Column

Hoera, ik word vader

Ik was eerst niet van plan om er op deze plaats over te beginnen, maar doe nu dan toch een Wesley Sneijdertje. Bal onder het shirt, duim in de mond: hoera, ik word vader. Niet omdat ik het net als hij niet meer voor me kan houden, maar meer als knieval naar de hoofdredactie van deze krant die het vreemd vindt als jullie, trouwe lezers van nrc.next, zo’n primeur lezen bij de concurrent, het Volkskrant Magazine in dit geval, waarin de vriendin sinds kort de echtelijke was buiten hangt en er daar vandaag over begint.

In het volle besef dat dit het tijdperk van de sociale media is, zag ik op tegen dit moment. Moest je een ongeboren vrucht wel blootstellen aan de reacties van de mensen van wie sommigen alleen het idee al dat columnisten zich met elkaar voortplanten onverteerbaar vinden? Aan de andere kant: grote kans dat het jullie niets kan schelen en die angst alleen maar voortkomt uit de karaktertrek om alles wel heel erg meta te zien. Bovendien zat die ongeboren vrucht nog niet op Twitter en kon-ie voorlopig toch nog niet lezen, dus grote kans dat eventuele ophef aan hem of haar voorbijging.

Hoewel het me natuurlijk bezighield, ging mijn leven de afgelopen maanden op dezelfde manier door zoals het al jaren doorging. Ik veranderde niet, het was de omgeving die veranderde. Er waren mensen die me omhelsden, mensen die me de hele tijd waarschuwden dat ‘alles’ binnenkort voorbij zou zijn en er was mijn moeder die uit een soort reflex meteen aan het breien sloeg en per post het ene na het andere mutsje liet bezorgen. Als we er op bezoek kwamen, sprak ze voortaan tegen de buik van de vriendin.

„Hallo, hallo… Oma hier.”

Het meest verbaasde ik me over hen die zich beroepsmatig met zwangerschappen bezighouden. Hoogtepunt was een bijeenkomst in een zaaltje in Amsterdam-Oost waar ik de oudste van allemaal was en waar de juf ons in een kindertaaltje meenam naar de nabije toekomst waarin de vrouw niets meer mocht en de man van alles moest. Nadat ze had uitgelegd hoe slecht ‘een borreltje’ was, begon een tengere Pakistaanse te huilen omdat ze de avond ervoor een bonbon met alcohol erin had gegeten. Je verwachtte een hand op haar schouder of een troostend woord, maar in plaats daarvan hebben we haar met z’n allen heel vuil aangekeken.

Zulke grapjes konden nu echt niet meer.