Ik twijfel niet

Massaal beklagen katholieken zich bij de paus over het beleid van kardinaal Wim Eijk. Hij ziet daarin de weerstand die ook Jezus ondervond. „Mijn toon is niet hard. Mijn toon is rustig, maar duidelijk.”

Tekst Esther Wittenberg Foto’s Merlijn Doomernik

Kardinaal Eijk: „Ook Christus ondervond veel weerstand en bleef toch trouw aan de zending die hij van zijn Vader had ontvangen. Ik blijf trouw aan de zending die ik van Christus heb ontvangen.”

Twee keer tijdens het gesprek beschrijft kardinaal Eijk het moment van de waarheid. Het moment dat hij naar buiten stapte na zijn eerste bezoek aan paus Franciscus in 2013. Die draaiende camera’s, drommen journalisten, verwachtingsvolle blikken. Het voelde alsof iedereen hoopte dat hij bedrukt zou kijken. Alsof ze er bijna van uit gingen dat hij, tegelijk met de andere bisschoppen uit de Nederlandse kerkprovincie, op zijn donder had gekregen.

Toen al lag hij onder vuur. Bezorgde katholieken beweerden dat hij met zijn beleid geloofsgemeenschappen verwoestte en maar niet met hen wilde praten. De dagen voordat de bisschoppen van de Nederlandse kerkprovincie de nieuwe paus zouden ontmoeten, deelden die bezorgde katholieken in Rome pamfletten uit aan wie ze maar aannemen wilde. Met daarin hun kritiek op Eijk breed uitgemeten.

Achter gesloten deuren sprak Eijk de paus namens de bisschoppen toe. Hij vertelde onomwonden over het afnemende aantal katholieken in Nederland. Hij zei dat er heel wat kerken gesloten zouden moeten worden de komende jaren. En toen wachtte hij gespannen op een reactie van de paus. „Avanti”, zei die. En: „Kijk vooruit.” En: „Zorg dat jullie niet depressief worden van de situatie.”

Dus op het moment dat Eijk en zijn medebisschoppen naar buiten stapten, was op hun gezichten opluchting te lezen. „Toen wist iedereen: het is goed gegaan. Daarna is de storm van kritiek gaan liggen.” Terwijl hij dit zegt, is de tevredenheid in zijn ogen zichtbaar.

Maar die verdwijnt onmiddellijk weer als hij overgaat tot de orde van de dag. Want nu, anderhalf jaar later, is de kritiek opnieuw opgelaaid. Zo hoog zelfs, dat hij heeft besloten in te stemmen met een interview. „Liever communiceer ik niet via de media.”

Ruim 12.000 bezorgde katholieken ondertekenden een noodkreet aan paus Franciscus die begint met de woorden: „Heilige Vader. Hierbij richten wij ons tot u in diepe bezorgdheid over het catastrofale proces dat zich voltrekt in de Nederlandse kerkprovincie (…).” Afgelopen woensdag bood een groep van enkele tientallen katholieken deze noodkreet plus reacties (een boekwerk van ruim negentig pagina’s) aan bij Eijks bisschoppelijk paleis.

Hun onvrede zit diep. Eijks rigide beleid zou de toch al noodlijdende kerkgemeenschappen dieper het moeras in jagen. Katholieken uit alle geledingen klagen in verschillende pamfletten over de „dwingend opgelegde richtlijnen voor de liturgie” en het beleid van „massale kerksluitingen”. Oplossingen om een kerk open te houden „worden regelmatig zonder opgaaf van redenen afgewezen”.

In zijn toekomstvisie schreef Eijk eind vorig jaar dat het aantal parochies in zijn aartsbisdom de afgelopen jaren weliswaar al was teruggebracht van 326 naar 48, maar dat hij verwachtte dat er in 2028 (het jaar dat hij met emeritaat gaat) nog maar twintig parochies over zouden zijn. Met elk één à twee kerken. Dat zou betekenen dat er de komende tien jaar zo’n driehonderd kerken zouden verdwijnen.

Zelf bestrijdt hij dat dit de onvrede opnieuw deed aanzwellen. Ophef ontstond volgens hem pas toen emeritus hoogleraar praktische theologie Jozef Wissink in januari op zijn visie reageerde met het artikel ‘De verwoesting van een bisdom: het masterplan van kardinaal Eijk’. Wissink schreef dat Eijks beleid van kerksluitingen tot gevolg zal hebben dat hele streken en wijken ontkerstend worden. En dat Eijk regeert per decreet, dat zijn leiderschap dictatoriale trekken heeft.

Vervolgens tekenden 93 gepensioneerde priesters en pastoraal werkers een petitie om kenbaar te maken dat ze Wissink steunden. Daarna brachten tachtig gepensioneerde hoogleraren en bestuurders een professorenmanifest uit waarin zij onder andere berekend hadden dat als gevolg van Eijks beleid 600 kerkkoren zouden verdwijnen en 50.000 vrijwilligers aan de kant moesten worden gezet. Ten slotte volgde de noodkreet aan de paus.

