Valery Gergiev pookt KCO op

Meer dan 400 concerten leidde Valery Gergiev in ons land, sinds zijn debuut in de toenmalige Vara Matinee in 1987.

De meeste in Rotterdam, waar hij 13 jaar chef was, ook veel concerten bij het Radio Filharmonisch Orkest in het Amsterdamse Concertgebouw.

Bij het Koninklijk Concertgebouworkest heeft Gergiev sinds 1991 eveneens een verleden: gisteravond dirigeerde hij het voor de twintigste keer, vandaag gaf hij er een openbare masterclass dirigeren.

De Griekse violist Leonidas Kavakos, ‘artist in residence’ bij het KCO, was de fenomenale solist in het Eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. Na een intense opening, lyrisch, ijl en eenzaam, klonk het Scherzo vol energie en bravoure met een op de snaren stuiterende strijkstok, terwijl Gergiev het orkest oppookte.

De slotdelen waren verbluffend, plechtig, virtuoos, volks en vrolijk. Publiek, orkest en dirigent waren euforisch, Kavakos speelde nog als toegift een deel uit de Sonaten und Partiten van Bach.

Na de pauze waren er instrumentale tophits uit Wagneropera’s, zoals Parsifal en Götterdämmerung.

Jammer van die kleine imperfecties in het koper, voor het overige klonk een monumentale klankrijkdom in ideale dynamiek en tempi. Het voorspel van Die Meistersinger von Nürnberg eindigde in Hoempa in de Gloria.