Dat ik geen kinderen heb, dat is het lot

Hester van Eeghen

(56) is ontwerpster van tassen en schoenen. En van meubels en horloges, als het uitkomt

Voorbeeld

„Voor Dieter Rams heb ik een stille liefde. Bij al zijn ontwerpen, veelal apparaten voor Braun, denk ik tegelijkertijd: wat is het gewoon en wat is het bijzonder. Ze zijn bijzonder in hun detaillering. Onlangs kwam ik in een Duitse krant zijn stijlregels tegen. Ik bewaar ze als een bijbel. Een goed ontwerp is zo min mogelijk ontworpen, less is better, stelt hij. Het is ook esthetisch. Innovatief. Met functie en vorm in balans. Dat zijn ook mijn idealen. Veel van mijn tassen zijn redelijk kaal, het ontwerp zit in de belijning en de kleur. Plooien, vakjes, fournituren zijn altijd functioneel, er zit niets teveel aan.”

Inspiratie

„Mijn ideeën zijn cumulaties van associaties. Hoe dat precies werkt, weet ik niet. Ik observeer gedrag, hoe vrouwen hannesen met hun tas of met een vuilniszak. Ben gefascineerd door transformatie. Een zakmes. Zo’n ouderwetse vouwwagen. Systemen, ben ik dol op. Dan ontwerp ik opeens een tas met zijkanten die uitklappen of met een hengsel dat schaart. Architectuur en origami, Japanse vouwkunst, zijn ook bronnen. Alles eigenlijk. Als ik een Baboesjka zie, vraag ik me af hoever ik kan gaan met een tas, in een tas, in een tas. Dat probeer ik dan uit, gewoon omdat ik altijd het verlangen heb te verkennen.”

Aanraking

„Mijn tassen kun je draaien, vervormen, groter en kleiner maken. Ook mijn schoenen hebben vaak een twist. Het gaat me om de verrassing. Ik wil mensen raken, een emotie oproepen, zoals met de kijkdoos van vroeger. Dat ze willen voelen, of denken hè, hoe zit dat? Ik ontwerp nu enkele tassen voor het Van Gogh Museum. Zijn werken doen hetzelfde, wekken verwarring vanwege de kleur of de vreemde verhoudingen. Sommige van mijn ontwerpen zijn afgekeurd, die waren te extreem. Wat er wel komt is een tas die aan de buitenkant keurig Van Gogh is, maar opent als een eindeloze harmonica.”

Leerschool

„In de productie zit de grootste spanning, alles kan mis gaan. De leerkeuze, de stiksels, de verf op de kanten. Ik laat bijna al mijn ontwerpen in Italië maken. Italianen willen helderheid, bijna autoritaire instructies. Tegelijkertijd vragen ze vertrouwen en moet ik ‘oh’ en ‘ah’ roepen als beloning. Een delicaat evenwicht. Niet van anderen verwachten wat ik van mezelf verwacht, dat vind ik het moeilijkste aan ondernemen. Accepteren dat mensen dingen op hun eigen manier doen, maar desondanks proberen alle neuzen dezelfde kant op te houden. Ik heb moeten leren loslaten en uitzoomen. Anders blokkeer ik zelf.”

Beloop

„Koeien die snel groeien na hormooninjecties, krijgen een huid met striae. Alles wat te snel groeit krijgt tegenslag, denk ik. Ik heb geen business plan, ben uitgebreid op mijn eigen tempo. Uit het onverwachte ontspruit vaak iets moois, het geplande, bedachte is moeizamer, daar ben ik van overtuigd. Onlangs overleed mijn vader. Ik voelde leegte, maar moest ontwerpen voor een beurs in Frankfurt. Toen ben ik gaan werken als in het begin, legde reststukken leer bij elkaar. In vijf minuten ontstond er een tas. Tornado. Net als mijn vader lange tijd, stond-ie schuin, maar viel niet om. Het werd het succes van de beurs.”

Gemis

„Het is het lot dat we geen kinderen hebben gekregen. Ik vind het nog steeds ongelooflijk jammer, al ben ik gelukkig wel peetmoeder geworden van dertien kinderen. Inmiddels kan ik mijn gedachten omdraaien, ze zijn niet gekomen om mij de kans te geven dieper in mijn vak te duiken. Alsof ik geprogrammeerd ben om op dit spoor te blijven. Iemand zei ooit: ‘In een vorig leven had je acht kinderen, dat ging je zo makkelijk af, nu moet je iets anders doen.’ Dat laatste geloof ik. Dus benut ik de zorgen die ik niet heb.”

Fundament

„Waar ik over tien jaar sta denk ik niet over na. De droom is nu, die leef ik. Dat is geen naïviteit, maar vertrouwen. Mijn moeder vertelt altijd hoe ik als meisje van drie jaar op een hoge duikplank klom en sprong. Zonder angst. Dat karakter is versterkt door op te groeien zoals ik deed, als de jongste van vijf in een gezin van kunstliefhebbers en ongeconditioneerde denkers dat vaak verhuisde. Ik ervoer de wereld, mocht afkijken zonder te hoeven meedoen. Dat heeft me getraind niet bang te zijn voor confrontaties en er altijd luchtigheid in te houden. En als ik iets wilde, kreeg ik het volle vertrouwen.”