Column

Nieuwe Grieken: slim, onpraktisch en boos

Leden van de troika kregen laatst van de Griekse autoriteiten in Athene te horen dat ze ministeries en andere overheidsgebouwen niet meer in mogen. Griekse functionarissen zouden hun de boeken en documenten wel brengen, als ze die wilden inkijken.

Maar de meeste troika-inspecteurs – de troika staat voor de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het IMF, die samen moeten zorgen dat Griekenland bezuinigt en hervormt in ruil voor cash – durven zelf sowieso het hotel niet meer uit. Al sinds paar jaar boeken ze alleen hotels met ondergrondse parkings, zodat ze niet tussen de auto en de voordeur van het hotel aangevallen kunnen worden. Nu zijn er zelfs Griekse kranten die foto’s afdrukken van individuele troikaleden die het land inkomen, en erbij zetten: Hiltonhotel, naam zus en zo, met het kamernummer.

Vogelvrij. Zelfs reizen naar Griekenland van Europese functionarissen die niets met de troika te maken hebben – normaal in elk EU-land – zijn afgelopen weken om veiligheidsredenen afgezegd. Ook van hen verschenen soms foto’s in de pers, met namen en hotels erbij. Alsof het om gezochte criminelen gaat.

Dat dit anno 2015 in een EU-land kan gebeuren, is treurig. Toch heeft de troika het er deels zelf naar gemaakt. Het verhaal over een troikaman van de ECB die pontificaal, in hemdsmouwen, een stoel claimde bij een vergadering met drie Griekse ministers waar de troika niets te zoeken had, is legendarisch. Eerst kwam hij tien minuten te laat binnen. Toen hij eenmaal was aangeschoven, begon deze Duitser (ook dat nog) van zeker honderd kilo een grote sandwich te eten waar de saus vanaf droop. De man moest uiteindelijk de vergaderkamer verlaten, niet op verzoek van de Grieken maar van een andere Europeaan. Het werd een rel in de Griekse pers, en in Brussel. De man is intussen vervangen.

Dit is misschien een extreem voorbeeld. Maar het laat wel zien hoe de eurocrisis de manier waarop professionals met elkaar omgaan, kan verzieken. En hoe belangrijk zulke werkverhoudingen zijn in een zwaar gepolitiseerde omgeving.

Sommigen in Brussel, die meer van dit soort verhalen kennen en vrezen dat er een keer een ongeluk gebeurt, pleiten ervoor de hele troika te vervangen door een nieuw, fris team dat nog geen frustraties en verbittering kent. Dat is een goed idee, en het zou zeker een gebaar van goede wil zijn richting de Grieken. Het is helaas van tafel geveegd.

De Griekse premier Tsipras probeert overal geld los te peuteren om te voorkomen dat zijn land failliet gaat – bij de ECB, het noodfonds, enzovoorts. Wekenlang werd dat geweigerd: eerst moest hij met geloofwaardige hervormingen komen. Maar in het ministerie van Financiën zijn veel topfunctionarissen na de verkiezingen vervangen. De enige persoon van enig niveau die de hele saga vijf jaar van dichtbij meemaakte en alle akkoorden uit zijn hoofd kent, kreeg ineens een directeur boven zich en meldde zich uit pure frustratie ziek.

Volgens betrokkenen bestaat de nieuwe lichting Griekse gesprekspartners deels uit „langharige ideologen”, van vrij goede komaf. Academisch intelligent, maar van de praktijk zouden ze geen benul hebben. De meesten hebben „geen idee” van wat er in de contracten met Brussel staat.

Aangedikt of niet, het is wel de perceptie. Het geeft, alweer, aan hoe cruciaal menselijke verhoudingen zijn in gevoelige Europese dossiers en hoe makkelijk ze van de rails lopen. Onderhandelaars waden van het ene misverstand naar het andere. Elke week lekken intussen de miljarden weg. Europa is kwetsbaarder dan veel mensen denken.