Ineens ben je weer een held

Hij is geen Messi die langs drie verdedigers soleert. Maar werken kan hij. En scoren doet hij volop bij PSV.

Verpieterd in Duitsland, topper in Eindhoven.

Foto Merlin Daleman Foto Merlin Daleman

Al zingend en springend veerden supporters massaal op in het Philips Stadion. „Ik spring voor Luc, hij springt voor Luc, wij springen allemaal voor Luc, Luc, Luc”, zongen ze vrijwel elke wedstrijd in de jaren negentig. Middelpunt van de aandacht: Luc Nilis. Het Belgische aanvalsfenomeen dat in Nederland tweemaal werd verkozen tot profvoetballer van het jaar.

Terwijl Lucky Luc zich tegenwoordig richt op het trainersvak, is de leuze wedergekeerd in het stadion. Een naamgenoot is opgestaan en hij doet precies waarvoor PSV zo’n 5.5 miljoen euro voor hem heeft betaald: scoren. Meestal met zijn hoofd. „Sprongkracht en timing zit in de genen”, stelt Luuk de Jong. Kwestie van evolutie, denkt hij: zowel zijn vader als moeder haalde het nationale team met volleybal.

Zijn verhaal? Dat van een nuchtere Achterhoeker die doorbrak bij jeugdliefde De Graafschap, furore maakte bij FC Twente, maar terugkeerde in de eredivisie na een teleurstellend avontuur bij Borussia Mönchengladbach in de Bundesliga. Een interview aan de hand van krantenkoppen.

Luuk de Jong loopt de pollen eruit om De Graafschap te redden

Algemeen Dagblad, 2 juni 2009

„Nuchter, schijt aan de wereld”. De Jong grinnikt als hij terugleest wat hij na zijn doorbraak zei over de volksaard van de Achterhoeker. Hij was toen achttien, maar staat nog altijd achter de woorden.

Hij voegt er nog een ander kenmerk aan toe: het hoge arbeidsethos. In de jeugd van De Graafschap werd hem dat al ingeprent. „Technisch en tactisch was het niet slecht, maar vooral knokken was belangrijk. De fans wilden dat ook zien.”

Zelf was hij ook zo’n supporter. Als tiener bezocht hij elk thuisduel met zijn vrienden. Klappen voor spelers met niet het meeste talent, wel de meeste strijdlust. Daarom liep hij zelf ook de graspollen eruit toen hij eenmaal was doorgebroken bij De Graafschap. Nog steeds. Geen PSV-fan die hem van luiheid kan betichten.

Zo moet het ook volgens hem: werken voor je geld. En ondertussen met beide benen op de grond blijven. Wat volgens hem nog best lastig kan zijn voor een succesvolle profvoetballer. Overal loeren er verleidingen. „Als jonge jongen heb je ineens zo veel geld. Mensen willen wat van je. Ze vragen bijvoorbeeld of je geld wil investeren. Je moet dan sterk in je schoenen staan om nee te zeggen tegen vrienden of mensen die dichtbij je staan.”

Een beetje luxe mag. Hij rijdt in een bloedrode Porsche en heeft een toilettas van een duur modehuis, zoals heel veel profs die hebben. Bijna verontschuldigend: „Wel een onopvallende zwarte. Het moet niet té zijn.” Maar een viptafel huren in een nachtclub, is een stap te ver. Hij komt immers uit Doetinchem. Hooguit betaalt hij soms de rekening als hij met vrienden uit zijn geboortestreek iets leuks doet. „Maar ik wil niet dat ze me dan bedanken. We hebben zo’n goede band dat ik denk dat ze dat andersom ook zouden doen.”

‘De Jong dé spits van de toekomst’

NUsport, 9 februari 2012

Aldus Patrick Kluivert. De oud-spits van Ajax en toenmalig assistent-trainer bij FC Twente ziet een potentiële Europese topper in De Jong, die in 2012 clubtopscorer van Twente wordt met 25 doelpunten. Volgens Kluivert gaat het de spits mede zo goed af dankzij medespelers die hem op maat bedienen.

„Ik ben geen Messi die drie man voorbijloopt”, erkent De Jong. Maar volkomen afhankelijk is hij niet. Als buitenspelers het laten afweten, blijven er genoeg alternatieven over: hoekschoppen, vrije trappen, combinaties. En anders is er wel een offensieve linksback die hem op maat bedient. Zoals Jetro Willems. „Zijn voorzetten zijn geweldig. Maar hij heeft mij ook nodig. Als ik er niet sta, lijkt het net of hij blind voorzetten geeft.”

De Jong haalt uit naar clubleiding

ANP, 6 juli 2012

Na twee topjaren waarin hij eenmaal landskampioen werd, vertrok De Jong enigszins verbitterd uit Enschede. Hij zag een toptransfer lonken, maar werd naar eigen zeggen tegengewerkt door het bestuur van FC Twente, dat meer geld wilde dan Borussia Mönchengladbach aanvankelijk wilde betalen.

