Beursgang ABN uitstellen was al snel onvermijdelijk

Over de beursgang van ABN Amro zeggen PvdA’ers en VVD’ers: die moet doorgaan. Deze week sloeg de twijfel toe. Leidt graaien niet tot afstel?

Illustratie Aron Vellekoop León

Ze zaten er allemaal klaar voor, bij ABN Amro en het ministerie van Financiën. Half maart was volstrekt duidelijk dat minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) op de laatste vrijdag van de maand, de 27ste, zijn langverwachte besluit bekend zou maken tot de eerste stap van de privatisering van de staatsbank.

Iedereen kende het draaiboek. Na de gebruikelijke persconferentie van de premier, na afloop van de ministerraad, zou Dijsselbloem een eigen persconferentie in Nieuwspoort geven om zijn besluit over de beursgang van ABN Amro toe te lichten. Het zaaltje was gereserveerd. Onder strikt embargo zouden ambtenaren van het departement nog tijdens de ministerraad een presentatie geven aan journalisten met de nodige technische achtergrondinformatie. Kranten – ook deze – hadden voor de zaterdageditie grote stukken ingeruimd voor De Beursgang van het Jaar.

Dat besluit, zo was achter de schermen al te horen, zag er ongeveer zo uit: ABN Amro zou nog dit kalenderjaar naar de beurs gaan met een eerste pluk van 20 procent van de aandelen. Timing: ergens rond oktober. Over de verwachte opbrengst zou de minister zich nog niet kunnen uitspreken maar de meest gehoorde waarde van de bank lag inmiddels boven de 15 miljard euro. Dus met die eerste tranche zou zeker 3 miljard worden opgehaald, was de verwachting. Volgens afspraak zou dat bedrag ingezet worden om een deel van de staatsschuld (467 miljard euro groot) af te lossen.

Toen werd alles anders.

Met een drieregelig bericht informeerde minister Dijsselbloem op vrijdag 27 maart om 9 uur ’s ochtends de Tweede Kamer dat hij het besluit „aangaande de verkoop van ABN Amro” had uitgesteld. Hij had het onderwerp van de agenda van de ministerraad gehaald. Geen besluit, geen beursgang, geen persconferentie. Reden: de ophef die in de voorbije week was ontstaan over de salarisverhoging van de bestuurders van ABN Amro. In een „zorgvuldig democratisch proces”, vond de minister, moest hij hierover eerst met de Kamer in debat.

Bij de VVD waren ze die vrijdag niet verrast. Al sinds dinsdag wisten ze in welke benarde positie Dijsselbloem was beland. De PvdA, zijn eigen partij, was er voor gaan liggen. De 100.000 euro die zes bestuursleden van ABN Amro bovenop hun vaste salaris van zes ton hadden gekregen, was voor hen onverenigbaar met de privatisering die de bank zo graag wilde. De liberalen hadden begrip voor het veto van hun coalitiegenoot. Uitstel van de beursgang had Dijsselbloem al snel als onvermijdelijk beschouwd. „Dit gaan we niet houden, jongens”, had hij al in de loop van vrijdag de 20ste op zijn departement geroepen.

Kort na het verschijnen van ABN Amro’s jaarverslag, die vrijdagochtend vroeg, hing Henk Nijboer aan de lijn, de financieel woordvoerder van de PvdA-fractie in de Tweede Kamer. Gedekt door zijn partijleider Diederik Samsom liet Nijboer ondubbelzinnig zijn standpunt weten: die ton moest terug, anders geen beursgang. Hetzelfde deed hij in een telefoongesprek met ABN Amro-topman Gerrit Zalm.

Hoe graag Dijsselbloem, net als de bank zelf, een snelle beursgang ook wilde, politiek gezien was dit geen verrassing. Niet alleen omdat de PvdA al lang tegen de vermeende graaicultuur in de financiële sector strijdt. De partij zag ook een kans.

Twee dagen eerder, woensdag 18 maart, had de partij een forse nederlaag moeten incasseren bij de Provinciale Statenverkiezingen. De aangeslagen partij kon de „zelfverrijking” door de top van ABN Amro aangrijpen om weer een sociaal gezicht te laten zien.

In aanloop naar deze verkiezingen, die ook de VVD zouden verzwakken, hadden beide regeringspartijen afgesproken dat ze elkaar meer ruimte zouden geven om zich te profileren.

Ontspannen VVD

Ook de VVD toonde profileringsdrang: de zondag na de salarisverhoging bij ABN Amro lanceerde Kamerlid Malik Azmani bij de NOS zijn plan om de Europese grenzen voor asielzoekers te sluiten. „Onaanvaardbaar,” reageerde de PvdA direct.

De VVD reageerde niet even fel op de PvdA-weerstand tegen ABN Amro. Ook voor de partij die, zoals premier Mark Rutte afgelopen donderdag zei „wat meer ontspannen tegenover hoge salarissen” staat, is het toestaan van gegraai bij een staatsbank niet erg handig. De maatschappelijke onrust over de bank is te groot.

Na een weekendje deliberatie achter de schermen nam Dijsselbloem zijn besluit. Op maandag 23 maart liet hij zijn partij weten: jullie hebben gelijk, ik stel de beursgang uit. Een dag later stond een voorbereidend overleg gepland voor de komende ministerraad, tussen premier Rutte, vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA), Dijsselbloem en VVD-minister Kamp (Economische Zaken). Daar zou Dijsselbloem zijn besluit voor een beursgang toelichten. ABN Amro was het enige agendapunt; de bespreking werd geannuleerd. Geluk voor Asscher: hij kon nu gemakkelijker zijn vliegtuig naar Marokko halen voor een tweedaags werkbezoek. Rutte vertrok ’s avonds op handelsmissie naar China.

De VVD was schoorvoetend akkoord gegaan, maar bleef bezorgd. Uitstel was toch geen afstel, vroegen de liberalen herhaaldelijk aan de minister. Het was ook de grote zorg van de bank zelf, die pas donderdagavond laat officieel van het uitstelbesluit op de hoogte was gesteld. Dijsselbloem stelde hen gerust. Zodra de salarisrel voorbij is, is zijn voornemen, zou het beursbesluit alsnog komen. Het gebaar van de ABN Amro-top op zondag 29 maart om vrijwillig af te zien van de omstreden ton was voor alle partijen aanvaardbaar, ook voor de PvdA.

Maar de „graaikwestie” bleek al snel niet de enige blokkade. Er lekten gevoelige dossiers van toezichthouder DNB over de bank uit: banden met foute Russen, vraagtekens bij de integriteit van bestuurders. En er loopt nog een fraudeonderzoek in Dubai. Via deze krant begon ABN Amro terug te slaan door Dijsselbloem van zwalkend beleid te betichten. Politiek verschoof de aandacht nu van de salariskwestie zelf naar het moddergevecht dat op gang was gekomen. Was een beursgang onder deze omstandigheden wel gewenst? Er werd een Kamerdebat gepland om de minister ter verantwoording te roepen – komende donderdag staat het op de agenda.

Intussen proberen de hoofdrolspelers – politici, ministerie, bank – de eenheid te herstellen. Niet meer uit de school klappen, alleen als de rust terugkeert is een ordentelijke privatisering mogelijk. Maar het gevaar dat de toezichtskwesties uitgroeien tot de échte dealbreakers is niet geweken.