Staatsbank?Nee, allemansbank

Schenk de aandelen van ABN Amro aan ons allemaal. Dat is simpel en een opsteker voor de economie.

Illustratie David Gall

Nostalgie alleen is geen basis voor een nieuwe staatsbank.

Toch bloeien oude vormen en gedachten op. Moet ABN Amro maar helemaal niet naar de beurs? Zijn er andere oplossingen voor een ‘bank van ons allen’ in plaats van de ‘bank anno nu’?

De beloningsrel en de ruziesfeer tussen de banktop en ‘onze’ aandeelhouder Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) rakelen discussies op die na de nationalisatie in 2008 kortstondig zijn gevoerd. Toen sloeg het idee van een permanente staatsbank in brede kring niet aan. Dat is deels het gevolg van de kloof tussen politiek en bedrijfsleven.

Parlementariërs voelden zich in 2007 bij de overnamestrijd om ABN Amro niet geroepen tussenbeide te komen. In 2008 was het: zo snel mogelijk saneren en afstoten. De potentiële opbrengst sprak meer tot de verbeelding dan een staatsbank. Maar nu klinken ook andere geluiden. De SP herhaalde zijn oude verlangen naar een staatsbank. Het kijkerspanel van EenVandaag zei massaal ja.

Kijk, zonder bonussen

De eerste vraag is: heeft Nederland behoefte aan een staatsbank. En zo ja, hoe?

De veiligheid van het spaargeld is eigenlijk het enige argument vóór een staatsbank. Wie bang is dat zijn bank in de volgende crisis niet wordt gered en wie niet vertrouwt op de huidige garantieregeling (tot 100.000 euro) die voor alle banken geldt, kan dan kiezen voor die staatsbank. Mits de staat dan ook echt garant staat voor alle verplichtingen van de bank. Maar dat zal zeker niet mogen van de Europese Commissie, die geen oneerlijke concurrentie accepteert. De overheid mag best zakelijke activiteiten ontplooien, maar wel op een zekere afstand en zonder ‘haar’ bank of bedrijf voor te trekken.

Kan een staatsbank zonder bonussen werken? Zeker, alleen moet dat expliciet worden geregeld. Bij legio staatsbedrijven (NS, Schiphol) kan de top aanspraak maken op een bonus die ten opzichte van grote beursgenoteerde bedrijven bescheiden is. Maar hij is er wel. Het gaat dan om 15 à 20 procent van het vaste salaris, dat overigens hoger is dan een ministerssalaris plus pensioenpremies (afgerond: 230.000 euro). Dus wie bij een staatsbank aan lagere salarissen denkt dan de 608.000 van een ABN Amro-bestuurder: het moet wel eerst geregeld worden, het is geen automatisme.

Tegen het bankenkartel

Hebben we hiermee ervaring? Ja.

Nederland heeft een lange historie van banken waarin de staat een wezenlijk belang heeft. Soms gedwongen door een crisis, soms uit welbegrepen eigen belang. In de economische depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw saneerde de staat de zogeheten middenstandsbanken, die louter het mkb financierden. Zij werden samengevoegd tot de Nederlandse Middenstandsbank (NMB), die zelf later opging in ING. De NMB was decennia de enige bank die kredieten aan kleine bedrijven kon verschaffen waarop de overheid een verliesgarantie gaf: als het krediet een strop werd, kwam dat voor rekening van de staat. Dat was financiële industriepolitiek: bedrijven steunen met garanties.

Na de Tweede Wereldoorlog staken staat en financiële wereld kapitaal in de zogeheten Herstelbank, die de industrialisatie moest bevorderen. Met succes.

Maar dé staatsbank van de nostalgie, de Postbank, was eerst geen echte bank. De Postcheque en Girodienst, de zogeheten PCGD, was met de PTT (post en telefoon) een afdeling van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Op de golven van de economische liberalisering en privatisering dertig jaar geleden werd de PCGD van een betalingsverkeer- en spaarfabriek verbouwd tot een heuse bank.

Ooit moest die Postbank als ‘volkse’ nieuwkomer als breekijzer optreden tegen het toen heersende ‘bankenkartel’, de kongsie van banken als ABN, Amro en NMB. Maar die opdracht schrapte toenmalig minister Ruding (Financiën, CDA) later uit het wetsontwerp. De Postbank fuseerde met de NMB en later met verzekeraar Nationale-Nederlanden tot ING.

Zin in het burgerkapitalisme?

Een derde argument voor een staatsbank is dat er wat te kiezen moet zijn voor klanten. Niet alleen in producten en kwaliteit van diensten, maar ook wat betreft de structuur van het eigendom. Dan zou de diversiteit onder de grote banken er zo uitzien: een beursgenoteerde bank (ING), een coöperatie (Rabobank) en een staatsbank (ABN Amro). De gedachte is dat deze verhoudingen de concurrentie én de stabiliteit van de financiële wereld ten goede komen. Maar of dat ook echt zo is? Diversiteit is ook een experiment.

Wie hier iets in ziet, kan beter pleiten voor SNS Bank als staatsbank. Die werd begin 2013 genationaliseerd. ABN Amro lijkt, met haar klantenkring onder grote bedrijven en haar internationale afdeling voor rijke beleggers, in niks op de Postbank-nostalgie. SNS is juist wel een consumentenbank, die qua afkomst in het oude Postbank-profiel past (de vakbeweging was ooit aandeelhouder). Topman Gerard van Olphen suggereerde gisteren weinig op te hebben met hijgerige beursbeleggers, maar daarentegen winstmaximalisatie voor klanten als missie te zien.

Maar er is naast beursgang nog een optie die van ABN Amro geen staatsbank maakt, maar een burgerbank. Deze optie is al eens op een hoorzitting in de Tweede Kamer over de genationaliseerde banken naar voren gebracht door vermogensbeheerder Adriaan de Mol van Otterloo. Simpel gezegd: schenk de aandelen aan alle Nederlanders en bevorder dat zij de aandelen aanhouden. Deze aanpak maakt politieke discussies overbodig over vragen als: is ABN Amro klaar voor de beurs? Hoe moet het? Welke zakenbanken begeleiden de beursgang? Wanneer? Elke Nederlander kan zelf beslissen wat hij/zij met die aandelen doet.

Voordelen? ABN Amro wordt wel een allemansbank, maar geen staatsbank. Geen politieke speelbal.

Voordeel twee: iedereen is opeens rijker. Dat is goed voor koopkracht en consumptie. Voordeel drie: de nieuwe ‘burgerbeleggers’ kunnen zich bijvoorbeeld via de Vereniging van Effectenbezitters manifesteren om de banktop scherp te houden. Zo’n stap naar het ‘burgerkapitalisme’ hebben enkele Britse spaar- en hypotheekbanken én Russische staatsbedrijven eerder gezet. Het vergt verstandige uitvoering, maar hé, Nederland is een exportproduct rijker.

Dat is voordeel vier. Want de halve wereld heeft staatsbanken en staatsbedrijven waar men vroeger of later iets mee moet.