Wie leest over de kardinaal die met harde hand regeert vanuit zijn ivoren toren aan de Maliebaan, verwacht een intimiderende prelaat. Maar in de monumentale ontvangstruimte met roodfluwelen stoelen op de eerste verdieping van het bisschoppelijke paleis komt een schuchtere, vriendelijke man binnen die af en toe licht bloost. Hij draagt een eenvoudig zwart pak met een priesterboord. Pas als hij begint te praten verschijnt er regelmatig een onverzettelijke blik in zijn ogen.

Het bisdom noemt het kritische artikel van hoogleraar Wissink „een optelsom van verdraaide feiten, overdrijvingen en verzinsels”. Waarom is de toon zo hard?

„Mijn toon is niet hard. Mijn toon is rustig, maar duidelijk. Wissink had van mijn toekomstvisie een karikatuur gemaakt. Hij had de waarheid willens en wetens verkracht met de bedoeling een opruiend stuk te schrijven. Ik heb niet geaarzeld daarop in duidelijke woorden te reageren. Mag ik u eraan herinneren dat Jezus van touwen een gesel maakte, mensen de tempel uitjoeg en zei: ‘Maak van het huis van mijn Vader geen rovershol’? U noemt dat misschien hard. Ik noem het duidelijk.”

Waar had Wissink het mis?

„Hij houdt geen rekening met de ernst en de urgentie van de situatie. In het aartsbisdom Utrecht zijn parochies in financiële nood. Tien procent is nagenoeg failliet, tachtig procent schrijft rode cijfers. Het is nu zaak krachten te bundelen, zodat toekomstige generaties niet met lege handen staan.”

Critici smeken u het gesprek met hen aan het gaan. Waarom doet u dat niet?

„Ik praat met parochiebesturen en pastorale teams. Mensen die feitelijk bij kerksluitingen betrokken zijn. Ik praat niet zomaar met allemaal actiegroepen. U moet daarbij bedenken dat bijvoorbeeld Ad de Groot (een van de voortrekkers van de noodkreetactie, red.) meent dat parochianen desnoods iemand uit hun midden moeten aanwijzen om zonder wijding de eucharistie te vieren. Dat is strijdig met de leer van de kerk, want de eucharistie kan alleen door een priester worden gevierd. Ik sta voor een bepaalde kerkleer en daarover ga ik niet in discussie.”

Ook parochianen die bang zijn hun kerk te verliezen, klagen dat zij zich niet door u gehoord voelen.

„Als mensen zeggen: ‘Ik ben niet gehoord’, bedoelen ze vaak: ik heb mijn zin niet gekregen. Als je het standpunt van een ander niet overneemt, betekent dat niet dat je hen niet gehoord hebt.”

Waarom vindt u het bezwaarlijk als parochianen hun kerk willen behouden door het gebouw tegelijkertijd als cultureel centrum te verhuren?

„Kijk, wij zijn geen instantie die monumentale gebouwen onderhoudt. Een kerk is een huis van God, waar Christus onder de genade van brood en wijn in ons midden is; geen tentoonstellingsruimte.”

Maar dan moeten mensen naar een kerk in een dorp verderop, waar zij zich wellicht niet thuis voelen.

„Je moet het vergelijken met verhuizen. Een ander huis kan na verloop van tijd ook je thuis worden.”

Op de website van Bezield Verband Utrecht staan onder de noodkreet aan paus Franciscus talloze schrijnende verhalen. Van ouderen die het gevoel hebben dat hun geloof hun wordt ontnomen nu hun kerk sluit; van mensen die niet bij de kerk verderop kunnen komen bij gebrek aan openbaar vervoer op zondagmorgen. Wat doen die verhalen u?

„Weet u wat het is, mensen reageren in emotie vaak overtrokken. Op enkele plaatsen is vervoer geregeld voor ouderen. Maar mensen kunnen ook heel gemakkelijk met de auto reizen tegenwoordig. Daarbij telt voor jongeren territorium helemaal niet meer. Vaak gaan kerksluitingen gepaard met veel protest en de dreiging dat mensen weg zullen blijven, maar in de praktijk blijkt dat wel mee te vallen. Soms komen er zelfs meer mensen naar de kerk dan voorheen. Zoals in Apeldoorn, waar we zes kerken gesloten hebben. Daar zit de Mariakerk in het centrum elke zondag nagenoeg vol. En een volle kerk inspireert en heeft aantrekkingskracht.”

Critici zeggen dat zij op basis van praktijkvoorbeelden hebben vastgesteld dat slechts tien procent van de kerkgaanden daadwerkelijk naar de kerk verderop gaat.

„Dat zijn speculaties.”

En dat als gevolg van kerksluitingen koren verdwijnen en vrijwilligers aan de kant moeten worden gezet.

„Koorleden en vrijwilligers verdwijnen niet omdat de kerk dicht gaat, maar omdat ze steeds ouder worden.”

