Een cv zegt niets

Het bedrijfsleven is een podium en Astrid van Heumen ‘cast’ de juiste kandidaat voor de juiste rol. Bij een broodje filet zegt ze: ‘Wie een baan zoekt, kan beter naar een uitzendbureau.’

Astrid van Heumen zoekt topmensen voor bedrijven. „Ik heb de gouden eeuw van de economie meegemaakt, maar nu dreigen we de Middeleeuwen in te rollen.”

In het Herenstaete-gebouw aan de Amsterdamse Herengracht werkt een vrouw en haar beroep is zoeken. Voor wat Astrid van Heumen (45) doet, zijn veel verschillende omschrijvingen. Ze is een headhunter, of breinronselaar zoals Vlamingen het zeggen. Klinkt niet erg chic, dus heet geschikte mensen zoeken voor (top)functies ook wel executive search. Zelf noemt ze haar werk liever casting. Corporate Casting heet het bedrijf waarvan ze mede-eigenaar is. „Net als bij de film zoek ik de juiste characters.”

Astrid van Heumen heeft van tevoren goed nagedacht over de setting van de lunch. Niet bij de Industrieele Groote Club, zoals ze eerst voorstelde, maar liever op kantoor, met een broodje van de broodjeszaak in de buurt. Ze zet zelf koffie en thee, een kwart van de werkruimte is ingericht als keuken. „De apentafel of de schaaktafel?”, vraagt ze. Had ik de tafel gekozen met daarop een houten beeld van drie aapjes, zegt ze, dan had ze verteld dat ze geen monkey business bedrijft, geen tijd verspilt aan onzin. „De apen symboliseren horen, zien en zwijgen. Precies wat wij hier doen.” De tafel waaraan we zitten, met ingelegd schaakbord, is net zo betekenisvol voor haar beroep, zegt ze. „Welk schaakstuk zet ik waar, en wat is de volgende strategische zet?”

Met de rol die ze vandaag moet spelen, is ze wat ongemakkelijk. Ze is gewend te luisteren, zegt ze, niet om te praten. Als zij wil weten of iemand een geschikte kandidaat is voor een functie, heeft ze meer informatie nodig dan er op een cv staat. „Een cv is een optelsom van kennis en ervaring. Maar het vertelt me niet wie iemand is.” Ze wil iemands „heuse motieven” kennen. „Waar droomt hij van, what makes him tick?” Zij voert met al haar opdrachtgevers „goede, stevige en persoonlijke” gesprekken. Een automatiseerder die van mode houdt. Een theologe die goed kan organiseren. Een reclameman die vertelt dat hij groot liefhebber is van opera. Voor haar is dat allemaal cruciale informatie. En als diezelfde reclameman in zo’n gesprek begint over zijn vechtscheiding? Ze lacht. „Dat vertelt me iets over hoe iemand functioneert onder hoge druk.” En als iemand een hork blijkt? „Misschien is er een bedrijf dat juist een hork nodig heeft.”

Ze is een soort consigliere, zegt ze. Een vertrouwenspersoon. Haar opdrachtgevers werken in de corporate wereld: bij beursgenoteerde bedrijven, bij private equity concerns of (grote) familiebedrijven. Zij kan alleen gedijen bij veiligheid, discretie en integriteit. Praten over opdrachtgevers, bedrijven of geslaagde matches, dat doe je eigenlijk niet. Zij doet het nu toch. „Dat vind ik ook een dilemma. Mijn plek is achter de coulissen de regie voeren. Ik laat anderen vlammen, zij horen op de voorgrond, niet ik. Maar tegelijkertijd moeten mensen weten wie ik ben. Om mijn werk te kunnen doen, moeten sterspelers me wel weten te vinden.”

Toneelspelers

Over haar vak spreekt ze in beeldspraak. Het bedrijfsmotto van Corporate Casting is een citaat uit het toneelstuk As you like it van Shakespeare. The world is a stage..., de wereld is een podium en alle mannen en vrouwen zijn toneelspelers.

Zo kijkt Astrid van Heumen ook naar een bedrijf, een raad van commissarissen of een directie. „Samen vormen alle spelers de cast. Is er een nieuwe commissaris of een financieel directeur nodig, dan zoek ik naar een character dat past bij de andere acteurs.” Opdrachtgevers, hebben de neiging een kopie van de voorganger te zoeken. „Iedereen kent de usual suspects. Wij stellen kandidaten voor aan wie ze zelf nooit gedacht hadden, maar die perfect zijn voor de rol.” Werk is dus het spelen van een rol? Ja, knikt ze. „Een van de vele rollen die je speelt in het leven.”

Ze is het vak min of meer toevallig ingerold. Al gelooft zij niet in toeval, zij noemt dat een „optelsom van kansen.” Haar zakenpartner is David de Goede. Hij nam vijftien jaar geleden het bekende headhuntersbureau De Vroedt & Thierry over. „Hij volgde me al heel lang.” Waarom? Ze denkt na. „Ik denk dat hij getriggerd raakte toen ik van de havens overstapte naar de financiële wereld.” Ze had Japankunde gestudeerd. „Japan was in die tijd wat China nu is. De grote, opkomende markt.” Halverwege ging ze er geschiedenis bij doen. „In Engeland is dat de koning aller studies. Hier niet.” Om te voorkomen dat ze gedoemd was geschiedenislerares te worden, koos ze de meest economische variant. „Ik wilde in play zijn. Meespelen in de echte wereld.”

