Ik had geen zin meer me met anderen te meten

Zangeres Roos Rebergen was 17 toen ze de Grote Prijs van Nederland won; sindsdien heeft ze met haar band Roosbeef drie albums uitgebracht. Rebergen, nu 27, woont inmiddels in Antwerpen. „In België kan ik mijn wereld kleiner maken.”

Foto: Andreas Terlaak

Rood haar

„Ik stond bekend als dat meisje met het rode haar dat Nederlandstalige liedjes zong. Mensen vonden dat ik een aparte stem had en ze vonden me naïef. Ik was inderdaad schuchter. Als vroeger iemand iets zei waar ik het niet mee eens was, zei ik gewoon niets meer. Of ik zei: ik weet het niet. Ik was heel heel trouw aan mezelf. Dat ben ik nog steeds, maar toen was het vaak ongemakkelijk. Mensen konden geen hoogte van me krijgen. Dat gaat nu eenvoudiger, ik ben opener geworden. Vroeger had ik ook nog geen smaak, ik vond gewoon leuk wat mijn ouders leuk vonden. En ik wist alleen wat ik níet wilde, nu weet ik ook wat ik wel wil. Maar of ik nu echt volwassen ben? Ik weet het niet. Ik hou nog steeds niet van opruimen en andere volwassen dingen.”

Boerderij

„Ik heb tot mijn achttiende op de boerderij gewoond in Duiven [Gelderland] met mijn ouders en mijn vier jaar oudere broer Job. Het was daar heel veilig. Mijn moeder was bezorgd, maar we mochten alles – zolang we maar thuis waren. We hadden allemaal dieren en een opslag van gymmatten waar we mee speelden. Wij gingen vroeger nooit op vakantie, maar mijn ouders namen ons mee naar muziekfestivals. Ze organiseerden ook elk jaar een festival op onze eigen boerderij, de Koeioneur. Mijn vader, straattheatermaker, gaf me platen van Lucinda Williams en Patsy Cline – ik was altijd met muziek bezig. Op mijn twaalfde speelde ik op het festival. Het ging gewoon zo. Dat was een fijne tijd. Behalve dan mijn middelbare schooltijd, die vond ik echt heel erg. Ik zat op het vmbo en ik kon de hardheid van die meisjes niet aan. Dat roddelen en dat schreeuwen. Ik was gewoon supergevoelig. Ik sprak er ook niet over. Ik dacht in die tijd oprecht dat als je ergens over ging praten, dat het dan erger zou worden.”

Kalf

„Ik wilde eigenlijk een harde cd maken. Opzwepend en met de energie van het nummer ‘There she goes, my beautiful world’ van Nick Cave. Dat is mislukt: onze derde cd Kalf is kalm. Als ik achter de piano zit en schrijf, dan blijken mijn teksten zich toch gewoon het beste te lenen voor rustige liedjes. Wat wel gelukt is, is een open sound creëren. Piano, gitaar, bas en drums. Meer niet. Alles terug tot de essentie. Ik heb een reis gemaakt door Amerika en wilde op de een of andere manier de weidsheid van het landschap in de muziek vangen. ‘Kalf’ is een Belgisch scheldwoord voor een naïef dommig wicht. Ik vond het wel grappig om mezelf zo te noemen.”

Raak me aan

„Op Kalf staat ook een liedje voor de dodenherdenking, dat ik in opdracht heb geschreven. Dat komt in mei uit als single. Ik vond het moeilijk om zo’n groot onderwerp te pakken. Het wordt snel te sentimenteel of ongeloofwaardig, want wat weet ík nu van de oorlog. Dus ik moest iets vinden om het naar mezelf toe te trekken. Op een gegeven moment zat ik boos achter de piano en zei: raak me aan. Toen kwam het idee. Ik had veel oorlogsfilms gekeken, ik zat vol met verhalen, maar ik dacht: als ik in oorlogstijd zou leven dan zou ik het verschrikkelijk vinden als ik daardoor de liefde niet zou kunnen leren kennen. Ik ben een romanticus. In het liedje ‘Raak me aan’ smeekt een meisje om aangeraakt te worden, omdat ze bang is dood te gaan zonder de liefde gekend te hebben. Het gaat over verlangen, een soort droom dat je mooi gevonden wilt worden.”

