Rotterdams Highline vraagt andere aanpak

De Hofbogen van de Hofpleinlijn staan er vervallen bij. Wijkbewoner en architect Pepijn Bakker pleit voor andere ontwikkelmodellen.

Verf bladdert van de muren, ramen en deuren zijn gesloten en op het lekkende dak roest een oude spoorlijn. De Hofbogen van de voormalige Hofpleinlijn in het Rotterdamse Oude Noorden staan er vervallen bij. Terwijl dit bijna 2 kilometer lange Rijksmonument ooit door vier woningcorporaties werd aangekocht om de omringende arbeiderswijken te revitaliseren. Hoog tijd om de Hofbogen op een alternatieve manier te herontwikkelen.

Wie de Hofbogen via de ‘Luchtsingel’ vanuit de stad benadert, krijgt de impressie van een succesvol herbestemmingsproject. Hier is met vereende krachten en 3,6 miljoen euro subsidie een ware hotspot gerealiseerd. Onder andere Jazzclub BIRD, Restaurant De Jong en maatkledingwinkel Misura Sartoria vonden hun plek onder de volledig gerestaureerde bogen.

Maar even verderop, voorbij de kruising met de Heer Bokelweg, begint het gedeelte dat nog op de makeover wacht die volgens de plannen uit 2008 al lang zou zijn gestart. Vier corporaties, inmiddels gefuseerd tot Havensteder en Vestia, kochten het project voor 6 miljoen euro. Ter inspiratie werd gekeken naar referentieprojecten in wereldsteden, zoals de Parijse ‘Promenade Plantée’ en de ‘High Line’ in New York. Het project moest voor een opleving van de wijk zorgen, met bedrijvigheid onder de bogen en een publieke ruimte op het dak.

Wie ooit een wandeling heeft gemaakt over de High Line in New York, begrijpt de aantrekkelijkheid van het initiatief. Hoog verheven boven het drukke verkeer en de aanblik van 19de-eeuwse woonkazernes, ligt een zorgvuldig vormgegeven park. Op een zonnige middag flaneert een mix van New Yorkers en toeristen over het dek. Ze zien de omringende achterstandswijk in rap tempo veranderen, alles in reactie op de herontwikkeling van de High Line.

Maar achter de mooie plaatjes van de High Line gaat een uniek realisatiemodel schuil dat in vrijwel geen andere stad toepasbaar is. Burgeractivisme, een opgefokte vastgoedmarkt en de bereidwilligheid van de gemeente om met speciale regelgeving en subsidie het project te realiseren, maken de High Line even New Yorks als het Vrijheidsbeeld, het Empire State Building en SoHo. Lastig te kopiëren.

Verstrikt in hun goede bedoelingen fixeerden plannenmakers zich op het eindbeeld en niet op de methode om tot dit beeld te komen. Maar Rotterdam is geen ‘Manhattan aan de Maas’ en het Oude Noorden –inclusief het tot ZoHo herdoopte Zomerhofkwartier – is geen schim van het bruisende Meatpacking District. Het gevaar van een reclameslogan is dat je er zelf in gaat geloven.

Toen dus de Rotterdamse corporaties in 2009 door schandalen en de verhuurdersheffing de grote investering voor het project niet langer konden opbrengen, was er geen alternatief voor handen. Men haalde een streep door de ontwikkeling van het dak en richtte zich op de exploitatie van de bedrijfsruimtes onder de bogen. Daarna zullen de corporaties het project, na een 4 miljoen kostende onderhoudsbeurt, moeten verkopen.

Hoe nu verder? Laten we de inspiratie ditmaal eens dichter bij huis halen. Sinds het uitbreken van de vastgoedcrisis is een jonge, frisse generatie architecten en ontwikkelaars opgestaan met een totaal andere visie op hun vak. Ze hanteren een gefaseerde aanpak, waarbij plekken met opeenvolgende tijdelijke ingrepen langzaam veranderen en het eindresultaat niet in beton gegoten is. Ze verbinden hun projecten met de omgeving, zowel met de stad als met de wijk. In Rotterdam leidde dit al tot het Schieblock, de Luchtsingel en 4havens.

Slimme gemeenten spelen hierop in door nieuwe prijsvragen uit te schrijven waarbij inzendingen niet alleen op de plaatjes, maar op het integrale ontwikkelmodel worden beoordeeld. Amsterdam bijvoorbeeld organiseerde begin 2012 een prijsvraag voor de herontwikkeling van voormalige scheepswerf De Ceuvel in Amsterdam Noord. Wie een overtuigend gebruiksplan voor 10 jaar wist te presenteren, mocht aan de slag. Aldus werd het winnende collectief van ruimtelijke ontwerpers in de eerste plaats kwartiermaker en daarna pas ontwerper. Het leidde tot verrassende gebruiksvormen die normaal nooit zouden ontstaan. Precies dát hebben de Hofbogen nodig.

Daarbij kunnen we alsnog een beetje inspiratie ophalen bij de High Line in New York. Tijdens een lezing vertelde projectinitiator Robert Hammond onlangs: „We hadden geen plan, geen geld en geen relevante ervaring. En dat was de sleutel tot het succes.”