Er wordt gezegd dat uw bundelingsbeleid juist mensen de kerk uit jaagt.

„Ik ging in 1965 naar het Nicolaas Lyceum in Amsterdam. In de eerste klas gingen alle leerlingen met hun ouders naar de kerk. In mijn eindexamenjaar in 1971 nog maar twee. En de pubers van toen zijn de grootouders van nu. Het geloof is niet doorgegeven aan volgende generaties. We hebben in Nederland niet te maken met de consequenties van mijn beleid, maar van keuzes die vijftig jaar geleden gemaakt zijn. De kerkgang loopt niet terug door kerksluiting. Nee, kerken gaan dicht omdat er geen kerkgang meer is.”

En omdat er geen pastores meer zijn?

„In 1990 waren er 800 priesters, diakens en pastoraal werkers. Nu gaan we richting de 200. De mensen die we hebben, moeten we inderdaad zo efficiënt mogelijk inzetten.”

Hoe verklaart u dat het aantal actieve protestanten wel groeit?

„Bij de protestanten heeft het uitzuiveringsproces al in de eerste helft van de vorige eeuw plaatsgevonden. Daardoor wonen er in ons van oudsher Nederlands-hervormde land op dit moment op papier twee miljoen protestanten en vier miljoen katholieken. Bij ons is dat uitzuiveringsproces zich nu aan het voltrekken. De mensen die overblijven, zijn de mensen die hun geloof echt serieus nemen.”

Het kaf wordt van het koren gescheiden?

„Dat klinkt zo actief. Dit gebeurt gewoon. In onze individualistische westerse samenleving ligt het minder voor de hand dat mensen deel uit willen maken van een geloofsgemeenschap.”

Kritische katholieken zeggen dat ze vooral moeite hebben met al uw regels. Ze noemen u rigide.

„Het zijn geen regels van kardinaal Eijk. Ik verkondig niet mijn eigen visie. Ik verkondig de leer van de Kerk. In een eucharistieviering moet een aantal vaste elementen aanwezig zijn. Ga je anders vieren, dan ben je ontrouw aan de blijde boodschap die Christus ons bracht. Bij mijn diakenwijding, priesterwijding en bisschopswijding heb ik plechtig beloofd dat ik de leer van de Kerk trouw zou verkondigen. En dat doe ik, ondanks alle weerstand. Ook Christus ondervond veel weerstand en bleef toch trouw aan de zending die hij van zijn Vader had ontvangen. Ik blijf trouw aan de zending die ik van Christus heb ontvangen.”

Wat doet al die kritiek met u?

„Het is natuurlijk niet leuk. En soms gaat het ook wel heel erg ver. Op de website van Bezield Verband schreef iemand in een reactie zoiets als: zoals ISIS mensen onthoofdt, is Eijk bezig met het om zeep helpen van het kerkelijk leven in Nederland. Maar ik laat me er niet door van de wijs brengen. Ik twijfel niet.”

Heeft u er nog wel plezier in kardinaal te zijn?

„Ik ben Christus niet nagevolgd als priester om het leuk te hebben. Ik geloof in de dood en de verrijzenis van Jezus Christus, zoals we dat met Pasen vieren. Soms bevind je je in hele benarde situaties, maar dan is er altijd de hoop op het eeuwig leven met Christus. Daar doe ik het voor. Daar blijf ik het ook voor doen.”

Calvinistisch bijna. Net als uw wapenspreuk: weiger het werk niet.

„Dat zijn de woorden die de heilige Martinus van Tours uitsprak op zijn sterfbed. Hij had net vrede gesticht, maar was inmiddels ernstig ziek. Hij zei tegen God dat hij bereid was te sterven, maar dat hij het werk niet weigerde als God nog een taak voor hem had. Hij was een rooms-katholieke bisschop die het bij tijd en wijle ook niet zo leuk had. Net als ik. Dus niet calvinistisch maar rooms-katholiek.”

Op deze eerste verdieping van het bisschoppelijk paleis is verderop de kapel waar kardinaal Eijk vrijwel elke morgen om kwart voor acht voorgaat in een eucharistieviering. Op de tweede verdieping is het appartement waar de kardinaal woont. Overal hangen afbeeldingen van bijbelse taferelen, op tafels liggen Perzische kleden, op de grond dik, diep rood tapijt. Op de begane grond maakt een kopieermachine in de kantoorruimte luidruchtig overuren.

Baart het u zorgen dat bezorgde katholieken nu naar de paus stappen?

„Helemaal niet. Ik weet dat ik het momentum niet uit mijn handen moet laten glippen. Als we te veel financiële middelen verspillen door te wachten, verspelen we onze mogelijkheden te bouwen aan een Kerk voor de toekomst.”

Toch geloven de critici dat de paus gevoelig zal zijn voor hun verhaal en fantaseren ze over uw overplaatsing naar IJsland (waar de veel bekritiseerde Roermondse bisschop Gijssen later bisschop werd, red.).

„Dan moet ik ze helaas teleurstellen.”