Dikkere huid

„Toen ik 15 jaar was schreef ik in het Engels, of nou ja het was een soort kinder-Engels, maar dat lukte niet goed. Iemand adviseerde me om het in het Nederlands te proberen en dat werkte meteen. De dag erna schreef ik het liedje ‘Volle Magen’, over het leven in een maatschappij waarin iedereen aan zichzelf denkt en voor zichzelf leeft. Het voordeel van de Nederlandse taal is dat je direct binnenkomt bij je publiek. Verder zijn mijn teksten nog erg autobiografisch, maar ik denk dat dat ophoudt. De tijd tussen je 17de en je 27ste, waarin ik mijn eerste drie albums heb gemaakt, is natuurlijk een periode waarin je veel voor het eerst meemaakt. Op een gegeven moment gebeuren er steeds minder dingen in je leven. Relaties, ruzies… het herhaalt zich. Vroeger was ik heel gevoelig voor ruzie en daar kon ik dan een liedje over schrijven. Nu komt het niet meer zo hard aan, ik krijg een dikkere huid. Ik wil de spanning in het schrijven zelf gaan zoeken, niet dat ik eerst iets moet meemaken voordat ik het op papier krijg. Ik wil kunnen verdwijnen in het schrijven.”

Kluizenaar

„Na school ben ik in Utrecht op kamers gaan wonen. Dat ging helemaal niet goed. De boerderij werd gesloopt, mijn ouders gingen in de Achterhoek wonen en ik wilde absoluut niet mee. Onze eerste cd was net uit: Ze willen wel je hond aaien maar niet met je praten. Ik was 18 en wist totaal niet hoe ik mijn dag moest indelen. Ik dronk heel veel, trad op en de rest van de tijd woonde ik in mijn kamer. Ik ruimde niets op, ik leefde als een soort kluizenaar, met de deur op slot. Dat kun je een tijdje volhouden maar op mijn 22ste ging het echt niet meer en toen heb ik hulp gezocht. Medicijnen helpen me om me sterker te voelen. Ach, ik ben gewoon somber. Dat had ik als kind al.”

Ideaalbeelden

„In het lied ‘Modemeisjes’ zing ik: ‘Geef me een voorbeeld zodat ik weet wat ik moet kopen / eerst lopen ze voor gek en daarna zelfs voor paal / maar een klein halfjaartje later dragen we het allemaal.’ Ik vind het heel triest wat wij meisjes en vrouwen onszelf aandoen met onze bizarre ideaalbeelden. Ik ben in principe tegen dat modegedoe, maar ook ik doe er aan mee. Zo heb ik heel lang gevonden dat ik dik was. Dat zijn gestoorde gedachtes. Ik dacht, daar moet een lied voor zijn. Gewoon, omdat je af en toe van die jonge meisjes ziet die iets aanhebben dat hen helemaal niet staat, maar ze denken dat het moet. Dat vind ik zielig.”

Antwerpen

„Twee jaar geleden ben ik in Antwerpen gaan wonen. Ik wilde opnieuw beginnen. Ik had geen zin meer om me met anderen te meten. In welke zaal spelen zij? Mogen zij bij De Wereld Draait Door komen spelen, of bij 3FM? Ik wilde me concentreren op mijn eigen muziek. Als een bandje in het Engels zingt wordt het veel sneller serieus genomen, maar vaak is dat geen muziek voor mij. Het is te makkelijk. Je ziet dan dat een bandje ineens heel hip is, maar als je goed kijkt vind je in elk land tien van dat soort bandjes. Het is een beetje bullshit allemaal. In België kan ik mijn wereld kleiner maken en daardoor meer van mezelf. Ik ging ook naar België voor Colin. Tot een half jaar geleden had ik een relatie met hem. Het ging niet meer tussen ons, maar hij is nog steeds de meest bijzondere persoon die ik ooit heb meegemaakt. Heel verdrietig allemaal. Toch ben ik blij dat ik het heb meegemaakt. De liefde. Dat het bestaat.”