Zelfs de muziek op straat gereguleerd

Straatmuzikanten moeten mogelijk auditie doen. Een raar idee, vinden zij. „De straat draait juist om vrijheid. Amsterdam wil alles straktrekken.”

Straatmuzikant met ‘hang drums’, het instrument dat vaak te horen is in de tunnel van het Rijksmuseum. Still YouTube

Bij slecht weer spelen straatmuzikanten Joris Cohen (28) en Javier Murugarren Aguilar (38) onder de tunnel van het Rijks, waar de akoestiek mooi is en de mensen niet worden afgeleid door winkels. Bij mooi weer in de openlucht. Vorig jaar ontmoetten ze elkaar, sindsdien spelen ze af en toe samen: op hang drums, een relatief nieuw percussie-instrument.

Het Rijksmuseum is een van de plekken die burgemeester Van der Laan (PvdA) noemt als „toplocatie” waar akoestische muzikanten in de toekomst mogelijk voor moeten auditeren. Een „externe, onafhankelijke” jury bepaalt dan of de muzikant goed genoeg is. Gelet wordt onder meer op „technische beheersing ” en „muzikale expressie”. Het plan komt van het CDA, en moet „overlast” tegengaan.

Straatmuzikant is een ideaal beroep, vinden Cohen en Aguilar: vrijheid, contact met mensen, elke dag muziek maken, en het betaalt goed. „Hoe gestresst mensen ook zijn, als ze langslopen, ontdooien ze even”, zegt Cohen. Aguilar: „Als straatmuzikant kun je de snelheid van de stad voor even omlaag brengen.”

Maar echt erkend in hun beroep voelen ze zich niet. „ Ik zou dolgraag btw betalen”, zegt Aguilar, die net als Cohen zowel de formele (maximaal 30 minuten) als de informele regels (niet voor winkels, respect voor elkaar) opvolgt. Een paar keer voelde hij zich slecht behandeld door de politie: als bedelaar, als crimineel. Hij was er een week door van slag en verwerkt zijn ervaringen nu in een manifest.

Zo’n auditie maakt het er niet beter op, vrezen ze. Ja, er waren slecht spelende Roma met mondharmonica’s in de stad , zegt Cohen. Maar de markt reguleert zichzelf: „Als het niet goed is, klagen mensen echt wel.” En wie bepaalt wat mooi is? „Soms is de muziek niet goed, maar de energie wel.”

Ooit speelde Aguilar in Melbourne. Iedereen kan daar altijd een vergunning aanvragen, zodat ook reizende muzikanten worden betrokken; een licentie is een paar maanden geldig en cd-verkoop is toegestaan. „Daar zijn straatartiesten welkom.”

Aguilar en Cohen zijn bang dat de creativiteit van de straat verloren gaat. „Ze willen alles straktrekken. Op straat draait het juist om vrijheid. Je vindt er de prachtigste én de slechte muziek; dat maakt het levendig. Amsterdam maakt zichzelf kapot op deze manier.”