Wij discrimineren niet, wij geloven dit

De staat Indiana garandeert voortaan religieuze vrijheid voor bedrijven. Bijvoorbeeld om geen taart te bakken voor een homohuwelijk. Of je werknemers niet te verzekeren voor anticonceptie.

‘Hier helpen we iedereen’ staat op een sticker van Bernadette’s Barbershop in Lafayette, Indiana. Meer winkels in Indiana protesteren zo tegen een wet die het mogelijk maakt diensten te weigeren aan homo’s. Foto Reuters

De bloemist die geen bloemen wil leveren voor een homohuwelijk. Het grote bedrijf dat werknemers niet wil verzekeren voor anticonceptie. De bakker die geen homoseksuelen in zijn zaak wil. Het is vanaf 1 juli allemaal mogelijk in de Amerikaanse staat Indiana. Gouverneur Mike Pence tekende vorige week een wet die burgers, kerken en bedrijven ‘religieuze vrijheid’ garandeert.

De wet is volgens gouverneur Pence bedoeld om de vrijheid van gelovigen te beschermen. In werkelijkheid is het deels een reactie op de snel toenemende tolerantie ten aanzien van homoseksualiteit, abortus en seks voor het huwelijk in de Verenigde Staten. Het homohuwelijk is al in 36 staten legaal, waaronder Indiana. Elk jaar komen daar nieuwe staten bij. Tegenover deze toegenomen culturele vrijheid staat volgens religieuze organisaties dat hun vrijheid beperkt wordt.

Geen homo’s als huurder

De wet maakt het straks mogelijk dat mensen of bedrijven niet langer gedwongen kunnen worden mee te werken aan zaken die tegen hun religieuze principes ingaan. Dus kan een huiseigenaar een homoseksueel als huurder weigeren, en hoeft een bedrijf iemand die transseksueel is niet aan te nemen. Als eerste voegde Memories Pizza de daad bij het woord. De eigenaar zei dat zijn pizzeria voortaan geen catering meer zal leveren aan homohuwelijken. „Ik kies voor heteroseksualiteit. Zij kiezen ervoor homoseksueel te zijn. We discrimineren niemand, dit geloven wij nu eenmaal”, zei eigenaar Crystal O’Connor.

Indiana is lang niet de enige staat met een wet die religieuze vrijheid garandeert. Negentien staten hebben al soortgelijke wetten. Deze week nam ook het Congres van Arkansas een religieuzevrijheidswet aan, al zal de gouverneur die waarschijnlijk niet tekenen. Verschillen zijn er echter ook. Ten eerste kent Indiana geen wet die discriminatie op basis van seksuele voorkeur verbiedt, waardoor homoseksuelen volgens critici geen bescherming meer kennen. Andere staten hebben wel zulke wetten.

Bovendien gelden de wetten in de meeste andere staten alleen voor personen. In Indiana mogen ook (grote) bedrijven zich straks beroepen op religieuze principes. Dat is van belang, omdat onder meer het grote doe-het-zelfbedrijf Hobby Lobby van de diepgelovige miljardair David Green weigert medewerkers voor anticonceptie te verzekeren.

Miljardair Green ziet in verplichte vergoeding voor anticonceptie een inbreuk op zijn godsdienstvrijheid. De weg voor deze maatregel werd bereid in het Hooggerechtshof, dat vorig jaar bepaalde dat religieuze uitzonderingen op het nieuwe verplichte zorgstelsel geoorloofd zijn. In Indiana worden bedrijven als Hobby Lobby nu ook door de wet beschermd.

Het is een verkiezingsthema

Mike Pence trommelde vorige week nonnen en religieuze leiders op bij de feestelijke ondertekening van de wet. Pence geldt als mogelijke kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2016. Religie is een belangrijk thema bij conservatieven.

Alleen: er volgde een onverwacht hevige tegenreactie, zowel in Indiana als Arkansas. Niet alleen progressieven keerden zich tegen de wet, ook grote bedrijven en andere staten reageerden woedend. Apple-topman Tim Cook noemde de wet een middel om homoseksuelen te discrimineren. Warenhuisconcern WalMart, de grootste commerciële werkgever in Arkansas, riep de gouverneur van de staat op hun variant op de wet met een veto tegen te houden. De Kamer van Koophandel in Indiana had het over een „onnodige maatregel”. Star Trek-acteur George Takei riep op tot een boycot van Indiana.

Die boycot kwam al snel. De staten New York en Connecticut hebben alle door de overheid betaalde reizen naar Indiana opgeschort. Zulke maatregelen tussen staten onderling zijn zeldzaam, en tonen aan hoe intens ‘cultuuroorlogen’ gevoerd worden in Amerika. Nu het progressieve kamp in immateriële kwesties de wind mee heeft, wordt de conservatieve tegenreactie steeds feller.