De politicus anno nu: Wat ben ik goed! Wat ben ik enorm goed!

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: Zalm, Rutte en het groeiende gebruik van reclamewetten in de politiek. Ofwel: anticiperen op het permanente gevaar van plotseling reputatieverlies.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer Foto Team Peter Stigter

Wie graag afgeeft op ‘de politieke elite’, moet even het lot van Gerrit Zalm op zich in laten werken. Wat een adembenemende val maakte deze VVD-prominent de laatste weken in de Haagse pikorde.

Bijna twaalf jaar was hij minister van Financiën (1994-2006). De man die Den Haag met goedlachsheid en financieel Fingerspitzengefühl naar zijn hand zette. De man die, zoals dit heette, discipline in het begrotingsproces bracht – stabiel tekort, altijd meevallers.

Ook de man die, in 2002, namens de VVD Mark Rutte naar de landspolitiek haalde. En de man die in 2008 werd uitverkoren ABN Amro op de rails te krijgen en naar de beurs te brengen. Een taak die vertrouwen van de hele natie vergde.

Die Gerrit Zalm werd de laatste weken in Den Haag ontmaskerd als partijman zonder achterban. Baas van een staatsbank - maar politiek geheel verweesd. Bij de gehoopte beursgang van ABN Amro blokkeerde de politiek wat hij wilde. Bij de gehoopte verhoging van de salarissen voor de bankleiding dwong de politiek af wat hij niet wilde.

Je hoorde de laatste weken wel dat Zalm rond belde in de VVD en op Financiën. Maar het ontluisterende was dat hij niets bereikte. Niemand kon iets voor hem doen. Niemand wilde.

Zelfs Mark Rutte stak ten slotte geen vinger voor zijn politieke peetvader uit. Rutte is een flexwerker met permanent wisselende contacten: dat maakt hem zo geschikt voor de huidige constellatie. Maar er is een keerzijde: zijn loyaliteit is altijd tijdelijk. Zalm weet dit nu ook.

Het laat meteen zien hoe totaal gedemocratiseerd Den Haag in feite is. Het grote publiek is nog altijd ontvankelijk voor het idee dat ‘een kleine elite’ dan wel een old boys network aan de knoppen zit in Den Haag. Dit geval illustreerde dat het allemaal fictie is: die old boys zijn er nog wel, maar hun network is waardeloos geworden.

Want je kunt nog zo prominent zijn, nog zoveel aanzien en voortreffelijke contacten hebben, maar wie de steun van het grote publiek verspeelt, stelt niets meer voor in de huidige politiek.

Wat dit betreft liet Zalm zich pijnlijk in de kaart kijken. Een tonnetje extra voor staatsbankiers opeisen kort nadat een Kamerlid is gestruikeld over een fles wijn van 127 euro: zoveel afstand van het volkssentiment hebben ze zelfs in de monarchie niet meer.

En precies dit risico – dat je inééns betrapt wordt op onkunde – verklaart de andere trend die deze week, minder prominent, in beeld kwam: het verschijnsel dat politici en bestuurders onbeschaamd de wetten van de reclame in acht nemen. Imagobeschermers en beeldverzachters om de constante dreiging van plotseling reputatieverlies te verkleinen.

Ik kwam erop nadat het SCP deze week in zijn driemaandelijkse onderzoek (Burgerperspectieven, maart) constateerde dat de zorg bovenaan het nationale probleembesef is beland. Geruime tijd stonden ‘normen en waarden’ op één. De verandering is volgens de onderzoekers een logisch gevolg van de ,,onrust’’ over de gezondheid- en (langdurige) ouderenzorg.

Nu bleek deze week óók wat er misgaat bij de manier waarop de overheid op die onrust reageert. De Reclame Code Commissie deed uitspraak in een beroepsprocedure over de televisiespotjes die het ministerie van VWS rond 1 januari uitzond, toen de decentralisatie van de langdurige zorg inging. „De maatschappij verandert. De zorg verandert mee”, zo werden de spotjes gebracht.

En de Reclame Code Commissie, die een klacht van de FNV behandelde, oordeelde al in februari negatief: „het vertrouwen” in de overheid werd door de spotjes „geschaad” omdat de veranderingen te gunstig werden voorgesteld; ik schreef er eerder over.

Echt interessant werd het hierna. Het ministerie ging in beroep en voerde een fundamenteel verweer: de overheid, redeneerde het departement, deed alleen aan neutrale voorlichting. Het was per definitie uitgesloten dat een overheid ‘reclame’ kon bedrijven. En als de Reclame Code Commissie hier anders over zou oordelen, zou dit „verstrekkende gevolgen” hebben: dan werd de overheid voortaan behandeld als een marktpartij die zij niet is.

