Geheim agenten MIVD betaald voor thuis blijven

Het hoofdbureau van de politie in Kabul. Foto EPA / Jawad Jalali

Het ministerie van Defensie heeft met twee medewerkers van de militaire inlichtingendienst MIVD een riante afvloeiingsregeling getroffen, op voorwaarde dat zij zwijgen over hun werkzaamheden in Afghanistan en het Midden-Oosten. Dat blijkt uit de verhoren en processtukken in de zaak die oud-politieagent Ibrahim A., bijgenaamd ‘de Windhond’, voert tegen de Nederlandse staat. A. was in Afghanistan een cruciaal contact van de twee afgevloeide medewerkers van de MIVD.

De geheim agenten, die nu rond de vijftig zijn, krijgen tot hun pensionering hun salaris volledig doorbetaald zonder dat zij nog hoeven te werken voor Defensie. Ook zijn zij bevorderd.

Onzorgvuldig onderzoek

De twee geheim agenten werden in 2007 op non-actief gesteld, omdat zij verdacht werden van het stelen van geld van de geheime dienst. Uitgebreid onderzoek naar de zaak door onder meer de Rijksrecherche en de AIVD leverde niets op. De Commissie van Toezicht betreffende de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) concludeerde in 2010 dat het onderzoek naar de spionnen onzorgvuldig was verlopen.

Door de onderzoeken en de publiciteit lekte de identiteit van het duo uit, waardoor zij niet meer als geheim agent konden werken en moesten worden afgekocht.

‘Minnelijke regeling’

De schikking tussen de Staat en de MIVD’ers had geheim moeten blijven, maar door de rechtszaak van A. komt daarover steeds meer naar buiten. Zo verklaarde het hoofd juridische zaken van de MIVD in de rechtbank dat er met het duo “een minnelijke regeling” was getroffen.

Het ministerie van Defensie wil niet reageren op de regeling met de geheim agenten. Over Ibrahim A. zegt het ministerie.

“Defensie begrijpt dat bij hem de indruk kan zijn ontstaan dat hij naast zijn logistieke werkzaamheden in Afghanistan door de MIVD ook anderszins werd ingeschakeld.”

Lees verder in NRC Handelsblad: Onze man in Kabul (€)