De staat stelt de regels, maar moet niet voor bank spelen

Een week duurt lang in de politiek verzuchtte de Engelse minister-president Harold Wilson (1916-1995). Het sentiment kan zomaar wijzigen. Een week geleden ging het politieke debat in Nederland nog over het uitstel van de verkoop via de effectenbeurs van de aandelen van staatsbank ABN Amro. Nu groeit de politiek-maatschappelijke roep om van het uitstel maar afstel te maken en de bank voort te zetten als een permanente staatsbank.

Dat is een slecht idee.

De overheid kreeg de aandelen van ABN Amro, Fortis Bank Nederland en verzekeraar ASR in 2008 niet in handen omdat er een politiek verlangen was naar een grotere rol van de overheid in de economie. Nee, de trojka van minister-president Balkenende (CDA), minister van Financiën Bos (PvdA) en centralebankpresident Wellink die de nationalisatie bekendmaakte, stond daar omdat ze niet anders kon. Het was nationalisatie of een onbeheerst bankroet dat zonder enige twijfel op dat moment tot kolossale schade voor burgers, bedrijven en economie zou hebben geleid.

Het was toen de bedoeling om, als de financiële markten gekalmeerd waren en als de bankenwereld voldoende reserves had aangelegd, de aandelen van ABN Amro door te verkopen. Aan een andere bank. Of aan beleggers op de beurs. De overheid is immers niet de vanzelfsprekende partij die diensten en producten moet verkopen die het particuliere bedrijfsleven zeker zo goed, en waarschijnlijk beter, kan aanbieden. Zeker, er waren in het verleden in Nederland succesvolle financiële instellingen waarin de overheid als aandeelhouder een rol speelde. Er is echter, in het buitenland, ook een waslijst van financiële staatsinstellingen die zichzelf te buiten gingen aan excessieve, al dan niet politiek geïnspireerde kredietverlening die in stroppen eindigde. Inclusief reddingsacties van diezelfde overheid. Nostalgie naar de ‘Giroblauw past bij jou’, reclames met John Cleese en de Postbank in de jaren tachtig van de vorige eeuw, is wat het is. Nostalgie. De Postbank is niet voor niets in 1989 gefuseerd met de toenmalige NMB. Sterke, veelzijdige banken zijn onmisbaar voor de financiering van bedrijven en burgers.

Het kennelijke verlangen naar een staatsbank onderstreept het wantrouwen in particuliere banken dat in elk geval een deel van het publiek heeft. De financiële wereld probeert dat te bestrijden, bijvoorbeeld met de zogeheten bankierseed die 95.000 bankmedewerkers in Nederland deze maand afleggen. Dat moet geen gratuite ceremonie zijn. De eed moet een richtsnoer én een hulpmiddel zijn voor medewerkers om met elkaar te praten over de normen en waarden die zij hanteren. Het moet hun verweer zijn tegen excessieve commerciële eisen als dat nodig is. Hun klanten mogen hen daaraan houden, ook dat is een pluspunt.

De beste manier om vertrouwen te kweken en toekomstige schade voor de belastingbetaler te beperken bij een eventuele nieuwe bankencrisis, is de invoering van dwingende, adequate kapitaalbuffers. De eerste stappen zijn gezet, met Europees bankentoezicht op de grootste financiers en een Europese bankunie. Meer stappen moeten volgen. De Verenigde Staten bijvoorbeeld hebben duidelijker hun conclusies uit de bankencrisis van 2008 getrokken door ook de eigen financiële handel van grote banken af te knijpen. Niet gokken op financiële markten met andermans (spaar)geld.

De staat heeft geen functie in financiële dienstverlening, maar de politiek is wel broodnodig voor toezicht en richtlijnen. Dat moet de rolverdeling zijn. Strengere regels maken staatsbanken overbodig.