Vandaar dat de uitspraak zal nawerken: het beroepscollege van de Reclame Code Commissie oordeelde dat het ministerie in de spotjes welbewust koos voor het „aanprijzen” van het eigen beleid – in plaats van een neutrale weergave.

En dus bedreef de overheid onbetwist reclame. Valse reclame, om precies te zijn: de „reële kans” dat „kwetsbare burgers” nadeel van het beleid ondervonden bleef in de spotjes onbenoemd, aldus het beroepscollege.

Dus dit was er gebeurd: terwijl de onrust onder burgers over de veranderingen in de zorg niet eerder zo groot was, antwoordde de overheid met een opgeleukt reclamepraatje.

Het is de moderne politiek ten voeten uit. Confronteer de politicus met een beleidszwakte en hij zegt: Wat ben ik goed! Wat ben ik enorm goed!

Neem Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken), die dinsdag vragen kreeg van BNR over spanningen op de werkvloer van de AIVD. Ze werden vorige week op deze pagina geschetst door oud-geheim agent Kees Jan Dellebeke, en daarna bevestigd door deskundigen met banden in de inlichtingenwereld. Nee hoor, niets aan de hand, zei Plasterk. „De organisatie staat er goed voor”, vertelde hij, de leiding was „uitstekend”.

Gevolg is dat de geloofwaardigheid van de minister en het AIVD-hoofd op de werkvloer verder verslechtert, maar dat type schade neemt men op de koop toe: als het beeld in orde is doet de werkelijkheid er minder toe.

Je zag vergelijkbaar gedrag bij Veiligheid en Justitie toen Nieuwsuur vorige maand de details over de deal met crimineel Cees H. had gevonden. Het programma kon documenteren dat de minister de Kamer onjuist had ingelicht. En hoewel uit de reactie van het departement bleek dat men de feiten van Nieuwsuur niet kon weerleggen, ging een persbericht uit waarin „de bewering” (sic) van het programma botweg „onjuist” werd genoemd. Argumentenloze gelijkhebberij als voorlichting: zover is het gekomen.

Natuurlijk – voor individuele bestuurders en politici heeft deze benadering het voordeel dat ze er meestal mee wegkomen. Het nadeel is abstracter: vooral het grotere geheel lijdt eronder. In hetzelfde SCP-onderzoek kon je deze week zien dat het vertrouwen in Kamer en regering weer aan het dalen is, nu tot beneden de vijftig procent.

Deze terugval deed zich voor tijdens de campagne voor de statenverkiezingen, en in theorie zijn er de komende twee jaar geen verkiezingen. De economie trekt aan, het kabinet kan volgend jaar meevallers van ettelijke miljarden uitdelen.

En ze zullen het niet hardop zeggen, maar vooral oppositiepartijen hebben belang bij politieke rust: uit hetzelfde SCP-onderzoek bleek dat uitgerekend kiezers van D66, GroenLinks en CDA het meeste vertrouwen in dit kabinet hebben. Logisch dat vanuit de CDA-senaatfractie de druk op Sybrand Buma groeit om een belastingdeal met de coalitie te sluiten.

Zo is er macro-politiek voor dit kabinet geen vuiltje aan de lucht: ook zonder reclamespotjes of zelfpromotie is er alle kans op een effectief politiek jaar. Bananenschillen zullen er altijd zijn: zo zal de oppositie volgende week de initiële steun van Dijsselbloem aan de hogere ABN-salarissen (‘verdedigbaar’) uit proberen te spelen.

Maar eind deze week wist je dat de coalitie hem steunde. En dat de minister een tegenargument heeft: de wet die de ABN-top het formele recht op dat tonnetje extra gaf, werd in 2012 met algemene stemmen (ja, ook van SP, GroenLinks, CDA, etc.) aangenomen.

Zo was het een week vol contra-intuïtieve werkelijkheden. We zagen een bank die alle gevoel voor de politiek verloren had. We zagen een oud-politicus annex bankier die van zijn Haagse sokkel gestoten werd. En we zagen hoe diens bank al de eigen reclameleuzen van de laatste jaren logenstrafte. Mijn favoriet: De bank anno nu.

Evengoed zagen we politici anno nu: mensen die reclame voor zichzelf maken alsof ze bankiers zijn. Je zou willen dat ze er na een week als deze meteen mee ophielden. Maar je wist ook dat ze er niet aan moesten denken.