeds niet ontmoet, hun promotores wel, en Seuntjens’ begeleider zit in Krekels promotiecommissie. Seuntjens, wier onderzoek deels betaald wordt door de Stichting Weet Wat Je Besteedt, die de financiële zelfredzaamheid bij jongeren wil vergroten: „In het begin denk je wel: wat heeft dit voor gevolgen? Maar het maakt óók duidelijk dat hebzucht zo actueel is dat er onderzoek naar moet komen.”

In ieder geval hebben we nu dus maar liefst twee pioniers op het gebied van hebzucht als karaktereigenschap. Beiden kwamen op het idee door de financiële crisis – door die veelbesproken, maar nooit bewezen hebzucht van bankiers. En beiden zijn al verder onderzoek gaan doen met de eigen vragenlijst. Beiden ontdekten dat mensen niet sterker bereid zijn om risico’s te nemen naarmate ze hebzuchtiger zijn – en waren daar verbaasd over. Seuntjens wil nog gaan kijken of het uitmaakt wie het risico draagt: „Die bankiers kregen destijds zelf veel van de winst, maar ze waren niet als enigen de dupe als het misging.”

Of bankiers nou hebzuchtiger zijn dan andere stervelingen, is nog niet onderzocht. Krekels toonde wel al aan dat mensen die in management of financiën werken hebzuchtiger zijn dan bijvoorbeeld leerkrachten of kappers. Of mensen hebzuchtig worden van een baan met veel geld, of dat ze zo’n baan kiezen uit hebzucht, is onduidelijk. Wel ontdekte Krekels dat mensen die het in hun kindertijd financieel moeilijker hebben gehad later hebzuchtiger worden. „Als een soort verzekering tegen tekorten.”

En Seuntjens heeft aangetoond dat mensen die hebzuchtig zijn meer immoreel gedrag vertonen; ze accepteren bijvoorbeeld eerder steekpenningen. Hebzuchtige mensen gaan ook dóór met het binnenslepen van – in haar onderzoek – chocola, ook al kunnen ze dat binnen de tijd die ze ervoor krijgen nooit opeten. Die studies zijn ook nog niet gepubliceerd. Seuntjens benadrukt dat ze hebzucht op zich niet goed of slecht vindt. „Ik denk dat het mensen soms ook kan motiveren om naar goede dingen te streven – ik vermoed dat het gerelateerd is aan ambitie.”

En hoe moet het nu verder met de twee vragenlijsten?

„Dat is moeilijk te voorspellen, daar zitten wij ook mee”, zegt Krekels. „Het zou interessant zijn om ze te vergelijken”, zegt Seuntjens. „Te kijken of de ene beter gedrag voorspelt dan de andere.” Het kan zijn dat eentje meer gebruikt gaat worden dan de ander, denken ze allebei. En dat er dus één weer verdwijnt. „Maar misschien kunnen ze naast elkaar bestaan”, zegt Krekels. „Of misschien kunnen we een syntheseschaal ontwikkelen. Dat ze zo op elkaar lijken, geeft wel aan dat hebzucht ook echt zo in elkaar zit als we denken.” „En er valt nog heel veel aan hebzucht te ontdekken”, zegt Seuntjens. „Dat is het leuke aan een onderzoeksveld dat zo nieuw is.”