De ‘hork in toga’ bestaat, in anekdotes over vroeger

Vraag NRC-lezende advocaten wat ze van rechters vinden en het blijft doorgaans rustig en genuanceerd. De kwaliteit is goed, zo begon menige mail na mijn oproep van vorige week. Gevolgd door het gevraagde ‘maar...’ Waarna de ergernis het soms toch won. De maatstaf waarlangs advocaten ‘hun’ rechters leggen, is eenvoudig. Goede kennis van het recht, beheersing van het dossier en een open verstandhouding op de zitting. Eén advocaat schreef die rechters te waarderen die zìjn stelling volgden. Ook was er de advocaat die rechters hekelde omdat ze zo ‘normconform’ waren, dit in tegenstelling tot vrijwel al zijn cliënten. Juist, ja.

De ‘hork in toga’ bestaat, in anekdotes over vroeger. Een advocaat herinnerde zich een strafrechter in de jaren 70 die hem vanaf het podium begroette met ‘meester, je gulp staat open’. Dat bleek te slaan op zijn scheef hangende bef. Moderne slechte manieren hebben rechters die om 12.00 uur afhameren omdat ‘anders de broodjes in de kantine op zijn’. Dan wel om 17.00 uur, omdat de kinderen uit de opvang gehaald moeten worden. Ik kreeg zo’n vijfentwintig, soms lange, mails; daarin werd het fenomeen van de knikkebollende of slapende rechter drie keer genoemd. Twee advocaten zeiden minutenlang te hebben gepleit voor wegdoezelende rechters. Ook waargenomen: onderuitgezakte rechters, die afwezig in de stukken bladeren, briefjes schrijven of geen enkele vraag hebben.

Liefst hebben advocaten rechters die regie nemen en bij voorkeur niet ál te vastgebakken zitten aan de wet. Een rechter die ooit zei ‘van de wet mag het niet, maar we doen het toch zo’ oogstte bewondering. Complimenten waren er voor rechters in kort geding, omdat ze daarin ook actief optreden. Vooral in civiele zaken is een rechter echter een sfinx, die beide partijen aanhoort, de zitting sluit en pas later ‘spreekt’, op schrift. De rechter als een robot – lastig om tegenaan te pleiten, schreef een advocaat.

De vaakst gehoorde klacht betreft rechters in tijdnood. Die hebben het dossier niet of maar gedeeltelijk gelezen, kijken op de klok, ‘stellen de verkeerde vragen’ of raffelen zittingen af. Advocaten vinden dat vooral voor cliënten ontluisterend. Het wordt gezien als een effect van de outputfinanciering – rechtspraak als vonnismachine, met tijdgebrek als symptoom. Targets halen, schamperde een advocaat, en ‘hoe krijg ik dit dossier van mijn bureau’. Veel haast bij de rechtbank leidt tot slordige, onvolledig gemotiveerde uitspraken en dus tot onnodige hoger beroepen, merkt een ander op.

Erg veel klachten waren er over rechters die wel de advocaten streng aan de wettelijke termijnen houden, maar de termijnen voor zichzelf volledig negeren. Eén advocaat moest een vol jaar wachten op uitspraak terwijl de cliënt 96 was. Aandringen bij de griffie leverde een ‘snauw’ op. Van hetzelfde laken: rechters die verhinderdata voor zittingen opvragen en dan weken niets laten horen. Advocaten moeten vaak in meer zaken data reserveren en kunnen dan al gauw nergens meer zittingafspraken maken. Of zittingen die uren uitlopen, waardoor wachtende advocaten hun werkdag niet kunnen plannen of soms alsnog verstek moeten laten gaan. Ook erg: met rechters niet mogen mailen, maar alleen faxen. Met een limiet op het aantal pagina’s!

Advocaten observeren rechters ook scherp op aanwijzingen of zij het dossier wel lazen. Steken er gele post-it briefjes uit het dossier? Dat is een goed teken. Maar als een advocaat verwijst naar materiaal in het dossier (‘producties’) of naar foto’s, en de rechter zoekt dat stante pede op, dan stemt dat sommige advocaten wantrouwend. Zou dat zó nieuw voor de rechter zijn dat-ie nu voor het eerst gaat bladeren? Rechters die informeren naar ontbrekende stukken die juist niet ontbreken, verraden zich meteen. Of die getuigen geheel blanco ondervragen – idem.

Berucht onder strafadvocaten is de ‘gevangenhouden-zitting’, waar moet worden bekeken of tegen een verdachte nog ‘ernstige bezwaren zijn’. Dat zijn stempelsessies geworden, waarin nauwelijks ruimte is om te pleiten en rechters beslissing motiveren door op een formulier voorgedrukte overwegingen aan te kruisen. Eén advocaat schat dat op dergelijke zittingen maar één van de drie rechters de zaak kent, op wie de andere twee dan afgaan. En dan een heikel punt – deskundigheid, vooral in grote handelszaken. Kunnen rechters jaarrekeningen lezen? Weten ze wat ‘cum-prefs’ zijn? Tenminste twee advocaten waren er zéér negatief over. Zij vluchtten naar de gang, om te schikken. Rechters die deskundig zijn, tijd nemen, het dossier lazen, communicabel zijn, binnen de termijn en helder vonnissen. Dat zijn de helden.