Ze werd geen lerares maar, commodity trader, grondstoffenhandelaar bij de Rotterdamse haven. Later werkte ze bij een investeringsbank in de Londense City. Ze heeft, zegt ze, altijd iets anders gedaan dan van haar werd verwacht. Wie verwachtte er wat van haar dan, vraag ik. Haar ouders? „Mijn ouders hebben me met alles laten kennismaken, en me de vrijheid gelaten zelf te kiezen.” Ze vertelt hoe blij ze was toen ze de baan in Londen kreeg. Ze was halverwege de dertig, woonde in Amsterdam, had een vriendje. „Ik belde mijn vader. ‘Is het al uit?’, vroeg hij. Nee, dat was het niet. Nog niet.” Dus ze ging alleen? „Ja, heerlijk. Avontuur. Ik woonde vlak bij Trafalgar Square. Als ik niet werkte, wat zelden voorkwam, kocht ik last minute een ticket voor de opera of het ballet. Voor één iemand is altijd plaats.” In Londen ontmoette ze haar huidige echtgenoot, ook Nederlander en ook bankier. Met hem heeft ze een dochter van acht.

Van dealmaker (in de havens en in Londen) is ze matchmaker geworden. „Zo zegt David het altijd.” Hij vroeg haar een jaar of drie geleden bij Corporate Casting. Ondertussen ruimt ze de tafel af, ze zet thee. „Soms wordt me gevraagd waarom ik met een partner werk die zoveel ouder is.” De leeftijd van David de Goede is een goed bewaard geheim, maar de pensioenleeftijd is hij ruim voorbij. „Dan zeg ik: hij is een jonge man op leeftijd.” Voor haar is hij, zegt ze, een soort goeroe in dit vak. „Ik noem hem ook wel Merlijn. Een tovenaar met witte magie. Altijd is er wel een boek dat ik moet lezen, of een interessant iemand die ik moet ontmoeten.”

Misschien was ze altijd al matchmaker, alleen wist ze het nog niet. Voor de Amerikaanse bank JP Morgan was ze, in Londen, „luisterend oor”. Zij ging praten met andere banken, met pensioenfondsen, verzekeraars. „Ik vroeg wat er speelde, wat ze belangrijk vonden, waar ze behoefte aan hadden. En met die informatie ging ik terug naar JP Morgan. In plaats van je koopwaar aan te bieden, kun je vaak beter eerst eens luisteren naar wat de vraag eigenlijk is.” Triomfantelijk: „Exact hetzelfde als wat ik nu doe dus. Alleen zijn de producten anders.”

Kenau

Met deze rol heeft ze de kans gekregen zichzelf te zijn, zegt ze. Ze vertelt over het damesgenootschap Kenau dat zij heeft opgericht. Lid kun je er niet van worden, vrouwen moeten worden gevraagd. „Een paar keer per jaar houden we hier op kantoor een lunch. Lange tafels met vrouwen uit alle disciplines. Artsen, wetenschappers, commissarissen, zelfstandig ondernemers. Sterke vrouwen”, zegt ze. Eén van hen houdt een tafelrede, daarna volgt een debat. Margot Scheltema, beroepscommissaris en nummer 1 in de top-50 van machtigste corporate vrouwen hield een verhaal over rechtvaardig leiderschap. PvdA’er Myrthe Hilkens kwam vertellen over haar vrijwillige vertrek uit de Tweede Kamerzetel, Elou Akhiat over hoe ze haar wijnbar opende ondanks doodsbedreigingen uit islamitische hoek. De lunches zijn altijd tegen drieën afgelopen. „Dan kan iedereen weer aan het werk, of de kinderen van school halen.” De moederrol is geen belemmering voor een carrière, zegt Astrid Heumen. „Het krijgen van een kind hoeft het karakter van een vrouw niet negatief te beïnvloeden.”

Netwerken vindt Astrid van Heumen een vervelend woord. Maar daar komt het wel op neer. „Het gaat om mensen kennen, die weer andere mensen kennen.” Aan LinkedIn heeft ze niks, ze werkt liever volgens de ouderwetse manier van mensen ‘verzamelen’ en, informeel, met elkaar kennis laten maken. „We doen aan feestjes.” Haar gasten zijn niet noodzakelijkerwijs cliënten of opdrachtgevers, maar ze kunnen het wel worden. „Soms weet je: die man of vrouw zou daar goed passen. En dan introduceer je iemand bij een werkgever nog voor ze iemand zochten.” Soms opereert ze als een impresario. Soms als een voetbalmakelaar. Maar ze is er niet voor mensen die een (nieuwe) baan zoeken. „Dat klinkt bot, maar die kunnen beter naar het uitzendbureau.”

Een deal sluiten geeft meteen bevrediging, zegt ze. Een match tussen mensen bewerkstelligen vindt ze nog bevredigender. Belangrijker ook. „Het is belangrijk om sleutelfiguren op de juiste plekken te krijgen.” Waarom? „Het wheel of fortune heeft lang gedraaid. Ik heb de gouden eeuw van de economie meegemaakt. Maar nu leven we in een interbellum. Het wiel stagneert, we dreigen te kantelen.” En dus? „We kunnen de Middeleeuwen inrollen.” Ze zegt het natuurlijk niet hardop, maar zou ze soms doelen op de recente perikelen bij de banken, ABN Amro voorop? „Als we de juiste mensen, met de juiste ethische moraal, op belangrijke posities neerzetten, komen we misschien terecht in de vroege Renaissance.”

Ze kiest nu een liedtekst van The Rolling Stones: „Je kunt niet alles krijgen wat je wil. Maar als je het probeert, vind je misschien wel wat je nodig hebt.” Daarom heeft ze het uiteindelijk liever over vinden, dan over zoeken. „Je zoekt avontuur, je zoekt de liefde van je leven, je zoekt de ideale baan. De beloning van de zoektocht zit ’m in het vinden.”