Maak van je oprit een oprijlaan

Bas van Putten houdt beide handen aan het stuur om zich niet van de weg te laten blazen in de nieuwe Smart.

Accountmanager Rick van der Schaft en de Smart fortwo bij Stern Auto BV in Amsterdam. Foto Lars van den Brink Foto Lars van den Brink

De eerste Smart fortwo was een verschrikking en toch leuk. Dat wil wat zeggen, want zijn gebreken waren schrijnend. Op papier vond ik de tweezitter de leukste revolutie sinds de Mini. Waarom vier zitplaatsen als de gemiddelde bezetting van een auto onder de twee man blijft en hij toch alleen maar wordt gebruikt voor woon- werkverkeer? In de stad kon je het kleintje dwars in het gat tussen twee filegeparkeerde auto’s steken, enig. Maar de zijwindgevoeligheid was afgrijselijk. Ik herinner me een stormachtige rit waarbij de windvlagen me als een reuzenhand van de weg leken te willen duwen.

De nieuwe is het kind dat alles goed moet maken.

Verwacht niet te veel. De ontwikkeling van zo’n bonsai-auto is de onmogelijke zoektocht naar een nog aanvaardbaar compromis tussen zuinigheid, behendigheid en comfort. Dat is woekeren met een ruimte die er ook letterlijk niet is. Een autootje van twee meter zeventig met de wielbasis van een rolschaats wordt nooit zo comfortabel als een S-klasse. Maar we willen altijd wonderen, nietwaar?

Wat hij geweldig kan is keren. Ik heb een smalle oprit die ik alleen achterwaarts kan uitrijden. De Smart fortwo is de enige auto waarmee ik op mijn erf kan draaien, zo minimaal is de draaicirkel. Achteruit insteken tot het achterruitje bijna de heg langs het pad raakt, stevig insturen en ik verlaat mijn landgoed moedig voorwaarts.

Het is vermakelijker dan het rijden zelf, al is de Smart verrassend ruim voor twee inzittenden. Zijn meest indringende tekort is het motorlawaai. Het driecilindertje bevindt zich pal achter je stoel onder de laadbodem, een woord trouwens waarvan de Smart-rijder met humor vast heel melig wordt. Het duidt op een transportcapaciteit die er niet is. Een krat bier is al kielekiele.

Een klein maar irritant detail is de knop voor de spiegelverstelling. Dat is een joystick annex draaiknop die je voor de rechterspiegel naar rechts en voor de linker naar links klikt. Je deactiveert hem door de knop in de neutrale middenstand te zetten. Dat moet je in de Smart wel doen voordat je wegrijdt. Hij bevindt zich namelijk in het portier ter hoogte van je knie die nu net dáár tegen de deur leunt. Ik had de knop niet uitgeschakeld en zag onderweg tot mijn verbazing dat mijn keurig ingestelde uitzicht naar rechtsachter van de radar was verdwenen.

Flipperautomaat

Ik ging er optimistisch van uit dat ze de windgevoeligheid hadden gerepareerd, maar die is nog steeds schrikbarend. Op de Afsluitdijk voel ik me op een winderige dag als het balletje in een flipperautomaat. Sturen met één hand, wat ik tot mijn schande weleens doe, kan in een Smart op zulke turbulente dagen onplezierige gevolgen hebben. Eng wordt het niet, hij ligt stabiel genoeg om hem met beide handen aan het stuur op koers te houden, wel hoogst vermoeiend.

Hij heeft charmante kanten. Voor het stoplicht siddert hij door zijn ietwat horkerige driecilinder als een hond met koude rillingen, heel lief. Hij ziet er schattig diertjesachtig uit. En de handgeschakelde vijfversnellingsbak is absoluut een verbetering ten opzichte van de verschrikkelijke automaten in het vorige model, als de bakverhoudingen maar niet zo ongelukkig waren. De versnellingen zijn dermate lang dat je er eindeloos in moet blijven hangen, terwijl je binnen de bebouwde kom juist snel wilt kunnen schakelen.

Hij is dus niet voor de snelweg en ongeschikt voor rustzoekers. Hij is voor de stad, waar hij nog net zo geniaal doorheen flitst als zijn voorganger, mits je alert blijft op zijn kuren. Voor de gemene, puntige verkeersdrempels die Amsterdam rijk is, moet je een solide constitutie hebben, want de klap kan hard aankomen. Je verwacht geen wonderen van zo’n turf, maar ik vermoed dat aan de afstemming van het onderstel geen kapitalen zijn besteed. De winstmarges op kleine auto’s zijn gering, het geld moet ergens verdiend worden. Fabrikanten gaan nooit tot het uiterste om hun benjamins perfect te krijgen. Dan had het Smartje twintigduizend euro moeten kosten.

De Smart krijgt wel een tien voor zijn verbruik. Hij is ongelooflijk zuinig. Bij de eerste tankbeurt na vijfhonderd kilometer intensief en stevig rijden wil er maar 17,23 liter in. Dat is 1 op 29. Uit wantrouwen heb ik het laatste stuk echt als een idioot gereden. Geen kruid tegen gewassen: 1 op 25. Een indrukwekkend verkoopargument, wat de fortwo ook mag mankeren.