We deden het niet zo slecht

De oud-premier is 100 geworden. Hij kon problemen terugbrengen „tot heel simpele zaken, klein, rond, duidelijk, helder, zoals hij zelf is”.

Piet de Jong op een foto van vier dagen geleden. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Vier jaar lang op de winkel gepast. Zo luidde indertijd het breed gedragen oordeel over het kabinet-De Jong dat van 5 april 1967 tot 6 juli 1971 had geregeerd. Een typering die trouwens in eerste instantie van de premier zelf afkomstig was. Maar naarmate het kabinet meer geschiedenis werd, bleek de aanvoerder, de vandaag 100 jaar geworden Piet de Jong, wel een bijzonder goede winkelier te zijn geweest.

Met terugwerkende kracht groeide de waardering: voor het kabinet, maar vooral ook voor Piet de Jong. De Nederlandse samenleving was eind jaren zestig vol op drift, maar de voormalige duikbootkapitein, ooit tegen zijn zin van zee naar de Haagse politiek gehaald, stuurde het kabinet langs alle klippen.

Zijn kabinet, gevormd na een roerige politieke periode, had de steun van KVP, ARP en CHU (de partijen die later opgingen in het CDA) en de VVD. Het zat de volle regeerperiode uit. Ook in die tijd was dat een prestatie.

Die prestatie is dus voor een belangrijk deel aan hem toe te schrijven. Maar dat viel toen niet op, omdat De Jong niet opviel. Het weekblad De Nieuwe Linie scheef in die tijd over hem: „Hij is een klein vadertje des vaderlands. Hij maakt de indruk heel zeker te zijn van zijn zaak en alle problemen terug te brengen tot heel simpele zaken, klein, rond, duidelijk, helder, zoals hij zelf is.” Zijn optreden zorgde inderdaad niet voor politiek spektakel. „Premier De Jong moet oppassen niet reeds tijdens zijn ambtstermijn te worden vergeten”, oordeelde De Telegraaf in die dagen.

Piet de Jong, vanwege zijn geringe postuur vaak ‘Pietje’ genoemd, was niet van de grote dingen. Hij koesterde zijn bescheidenheid. „Dat is nu eenmaal mijn stijl. Als je daaraan gaat knutselen spreekt het niet aan”, zei hij in 1969.

Die bescheidenheid heeft hij nog steeds. Nee, geen interviews naar aanleiding van zijn honderdste verjaardag. „Maar dank voor de belangstelling.” Het hoeft allemaal niet. „Wie zit er nog op mijn verhalen van vroeger te wachten”, vroeg hij zich vier jaar geleden af toen hij zich nog wél liet interviewen.

Piet de Jong regeerde zo onopvallend dat zijn partij, de Katholieke Volkspartij, hem bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1971 niet eens wilde hebben als lijsttrekker. Er moest een aansprekend iemand komen. KVP-partijvoorzitter Fons van der Stee kwam hem dat halverwege 1970 vertellen. Hij bood De Jong de tweede plek aan op de noordoostelijke kandidatenlijst. Binnen anderhalve minuut stond Van der Stee weer buiten. „Ik voelde me verraden door mijn eigen partij en daar heb ik nog steeds geen goed gevoel bij”, zei De Jong in 2011.

In hun biografie over De Jong concluderen de historici Jan Willem Brouwer en Johan van Merriënboer: „Hij verpersoonlijkte de nieuwe redelijkheid van het gezag. Hij zag de noodzaak in van modernisering van de maatschappij en steunde de plannen van zijn collega’s om structurele vernieuwingen door te voeren.”

En Piet de Jong zelf over zijn prestaties? Ook daarover liet hij zich in 2011 op zijn karakteristieke wijze uit: „Over het algemeen hebben we het niet slecht gedaan.”