Laat onderwijs niet aan leukheid ten onder gaan, we zijn geen clowns

Op de radio een enthousiast verhaal over het nieuwe geloof in onderwijsland: het ‘flipping the classroom’-systeem. Heel kort door de bocht: thuis een filmpje met uitleg kijken en in de klas met de stof aan de gang. De presentator vraagt: „En leren ze er ook beter van?” Dat maakt zijn gesprekspartner niet zoveel uit: „Daar gaat het mij niet om. Het gaat erom dat ze het leuk vinden.” Uit het vervolg wordt duidelijk dat het nieuwe systeem nog niet aantoonbaar tot betere cijfers leidt. Maar ook dat vindt de docent niet zo van belang: „Cijfers zeggen me niet zoveel.” Het doet me denken aan een collega-docent die huilend binnenkwam na ongenadig gepest te zijn door een klas. Van de schoolleider had ze het advies gekregen te kijken of ze haar lessen misschien wat leuker kon maken. Haar verzuchting „Als ik clown had willen worden, was ik wel naar de circusschool gegaan” had hem geïrriteerd.

Natuurlijk juich ik alles toe wat de motivatie van leerlingen verhoogt. ‘Leuke’ lessen helpen ongetwijfeld, maar middel mag geen doel worden. Tandartsbezoeken, in de regen trainen op het sportveld of door de storm fietsen naar muziekles is ook niet leuk. Dat is nuttig. Aan het voortgezet onderwijs de uitdaging een opleiding te geven die ergens toe dient. Als dat op een leuke manier kan, des te beter. Zo niet, dan maar niet. Laat het onderwijs niet aan leukheid ten onder gaan. Leerlingen moeten na hun opleiding verder naar een beroepsopleiding of studie die hun charismatisch onderwijs biedt met docenten die kennis, kunde en liefde overdragen, zoals Van Oostrom schreef (28/3). Dat zou echt leuk zijn.