Belangen botsten. De Jong wilde zijn transfer, FC Twente meer geld. „Ik dacht dat ik bij een fatsoenlijke club speelde”, zei hij destijds. Nu: „Ik geef ze gelijk dat ze elke cent wilden meepakken, maar we hadden afspraken. Koppig? Soms moet je sterk in je schoenen staan en duidelijk zeggen wat je vindt.” Na het opperen van een terugkeer volgt een stilte. „FC Twente is een mooie club waar ik goede herinneringen aan bewaar. Ik kan alleen niet in de toekomst kijken. Pas als iets aan de orde is, kun je je daarover uitspreken.”

De Jong instant ster in Duitsland

Algemeen Dagblad, 19 juli 2012

Propvol is de perskamer in Borussia-Park. Tientallen journalisten, nog meer fotografen en tien televisiecamera’s vormen het decor waarin Borussia Mönchengladbach De Jong presenteert als topaankoop. Ongekend veel, zegt de trotse directeur Max Eberl van de Duitse club.

De transfer was er dus toch gekomen. De bestuurder wilde de spits zo graag hebben dat hij alsnog tegemoet kwam aan de eisen van FC Twente. De vijftien miljoen euro die hij voor de speler heeft betaald, is dan ook een record. Ook voor FC Twente.

Vreugde is er ook bij De Jong. Vooral van binnen, want de buitenkant is die van een nuchtere prof die keurig alle vragen beantwoordt. „Ik stond er toen niet bij stil dat het indrukwekkend was.”

Dat heeft hij vaker. Wedstrijden gaan zo snel voorbij dat hij binnen een mum van tijd weer bezig is met de volgende. Veel mensen die bezig zijn met leuke dingen, beseffen dat pas later, denkt hij. Toch gunt hij zich af en toe een moment om terug te keren in de tijd. Naar de landstitel met FC Twente. Of zijn tot dusver enige doelpunt in het Nederlands elftal. Verblijd: „Hoe veel mensen kunnen zeggen dat ze voor Oranje hebben gescoord?”

Luuk de Jong verpietert in Gladbach

Eindhovens Dagblad, 5 december 2013

Gladbach werd nooit een succes. In zijn eerste seizoen speelde De Jong gemiddeld 41 minuten per competitiewedstrijd en maakt hij zes doelpunten. Het jaar erop speelt hij amper. Een kwelling. Maar zegt hij: wie was hij om amok te maken als het team goed draaide?

„Ik vrat mezelf op. Verpieterd klinkt heel negatief, maar het was niet leuk. Ik hoopte dat het zou veranderen zoals wel vaker gebeurt in het voetbal. Dat je er staat en ineens de held bent. Maar die hoop werd steeds minder. Als je gaat relativeren en begint na te denken over oplossingen, is de hoop heel ver weg. Pijnlijk wil ik het niet noemen. Maar niemand vindt het leuk als er over je wordt gezegd dat je niet goed genoeg bent.”

De druk van een topaankoop heeft hij nooit gevoeld. „Of je me gelooft of niet.” Op het veld denkt hij alleen maar aan de bal, niet aan hoge verwachtingen. Het zijn journalisten die schrijven over prijskaartjes die boven zijn hoofd hangen, maar dat vindt hij te makkelijk getrokken conclusies. „Soms klopt het, maar niet bij mij.”

De lucht klaarde op toen hij begin 2014 nog een half seizoen werd verhuurd aan Newcastle United. Daar kreeg hij wel speeltijd, maar niet als spits. Uit nood was hij een middenvelder die zich soms meer moest bezighouden met verdedigen dan aanvallen. Niettemin genoot hij van de atmosfeer in de Premier League. En van de avonden die hij doorbracht met zijn Nederlandse medespeler en vriend Tim Krul. „Als zijn vriendin wegging, haalde ik een afhaalmaaltijd voor ons. Thais meestal. Dat is nog best gezond, hoor.”

„PSV is geen stap terug, deze club past bij mij”

Trouw, 28 februari 2015

Het was PSV dat De Jong maar al te graag wilde verlossen. Geen stap terug, maar volgens De Jong „een opzij”, hoewel hij ongeveer de helft minder verdient dan in Duitsland. Evenals met Gladbach speelde hij met PSV immers ook in de Europa League en volgend jaar misschien wel in de Champions League. De club wilde aanvallender spelen en zag in hem een afmaker die altijd hard werkt. Muziek in zijn oren. De perfecte omgeving voor eerherstel.

Mede door zijn vijftien doelpunten staat PSV nu bovenaan. „Ik ben tot nu toe heel blij”, zegt hij. Hij vertelt over de hechte teamsfeer. Hoe iedereen bezig is met het heilige doel en dat lelijk winnen net zo lekker kan voelen als mooi winnen. Alleen het verlies van Ajax thuis was bitter. Kon PSV in een onderling duel aantonen dat het de momenteel de beste club van Nederland is, wordt er verloren. Over de recente nederlaag tegen Feyenoord. „In De Kuip kan je als ploeg verliezen.”

Anders dan gedacht mag De Jong gerust praten over een eventueel kampioenschap, maar wat moet hij zeggen? Het klopt in elk geval niet dat er binnen de selectie afspraken zijn gemaakt over de wijze waarop er over dit onderwerp moet worden gecommuniceerd. „Raar dat mensen dat toch blijven zeggen.” Volgens hem is de spelersgroep intelligent genoeg om zich niet te laten verleiden tot voorbarig gejubel. „Het blijft sport. Het is pas over als het over is.”