Mannetjesvogel heeft lang niet altijd de mooiste veren

Foto Getty Images

Met hun bonte verenkleed trekken mannetjesvogels alle aandacht. Niet alleen van vrouwtjesvogels, maar ook van ornithologen. Die doen het liefste onderzoek aan vogelsoorten waarbij de mannetjes veel kleurrijker zijn dan vrouwtjes. Dan meten ze het pigment in de veertjes van mannetjes, tellen ze spermacellen en rekenen het broedsucces uit.

Maar die nadruk op kleurrijke mannetjes is misplaatst, vinden drie onderzoekers van de University of Wisconsin (Science Advances, 27 maart). Zij ontdekten dat het verenkleed van mannetjes- en vrouwtjesvogels vaker op elkaar lijkt dan verschilt.

Neem de bonte Goulds amadine (Erythrura gouldiae) hiernaast. De vrouwtjes zijn even blauw, violet, geel en groen als de mannetjes. En omgekeerd zijn er genoeg vogelsoorten waarbij de mannetjes even dof zijn als de vrouwtjes.

Het drietal biologen keek naar het verenkleed van 977 vogelsoorten, zowel mannetjes als vrouwtjes. Met een spectrometer maten ze of de veren fel of flets waren, kleurrijk of monotoon.

Achter het onderzoek schuilt een eeuwenoude ideeënstrijd. Volgens Charles Darwin kozen vrouwtjes voor de mannetjes met de mooiste kleuren. Seksuele selectie, noemde hij dat. Tijdgenoot en collega-bioloog Alfred Russell merkte op dat veel vrouwtjesvogels net zo ‘vrolijk en briljant’ gekleurd zijn als mannetjes. Bij de soorten waar dat niet zo is, zouden vrouwtjes schutkleuren hebben geëvolueerd zodat ze niet van het nest geplukt worden door nestrovers. Dit is klassieke natuurlijke selectie.

Ze hadden allebei gelijk, maar Wallace het meest, concluderen de drie onderzoekers nu: seksuele selectie leidt tot kleurverschillen tussen man en vrouw, maar natuurlijke selectie bepaalt de kleur.