‘Vogels zijn monogamer dan mensen’

Dat zei Kees van der Staaij (SGP) in nrc.next.

illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Kees van der Staaij, de fractieleider van de SGP, voert campagne tegen overspel. Als je voor elkaar kiest, dan blijf je tot nader order van anderen af, vindt hij. In het ‘Ikterview’ in nrc.next afgelopen maandag stelt Van der Staaij zichzelf de vraag: hoort vreemdgaan niet bij de natuur? Zijn antwoord: „Het is toch juist beschaving om je niet door je natuurlijke driften te laten meeslepen? Trouwens, ik las pas dat vogels tegenwoordig monogamer zijn dan mensen...” Is dat zo?

Waar is het op gebaseerd?

De SGP-voorman laat weten dat hij het in elk geval ergens heeft gelezen, met voor de zekerheid: „Of het klopt is een tweede.” Als bewijs stuurt hij een paar foto’s van bladzijden uit het boek Alles over Liefde en Relatiekwaliteit, van de christelijke relatie-experts Gert Jan Kloens en Grethe van Duijn, samen ‘InnovatieDuo’. Zij schrijven: „Inmiddels zijn vogels monogamer dan mensen (85% versus 65%).” Dat is een citaat van de Britse evolutiepsycholoog Robin Dunbar.

Onduidelijk is waar hun ‘inmiddels’ en Van der Staaijs ‘tegenwoordig’ vandaan komen, maar dat percentage noemt Dunbar wel, in zijn boek The science of love and betrayal (2012). Daarin beschrijft hij vooral relaties onder mensen, maar over vogels schrijft hij: „(...) around 85 per cent of all bird species are monogamous.” Dat is wat anders dan wat InnovatieDuo ervan heeft gemaakt. Het gaat namelijk niet om alle vogels die trouw blijven, maar het aantal soorten vogels dat in principe monogaam leeft.

En, klopt het?

Dé expert op dit gebied, Tim Birkhead, hoogleraar gedragsecologie aan de Universiteit van Sheffield, laat weten dat het sowieso een achterhaalde gedachte is. Birkhead is gespecialiseerd in overspel onder vogels. Hij mailt: „Ooit werd gedacht dat de meeste vogels – 85 procent – monogaam waren. Maar twintig jaar geleden al ontdekten we dat de meeste vogels seksueel promiscue zijn, ook al zijn ze sociaal monogaam.”

Birkhead maakt een cruciaal verschil tussen sociale monogamie (een paartje vormen) en seksuele monogamie (één seksuele partner hebben). Vogels zijn vaak het eerste, maar niet het laatste. Dat blijkt uit meerdere onderzoeken, onder meer DNA-onderzoek uit 2002 onder zangvogels, waaruit bleek dat slechts 14 procent van de sociaal monogame vogels ook seksueel monogaam was.

Maar de ene vogel is de andere niet. Zo sprak Birkhead enkele jaren geleden nog in NRC over onderzoek naar zeekoeten, die weer een stuk minder overspelig zijn: „Halverwege de jaren 80 konden we met DNA-technieken vaststellen of al dat vreemdgaan ook leidde tot buitenechtelijke kuikens. De promovendus die ik op dat moment begeleidde en ik sloten toen een weddenschap af. Hij dacht dat 5 procent van de kuikens van een andere vader was dan de zorgvader, ik dacht 10 procent. Het bleek 7 procent. Dat is behoorlijk laag, vergeleken met andere soorten.”

Dat verschil tussen verschillende soorten vogels maakt de vergelijking met mensen alleen nog maar moeilijker.

En er zijn meer problemen met de vergelijking. Zo is de definitie van monogamie niet zo makkelijk te stellen. Is zoenen bij mensen vreemdgaan? En seks zonder bevruchting? Wij zijn ook nog eens ‘serieel monogaam’, we hebben soms meerdere monogame relaties achter elkaar. Mensen kunnen met meerdere partners kinderen hebben gekregen, en toch heel monogaam zijn. Mensen maken het, kortom, met hun gevarieerde opvattingen over relaties en seks veel te ingewikkeld om ze te vergelijken met vogels.

Conclusie

Van der Staaij legt nog uit dat hij ermee bedoelde dat je niet zomaar de norm uit ‘de natuur’ zou moeten aflezen: „Wie tegen de monarchie is, kan zich wel op sprinkhanen beroepen die ook geen koning schijnen te hebben.” Die vergelijking gaat inderdaad niet op, net als die tussen vogels en mensen. Daarbij klopt de basis ervan niet: vogels zijn helemaal niet zo monogaam. Wij beoordelen de stelling daarom als onwaar.