Rats on Rafts hijgt, piept, snauwt en irriteert

Vier jaar na het succesvolle debuutalbum The Moon Is Big zijn de Rotterdamse post-punkers Rats on Rafts terug. De nieuwe plaat schuurt dat het een lust is.

Foto Shalita Dietrich

Hoor, daar heb je Nancy”, merkt David Fagan (26) op. De zanger en songschrijver van de Rotterdamse post-punkband Rats on Rafts nipt van zijn thee in de als huiskamer ingerichte bar van V11. Op het kleine podium van het knalrode lichtschip in de Rotterdamse Wijnhaven presenteert de band vanavond Tape Hiss, opvolger van het succesvolle debuut uit 2011, The Moon Is Big.

Destijds zetten de Rats zich met hun muzikale eigengereidheid op de kaart, en bliezen ze met rauwe live-optredens het punkverleden van Rotterdam nieuw leven in. Ze veroverden een eigen spot in de nationale muziekscene, en wisten ook de Britse muziekpers te halen.

Over de speakers in het schip zingt Nancy Sinatra These boots are made for walking, Fagan haakt erop in. „Ik heb altijd veel obsessies, nu is dat de Amerikaanse liedjesmaker Lee Hazlewood. Hij schreef dit nummer.” Fagan schudt het terloops uit zijn mouw, alsof hij antwoord geeft op een denkbeeldige popquiz.

Inmiddels bestaan de post-punkers tien jaar. De do it yourself-punkmentaliteit is nog altijd aanwezig: de analoog opgenomen Tape Hiss-tapes brachten ze naar Frankfurt om ze over te laten zetten voor de elpee. Speciaal voor de release richtten ze een eigen label op: Kurious Recordings.

Hij gaat onverstoorbaar verder, met een reden. „In 1967 nam Hazlewood met Sinatra het nummer Some velvet morning op.” Het nummer wordt de b-kant van nieuwe single Last day on earth, die uitkomt op Record Store Day (18 april). „Gitarist Arnoud zingt de partijen van Nancy, ik ben benieuwd wat mensen daarvan vinden.” En dan weer: „Je hebt ook een heel mooie versie waarin Hazlewood tussen elke zin vertelt wat er in de studio toen gebeurde. Maar dat terzijde.”

Vrijuit als een jukebox muziektrivia afspelen lijkt Fagans tweede natuur, maar zijn teksten op Tape Hiss bespreken is een ander verhaal. „Ik vind het lastig om de inhoud te bespreken, misschien omdat het persoonlijk is? Ik deel mijn teksten ook niet met mijn bandleden.”

Op The Moon Is Big was hij nog enigszins verstaanbaar, nu verdrinkt zijn zang in een bak ruis. Live slikt Fagan zijn microfoon graag bijna in, of omvouwt deze met zijn handen om zich hijgend, piepend en snauwend een weg door de nummers te banen.

Hoewel hij zegt „heel intensief” aan zijn teksten te werken, is verstaanbaarheid niet essentieel. Fagan gebruikt zijn stem als instrument, hij wil niet dat zijn tekst de rest van de muziek overstemt. „Ik hou ook van veel van muziek uit Afrika of Peru, dan versta ik er ook niks van. Maar ik begrijp de emotie van het liedje, die is universeel.”

Tape Hiss (‘bandruis’) klinkt alsof het vinyl opzettelijk is opgeschuurd, en alsof de band er een tandje bij heeft gezet. De Rats vertragen, versnellen, schuren en pompen dat het een lieve lust is. Geen poppy liedjes à la God is dead meer, maar songs die je opjagen. „De plaat speelt en irriteert met de luisteraar, bouwt de energie op en af. Maar hij laat ’m niet los.”

De live-energie die op het debuut miste, staat nu wel op de plaat. Om dat te bereiken speelden ze niet meer in een kringetje naar elkaar toe, en stripten ze de studio van doeken voor een harder geluid. Fagan vertelt weer een muzikale anekdote: „Brian Wilson (The Beach Boys) schreef zijn liedjes in een zandbak waarin z’n piano stond. Die had hij in zijn huis laten zetten. Dat vinden mensen ook gek, maar ik geloof wel dat dat soort trucjes je in de juiste sfeer kunnen brengen.”